Shell heeft heel wat uit te leggen

De olie lekt weg bij de Koninklijke/Shell Groep. Nog maar twee maanden nadat het olieconcern de inschatting van zijn bewezen olie- en gasreserves naar beneden bijstelde, is het gedwongen ze opnieuw te herzien. De jongste herwaardering – van 470 miljoen vaten – is lang niet zo groot als de vorige – van 3,9 miljard vaten – maar stelt niettemin behoorlijk teleur. De zorg bestaat dat er nog meer slecht nieuws op komst is. De jongste bijstellingen waren het gevolg van de doorlopende herziening van de geboekte reserves van Shell, die nu voor 40 procent is voltooid. Het concern heeft nu weliswaar bijna tweederde gecheckt van de bewezen, maar nog niet ontwikkelde voorraden, waar de problemen zich zouden voordoen. Maar het moet nog 60 procent van zijn totale reserves onderzoeken. Verdere herzieningen kunnen dus niet worden uitgesloten.

De omvang van de herwaardering en het besluit om de boekhouding voorlopig nog even onder de pet te houden onderstrepen de ernst van het onderzoek van de Amerikaanse beurswaakhond Securities and Exchange Commission, de SEC. Er zijn berichten dat Amerikaanse federale aanklagers inmiddels ook een onderzoek zijn begonnen. Hun bevindingen kunnen de munitie leveren voor een hele reeks rechtszaken tegen de oliemaatschappij. Als er sprake blijkt te zijn van nog meer onregelmatigheden, kunnen andere hooggeplaatste functionarissen ook wel eens hun baan verliezen. Gelukkig was topman Jeroen van der Veer op de persconferentie aanwezig om vragen te beantwoorden en de storm te trotseren, anders dan zijn voorganger Sir Phil Watts. Maar Shell heeft nog steeds een hoop uit te leggen – niet alleen aan de SEC, maar ook aan zijn eigen beleggers. Het concern heeft vorig jaar immers slechts 82 procent van zijn in productie gebrachte reserves vervangen, in tegenstelling tot de 98 procent die beleggers hadden verwacht. Dat is een groot verschil. En nu de olieprijzen de pan uit rijzen, zal die kloof niet makkelijk te dichten zijn.