Speculatie is terug op de markten

De rente is laag, dus het geld vloeit richting de aandelenmarkten. De zeepbel uit 2000 komt vanzelf weer terug.

,,John Bull (de aandelenmarkt) kan een hoop zaken verdragen'', schreef Walter Bagehot, ,,maar geen 2 procent.'' Als het rendement op veilige beleggingen tot dit schamele niveau daalt, wordt de drang om te speculeren overweldigend. De mensen ,,kunnen geen inkomensverlies verdragen'', beweerde de grote 19de-eeuwse journalist.

,,In plaats daarvan beleggen zij hun zorgvuldig opgebouwde spaartegoeden in iets onmogelijks – een plan om de Dode Zee te reanimeren of een vennootschap om schaatsen naar de tropen te verschepen.'' Als Bagehot er vandaag de dag nog zou zijn, zou hij geen moeite hebben de huidige toestand van de financiële wereld te duiden. Als je het belangrijkste rentetarief van de Federal Reserve maar lang genoeg op 1 procent houdt, komt zelfs de dotcomzeepbel weer tot leven.

Bijna dagelijks worden we geconfronteerd met nieuwe bewijzen dat de speculatieve uitbundigheid is teruggekeerd op de markten. De waarderingen voor aandelen mogen dan (nog) niet zo hoog zijn als in het voorjaar van 2000, volgens de meeste conventionele maatstaven zijn ze de eerdere pieken van de aandelenmarkt dicht genaderd. Ook in de koersen van junk bonds zien we de lage risicopremies terug. Volgens Grant's Interest Rate Observer is het rendement op junk bonds met een looptijd van tien jaar eerder dit jaar gedaald naar een veertienjarig dieptepunt van 6,5 procent, vergeleken met de gemiddelde 5,5 procent over de afgelopen tien jaar. De koersen van aandelen en obligaties op opkomende markten zijn daarentegen juist gestegen.

Terwijl buitenstaanders zich op de markten storten, verkopen doorgewinterde beleggers hun belangen bij de vleet, net zoals zij dat in de lente van 2000 deden. De markt voor beursgangen is heropend en daarmee zijn ook de reusachtige koersstijgingen van de eerste handelsdag terug.

De aandelenmarkten zijn op dit moment niet op hun scherpst. Na de miljarden euro's aan verhulde leningen aan Parmalat van zich afgeschud te hebben worden goedgelovige beleggers dezelfde mooie praatjes aangesmeerd die begin 2000 voor het laatst werden gehoord.

,,Aandelen verdienen hun hoge koersen omdat de rentestand zo laag is'', zeggen optimistische marktanalisten. Toch is dit onlogische argument de afgelopen jaren in honderden artikelen over de hekel gehaald. De argumenten over de Nieuwe Economie (hogere toekomstige economische groei) en het Nieuwe Paradigma (minder wispelturige groei) zijn nooit ver weg. Beursanalisten halen hun overdreven rooskleurige voorspellingen weer van stal. Richard Bernstein van Merrill Lynch constateert dat die analisten volgend jaar voor technologiebedrijven operationele marges van 28 procent verwachten, tegen ongeveer 7 procent nu. Die voorspelde winstmarges zijn in feite hoger dan de tijdens de technologiezeepbel verwezenlijkte marges.

Het is twijfelachtig of beleggers hun daden werkelijk baseren op zulke onbenullige analyses. Zij worden eerder gedreven door het momentum – wat omhoog gaat, gaat omhoog en wat omlaag gaat, gaat omlaag. De riskantste aandelen hebben het afgelopen jaar het best gepresteerd, net zoals zij dat in 1999 en begin 2000 deden. De gemiddelde tijd dat beleggers aan hun Nasdaq-aandelen vasthouden is gedaald naar 7,5 maanden.

In de tijd van Bagehot kwam het geld waarmee werd gespeculeerd uit de `gebruikelijke spaartegoeden van zuinige mensen'. Vandaag de dag wordt dat geld voor het grootste deel geleend. Volgens de econoom Andrew Hunt is in de Verenigde Staten de hoeveelheid door huishoudens en bedrijven voor de aanschaf van effecten geleend geld gestegen naar een niveau van zo'n 85 procent van alle kredieten, terwijl het totaal aan nieuwe leningen vorig jaar ongeveer 13.000 miljard dollar bedroeg.

Het lijkt misschien opmerkelijk dat zulk onverantwoordelijk financieel gedrag nu alweer de overhand heeft, zo snel na de uiteenspatting van de zeepbel van de jaren negentig. Toch is het verklaarbaar. Toen de beurshysterie van de millenniumwisseling in een ramp eindigde, stonden de autoriteiten voor een dilemma. Zij hadden de krachten van de markt hun gang kunnen laten gaan. Dat zou hebben geleid tot het gevaar van een deflatoire spiraal, omdat de dalende beurskoersen de mensen ertoe zouden hebben aangezet om meer te sparen en bedrijven om minder te investeren.

Daartegenover hadden de autoriteiten het monetair en begrotingsbeleid kunnen gebruiken om een ineenstorting af te wenden. Zij kozen uiteraard voor het laatste.

Gezien de omvang van de financiële excessen vroeg het herstelbeleid om extreem lage rentetarieven. En door het uitblijven van een financiële catastrofe werd de lage rente een stimulans voor hernieuwde speculatie. Als gevolg daarvan heeft de krediethausse tot prijsstijgingen geleid op alle belangrijke financiële markten – van aandelen tot goud en huizen.

John Bull mag dan tegen veel zaken zijn opgewassen, zelfs hij kan veel last ondervinden van een overdaad aan speculatie. En als dat gebeurt, kan geen enkele monetaire prikkel hem nog tot leven wekken.

Vertaling: Menno Grootveld