Onvolwassen

Dankzij de column van Leo Prick krijg ik het gevoel dat er nog mensen die die weten wat er speelt bij de opleiding voor zij-instromers (Onvolwassen, W&O, 6 maart). Delen van de opleiding zijn zeker nuttig. Vooral het gedeelte vakdidactiek.

Andere delen zijn betrokken uit de standaard opleiding voor studenten op de lerarenopleiding en sluiten niet aan bij wat je nodig hebt. Mijn ervaring als beginnend leraar met praktische ervaring in het bedrijfsleven, is dat er een enorm verschil is tussen het omgaan met leerlingen en het omgaan met volwassenen. Denk aan het gebruik van U en jij. Je zegt niet `willen jullie dat doen', maar `doe dat'. Ook het kunnen inschatten van de spanningsboog van leerlingen (en die van jezelf) zou je in twee lessen kunnen bespreken.

Dit soort zaken leer je in de dagelijkse praktijk, en vrij snel ook, niet in de opleiding. In de opleiding wordt gekeken naar `competenties'. Vervolgens wordt de aanvulling van competenties tot een goed niveau gepropageerd. Toch moet iedereen hetzelfde programma doorlopen.

Nog veel storender is dat de opleiding (Fontys) gewoon slecht georganiseerd is.Zij-instromers zijn in de regel zeer gemotiveerd. Bij een vraag of probleem ben ik vaak de reaktie tegengekomen : `dan moet je niet bij mij zijn', waarna je via en omweg wel weer bij dezelfde persoon terugkomt.

Ook hier zijn er gelukkig uitzonderingen, die deze observatie niet bevestigen. Het aardige is dat, in elk geval voor de lerarenopleiding die ik volg, het aantal deeltijdstudenten veel groter is dan het aantal voltijdstudenten. Als je in het bedrijfsleven een verandering van markt ziet, dan pas je je daarop aan. In het onderwijs kennelijk niet.