Pianola's

Als u dit leest is het alweer achter de rug, of het is niet doorgegaan. In ieder geval was de KRO van plan, op 19 maart om 16.30 een half uur zwijgtelevisie uit te zenden, in het programma De Wandeling. De makers willen laten zien hoe de stilte van de natuur kan klinken. Kun je zien hoe iets klinkt? Ja, gemakkelijk. Ik zie, ook op de televisie, meteen een paar gezichten van belangrijke tijdgenoten van wie ik liever het geluid zou afzetten, als ik dan niet het risico liep dat ik een belangrijke wanstaltigheid uit hun strottenhoofd had gemist. Laat ik zo'n staatsman geluidloos voorbij gaan, dan kan ik de wanstaltigheid toch horen; niet de inhoud, wel de klank.

Als je een kalme zee ziet, een beetje nevelig, en een paar meeuwen, dan heb je geen nadere uitleg nodig. Mooie natuur, weldadige stilte. Tien tegen één dat de makers van zo'n programma dan toch de Ochtendstemming van Edvard Grieg of iets dergelijks laten afdraaien. Ze gaan ervan uit, dat je anders niet snapt, hoe mooi het is, wat je daar ziet. Het is verwant aan de uitspraak van Willem Kloos. ,,De natuur is mooi, maar je moet er wel iets bij te drinken hebben.'' Het ene zintuig steunt het andere, tot op zekere hoogte. En de geur van verse koffie, ongelucht beddegoed, gebraden kip, op dit ogenblik, kan je binnen een seconde terugbrengen in een situatie van een halve eeuw geleden. Beeld en geluid vormen op den duur in je hoofd een doolhof. Paradijs of onderwereld, dat merk je pas later.

Dit bedoelt de KRO allemaal niet, veronderstel ik. Stilte, de idyllische stilte, de gewone stilte die niet zonder geluid is maar je ook niet doet vrezen voor een aanval op je trommelvliezen, die stilte wordt schaars. 's Ochtend vroeg, een uur of zes. Je hoort de stad wakker worden, het klinkt als een ver gegrom van een groot beest. Dat is geen `inbreuk op de stilte'. Het is muziek. Op straat een paar fietsers, auto's die in hun schaarste de rust eerder accentueren dan verstoren. Een kraai, een ekster, een meeuw, een paar eenden. Ondanks het gegrom is de stad nog van de vogels. Dan komt er een auto aan waaruit een bom-bom-bom-bom klinkt, door glas en blik heen. Niet eens hard, maar het verscheurt de stilte. Dat is een goede uitdrukking. Verscheurt de stilte, opzettelijk. Het is iemand die zijn aanwezigheid met het shock and awe van zijn luidsprekers kracht bij zet. Alsof je deze krant aan het lezen bent en daar komt een onbekende krachtpatser binnen, rukt de krant uit je hand, hij verscheurt hem voor je ogen en verdwijnt.

Je begint aan je werk. Het kantoor is nog leeg. Ik heb niets tegen kantoren waar gewerkt wordt. Een goed kantoor is als een dorp, klein, overzichtelijk, met z'n gevestigde dierbaarheden. Maar aan het werk gaan in een leeg kantoor, 's ochtend vroeg of op zondag, dat staat gelijk met ervaren van het genot dat een kluizenaar overkomt: de roerloosheid van een wereld die je thuis is. Dit is een gewone weekdag. De dorpsgenoten komen binnen, ze geven wat dorpspraatjes ten beste en ze gaan ook aan het werk. Om je gevoel van geborgenheid wat te verhogen, zet je de radio aan, op de zender van mooie muziek. Daar komt de reclame: FIVE, FOUR, THREE enz. wordt je toegebruld, en dan eerst het kwek-kwek-kwek van de zichzelf profilerende omroeper.

Waarom doen ze het? In sommige Amerikaanse café's had je destijds, misschien al een jaar of dertig geleden, een jukebox waar je één plaat kon kiezen, die geen geluid gaf. Voor een kwartje drie minuten muziekloos. Als je deze plaat koos, maakte je je niet populair. Ik heb het niet zelf meegemaakt, maar in de krant gelezen dat iemand die een paar keer dit geluidloze nummer had gekozen, eerst bedreigd werd, en toen hij zei: It's a free country werd afgetuigd.

Vorige week werden er drie minuten stilte gehouden voor de slachtoffers van de aanslag in Madrid. Een radiostation in Nederland, ik weet niet welk, jammer genoeg heb ik het gemist, heeft een verslag gemaakt van deze minuten stilte. En ja, dames en heren, het geluid sterft weg. Het is bijna ongelofelijk, maar het wordt nog stiller. Ja! Ja! De vogels weten niet hoe ze het hebben! We kunnen nu een speld horen vallen. Dit is INDERDAAD een historisch ogenblik! De seconden tikken weg. En ja, de stilte is weer voorbij! Dit waren INDERDAAD on-ver-ge-te-lij-ke minuten. Zoiets stel ik me voor.

Toen ik een kind was, hadden we buren met een pianola. In die tijd las ik jongensboeken over de heldendaden van onze zeevaarders in de Gouden Eeuw. Zeeslagen, enteren, en hoe een kanonskogel de kruitkamer van een vijandelijk schip trof. Ik lag in bed. Aan de andere kant van de muur werd de pianola aangezet. Ik stelde me voor dat ik achter mijn kanon zat. Vuur! Daar ging de pianola aan duizenden splinters. ,,Gooi een atoombom op Hilversum'', regel uit het gedicht van Max de Jong, Heet van de naald. Dat heb ik veel later gelezen. Ik dacht aan de pianola van de buren.

We hebben andere, betere apparatuur gekregen, maar het maakt geen verschil. De pianola's zullen er zijn, tot de jongste dag.