Raffinaderijen en OPEC houden olieprijs op peil

De markt zit ernaast, betoogt het Amerikaanse beursweekblad Barron's. Het bedrijfsleven houdt op dit moment wel rekening met dalende prijzen, maar heeft er geen oog voor dat de prijs voor ruwe olie de laatste vijf jaar gestaag stijgt. Dat komt doordat de markt er aan gewend is geraakt dat het aanbod altijd ruim voldoende is. Maar het eind van die situatie is in zicht. Het gaat er niet meer om óf de vraag het aanbod zal overtreffen, maar wanneer. En daarover zijn de geleerden het niet eens.

Een ervaren vermogensbeheerder als de Zwitser Felix Zulauf meent dat we op dit moment de top van de olieproductie bereikt hebben, de productie in landen van de OPEC, de organisatie van olie-exporterende landen, niet meegerekend. Tel je de OPEC-productie wel mee, dan zal de olieproductie over vijf jaar pieken. Zulauf: ,,Voor het eind van dit decennium kost de olie 60 dollar per vat.''

Zijn voorspelling loopt synchroon met die van de 72-jarige Britse geoloog Colin Campbell, die van 1957 tot 1990 in dienst was van Texaco, BP en Amoco. Hun voorspellingen lopen ver vooruit op die van de officiële instanties, de Amerikaanse Geological Survey en het Amerikaanse ministerie van Energiezaken. Deze verwachten de piek in de olieproductie pas rond 2040.

Het blad legt uit dat het verschil vooral afhangt van het tempo waarin de technologie zich ontwikkelt waarmee moeilijk toegankelijke voorraden kunnen worden aangeboord. Maar dat is natuurlijk uitstel van executie. Het blad denkt dat de markt uiteindelijk ook wel zal reageren op de geleidelijk schaarser wordende voorraden. Beleggers die van deze trage reactie willen profiteren, moeten volgens het blad nu investeren in olie en aanverwante sectoren.

Ook Duitse olie-experts voorspellen dat de olieprijs eerder omhoog dan omlaag zal gaan. Het Duitse zakenweekblad Wirtschaftswoche ging te rade bij Klaus Matthies van het Weltwirtschafts Archiv in Hamburg. Dit jaar zal de gemiddelde olieprijs volgens hem op 28 dollar per vat uitkomen. Hij wijst er op dat de olie nu al wekenlang 32 dollar per vat kost. ,,Als de prijs zo hoog blijft, dan is dat naast de dreiging van terreur een extra rem op de wereldconjunctuur'', meent hij. Voeg daarbij de zwakte van de dollar en de ,,dramatische overwaardering van de Amerikaanse beurskoersen'', en het recept voor een nieuwe recessie in Duitsland ligt klaar, meent het blad.

Toch zijn het de Amerikanen die er voor gezorgd hebben dat de wereldeconomie, dus ook de Duitse, niet verder weggleed in de recessie, zegt Bondspresidentskandidaat Horst Köhler in het Duitse weekblad Die Zeit. De voormalige topman van het Internationaal Monetair Fonds IMF concludeert echter ook dat het Amerikaanse tekort van 5 procent van het bruto binnenlands product op den duur niet houdbaar is. Schmidt zet deze conclusie in breder perspectief door eraan te herinneren dat het kapitaal dat de Amerikanen invoeren voor een kwart bestaat uit Japanse reserves. Duitsland daarentegen heeft zich ontwikkeld tot een land dat kapitaal uitvoert. Dat komt, meent Köhler, doordat de investeringsvoorwaarden in andere landen gunstiger zijn dan in Duitsland. Hij ziet het als zijn taak, als bondspresident(skandidaat) en als econoom, om ,,de pessimistische ondertoon in de republiek'' te veranderen.

Hoe komt het eigenlijk dat de Europese zakenwereld níét pessimistisch is, vraagt het Britse weekblad The Economist zich af. Veel grote Europese ondernemingen zijn afhankelijk van export, maar verdienen daar minder aan naarmate de euro duurder wordt ten opzichte van de dollar. Het Europese bedrijfsleven kan daar wel mee leven omdat de wereldeconomie als geheel sterk groeit, en omdat de meeste bedrijven goed beschermd zijn tegen wisselkoersschommelingen.

Daar komt bij dat veel export binnen de Europese Unie plaatsvindt. Alleen ondernemingen die ook buiten Europa werken zijn extra kwetsbaar, schrijft het blad, zoals bijvoorbeeld Duitse autoproducenten en Franse producenten van luxegoederen. De zwakke dollar heeft wel indirect effect op het wel en wee van het Europese bedrijfsleven, omdat de prijs voor olie berekend wordt in dollars.

En die prijs zal alleen maar omhoog gaan, voorspelt ook het Amerikaanse zakenweekblad BusinessWeek. Dat komt volgens het blad trouwens niet alleen doordat de OPEC het aanbod van ruwe olie beperkt houdt, maar ook doordat de Amerikaanse raffinaderijen bij het minste of geringste de prijs verhogen. Het blad wijst erop dat zij er even als de OPEC alle belang bij hebben om niet te veel te produceren omdat dan de prijs omlaag zou gaan. Bovendien is de sector olieraffinage alles behalve een schoolvoorbeeld van concurrentiewerking: de vijf grootste raffinaderijen hebben 51 procent van de markt in handen. En als de consumenten de laatste jaren al eens een meevallertje kregen, dan hadden ze dat volgens het blad altijd te danken aan de import van olie die elders is geraffineerd.