Roek

De kleur van een vogel roept bij elke waarnemer andere woorden op. Hoe betrouwbaar zijn ogen? Ik raadpleeg tal van gidsen, van Zien is kennen! uit de jaren dertig tot hedendaagse. Voor de meeste mensen is de roek (Corvus frugilegus) een gewone zwarte, kraaiachtige vogel. Maar lees eens mee: de ene gids rept over een blauw-zwart verenkleed, de andere over blauw-paars, een derde over zwart-paars en de vierde over purper-zwart. De roek is een kolonievogel. In de boomkruinen rondom museum De Wieger in Deurne nestelen ze bij vele tientallen; soms kan een kolonie tot duizenden uitgroeien. Ze maken veel lawaai, zeilen spectaculair door de voorjaarslucht. De naam `roek' is afgeleid van het oud-Hoogduitse `krôzô dat `ik kras' betekent. Ook `kraugê' ofwel geschreeuw is zo'n klankschilderende naam voor de roek. Het opmerkelijkste kenmerk is de naakte, witgrijze snavelbasis. Deze kraai jaagt op duizend- en miljoenpoten, wroetend in de grond. Hierdoor slijten de veren weg op de voorkop. Hij leeft in vruchtbare streken met akkers en boomgewassen. Sta je in de stille schilderijenzalen van De Wieger, dan dringt hun roep tot je door. Ze zijn dichtbij.

freriks@nrc.nl