Ongrijpbare pleiter voor Ahold

Peter Wakkie is de eerste topadvocaat die de overstap maakte naar het zakenleven. Als bestuurder van Ahold moet hij het concern door tal van rechtszaken loodsen. Portret van een trendsetter.

Een enigma. Een januskop. Iemand die het ene moment Mr. Bean is, het andere moment Al Pacino. Een deftige man die plat praat en vies eet, en niemand weet waarom hij dat doet – zijn collega's en vrienden niet, zijn vriendin niet, zijn dochter niet. Die dochter, Julie Wakkie (24), zegt dat ze haar hele leven al probeert te begrijpen wat voor man haar vader is. Hij lijkt frivool en flamboyant. Maar zij vindt hem vooral integer. ,,Hij handelt altijd naar eer en geweten, zonder Donner-achtig te worden.'' Mensen zullen van hem verwachten, zegt ze, dat hij een VVD'er is. Maar Julie Wakkie denkt dat haar vader op GroenLinks stemt, of misschien wel op de SP.

Dit is de man die vorig jaar oktober het advocatenkantoor De Brauw Blackstone Westbroek verliet en toetrad tot de raad van bestuur van Ahold om de onderneming voor te bereiden op de rechtszaken die zullen komen, aangespannen door beleggers, door beurstoezichthouders, door het openbaar ministerie. Want Ahold bedroog zijn accountant en merkte te laat dat het in Amerika zelf werd opgelicht. Toen dat in februari 2003 uitkwam, ging de onderneming bijna failliet. Peter Wakkie (55) is de eerste advocaat van zijn niveau die in Nederland de overstap naar het zakenleven maakte, al weet zijn vriend en collega Johan Kleyn (56) van Allen & Overy ook een voorbeeld uit zijn eigen kantoor: Rob van de Vijver. Die ging in de jaren '70, toen Allen & Overy nog lang geen Allen & Overy was, naar de raad van bestuur van Heineken.

Johan Kleyn weet meer voorbeelden – uit Amerika. Hillary Clinton. Richard Nixon. Cyrus Vance. Een van de bazen van CityBank. De bazen van grote investeringsbanken. In Amerika, bedoelt hij, is het al lang zo dat topadvocaten naar topposities buiten hun eigen vak gaan, ook naar topposities in de politiek. En omdat Nederland door de internationalisering van het zakenleven op Amerika gaat lijken, en advocaten in dat zakenleven steeds belangrijker zijn, zal dat hier volgens Johan Kleyn ook vaker gaan gebeuren. Advocaten zijn geen mannen meer die ,,in hun toga op de fiets, haren in de wind'' uit pleiten gaan. Advocaten – in ieder geval advocaten met een specialisatie in ondernemingsrecht – zijn mensen die strategisch kunnen meedenken, praktisch zijn, risico's kunnen taxeren en over de financiering van een overname kunnen onderhandelen. En dat kán ook vanuit de bestuurskamer. Johan Kleyn zegt dat Peter Wakkie geen uitzondering zal zijn, maar een trendsetter. Een trendsetter die de nieuwe cultuur zelf mee naar Nederland nam. Peter Wakkie werkte in Amerika, net als Johan Kleyn.

Op woensdag 3 maart, bij de aandeelhoudersvergadering van Ahold in Den Haag, zit Peter Wakkie vooraan op het podium, tussen bestuursvoorzitter Anders Moberg en president-commissaris Karel Vuursteen in. De vergadering is bijeengeroepen, omdat Ahold het toezicht op de onderneming anders wil organiseren, met meer macht voor de aandeelhouders. De aandeelhouders zijn daar tevreden over, maar ze zijn ook boos. Ze willen weten waardoor Ahold in moeilijkheden is gekomen en waarom de verantwoordelijken niet, of niet eerder, zijn ontslagen. Anders Moberg beantwoordt vragen met: ,,Brengt u ons alstublieft niet in nog meer moeilijkheden.'' Karel Vuursteen probeert het met grappen. ,,Mijnheer De Vries'', zegt hij tegen Peter Paul de Vries van de Vereniging van Effectenbezitters als hij hem het woord geeft. Maar dan realiseert hij zich dat het in zijn nadeel is om deze door bestuurders gevreesde vertegenwoordiger van aandeelhouders zo aan te spreken. Vuursteen corrigeert zichzelf. ,,Ik bedoel mijnheer drie''. Peter Paul de Vries staat bij de derde microfoon. Als hij begint te praten, wordt hij meteen in de rede gevallen. ,,Mijnheer drie'' zegt Karel Vuursteen, ,,wilt u zeggen wie u bent en namens wie u hier staat?''

En Peter Wakkie? Die noemt feiten, tientallen feiten, uit zijn hoofd. Geen oordelen, geen emoties. Of hij zegt: ,,Als u ons vraagt of wij de ware toedracht kennen, dan antwoord ik dat wij die niet kennen.'' Het openbaar ministerie en de beurstoezichthouders zijn de partijen die het onderzoek doen. Als een aandeelhouder een vraag stelt waarop hij het antwoord had geweten als hij had dóórgelezen, legt Peter Wakkie zijn vinger naast zijn neus, trekt zijn wenkbrauwen op en zucht.

Geen studentencorpsmanieren. Maar hij was wel een echte corpsstudent, meer dan de meeste ondernemers en leden van raden van bestuur in Nederland. De mannen uit de generatie van Peter Wakkie waren soms wel lid – Cees van der Hoeven van Ahold was president van Vindicat in Groningen, Karel Vuursteen compenseerde het linkse imago van zijn studie in Wageningen met ruig kroeggedrag – maar vaker waren ze dat niet. Ze gingen van de lts en de hts naar Delft (Aad Veenman van de Nederlandse Spoorwegen), of ze begonnen na de mulo meteen te werken (Ad Scheepbouwer van KPN), of ze hadden meer belangstelling voor voetbal dan voor wat anders (Leo van Wijk van de KLM). En ze hadden vaders die kapper, arbeider of boekhouder waren. Maar de vader van Peter Wakkie zat in de raad van bestuur van de Amrobank. De familie woonde in een villa in Kralingen, de mooiste buurt van Rotterdam, en de moeder van Peter Wakkie maakte op zondagmorgen scrambled eggs.

Dat laatste vertelt Bert Eikelboom (57), hoogleraar vaatchirurgie aan het Universitair Medisch Centrum Utrecht. Hij logeerde wel eens bij de familie Wakkie. Bert Eikelboom kent Peter Wakkie van het huis waarin ze in hun studententijd woonden, aan het Begijnehof in Utrecht. Ze zaten samen in de commissie van het Utrechts Studentencorps, Peter Wakkie als president, Bert Eikelboom als fiscus. In die tijd, 1969, was de commissie, die de sociëteit beheerde, nog apart georganiseerd van de senaat, die de vereniging leidde en vertegenwoordigde. ,,Peter zat in een goeie jaarclub'', zegt Bert Eikelboom. ,,Er zaten alleen jongens van adel in, of jongens van goeie, oude families.'' Het was de Lotsclub, genoemd naar het café waarin de leden in de negentiende eeuw bij elkaar kwamen. De ouders van veel jongens kenden elkaar. Paste Peter Wakkie erbij? Bert Eikelboom, die in een andere jaarclub zat, zegt: ,,Ja hoor.'' Hij heeft wel andere, scherpere herinneringen aan die tijd. Aan de wandelingen 's avonds van hun huis naar de sociëteit aan het Janskerkhof, twee straten verderop. ,,Peter had vaste punten waar hij altijd langs moest, of die hij even moest aantikken.''

Bert Eikelboom, die veel practicum en college had, vertelt over de zeldzame ochtenden dat hij langer thuis bleef en met zijn huisgenoten – allemaal rechtenstudenten, Johan Kleyn woonde er ook – in de badkamer de ochtendkrant besprak. Ze lazen De Telegraaf, het viel Bert Eikelboom toen al op dat Peter Wakkie ,,progressiever was dan gemiddeld'', al sprak hij zich nooit echt uit. Eikelboom pakt een jubileumboek van de Universiteit Utrecht uit de kast en laat een foto zien van een protestbijeenkomst in het Academiegebouw, 1968. Het was de tijd van de studentenopstanden. Bert Eikelboom en andere leden van het corps zitten, jasje dasje, op de voorste rij. Ze waren erheen gegaan om te pesten. Maar Peter Wakkie was er niet bij. ,,Daar sprak hij zich verder ook niet over uit.''

Bert Eikelboom zag in Peter Wakkie toen al af en toe de advocaat die hij zou worden. In het jaar dat ze in de commissie zaten, brak er ruzie uit met de senaat. De senaat wilde meisjes tot het corps gaan toelaten. En het kaalscheren van foeten in de groentijd moest worden afgeschaft. De commissie wilde dat niet. Dat wil zeggen: zes leden van de commissie wilden het niet. De president, Peter Wakkie, wilde het wel. ,,Maar in de discussies met de senaat'', zegt Bert Eikelboom, ,,verdedigde hij ons standpunt.''

Frans Rosendaal (51), notaris bij De Brauw Blackstone Westbroek, vertelt ook zoiets, maar dan uit de tijd dat Peter Wakkie voorzitter van de maatschap was en er over een fusie werd onderhandeld met het Britse advocatenkantoor Linklaters. Dat was in 2000. Frans Rosendaal: ,,Peter verdedigde een jaar lang zeer vasthoudend het standpunt van de partners. Hij wilde de fusie zelf ook. Maar toen hij merkte dat de meerderheid de fusie niet meer wilde, draaide hij zich om en zei: dan doen we het niet.'' Frans Rosendaal leerde Peter Wakkie kennen in New York, waar hij ook een tijd werkte, rond 1980. Frans Rosendaal zat bij een Amerikaans kantoor, Peter Wakkie bij De Brauw, dat daar als eerste Nederlandse advocatenkantoor een vestiging had. ,,De Brauw en Westbroek waren nog niet gefuseerd'', zegt Frans Rosendaal. ,,Peter wilde weten waarom ik daar rondliep. Hij was argwanend, hij dacht dat Westbroek ook een kantoor in New York wilde openen.'' Vijf jaar later hoorden ze allebei bij ,,de jongeren die de match en de synergie'' tussen de advocaten van De Brauw en de notarissen van Westbroek zagen.

De Brauw was deftig, Haags. Volgens Bert Eikelboom, de vaatchirurg, had Peter Wakkie als student al besloten dat hij daar wilde werken. ,,Het had de reputatie van het beste kantoor van Nederland.'' Er werd alleen, zegt Frans Rosendaal, geen geld verdiend. Westbroek was niet deftig, maar er werd wel geld verdiend. Het hoofdkantoor zat in Rotterdam. De coördinator van de facilitaire dienst daar, Wim Houweling (42), vertelt dat de advocaten die vanuit Den Haag werden overgeplaatst, neerkeken op de Rotterdammers. ,,Ze hadden er geen zin in.'' Hij dacht dat Peter Wakkie ook op hen neerkeek – hij zei zo weinig, hij gedroeg zich zo nonchalant. Maar daarin vergiste Wim Houweling zich. ,,Zo is hij gewoon.''

Ze werden loopmaten, samen met Piet Jongbloed, bijgenaamd Piet de Drukker, omdat hij hoofd van de huisdrukkerij was. Peter Wakkie was na zijn studie al begonnen met rennen. In zijn jaar in de commissie was hij, zegt Johan Kleyn, dik geworden van het bier drinken. Daarna werd hij slank, bijna mager.

Peter Wakkie loopt marathons. Hij nam Piet Jongbloed en Wim Houweling een paar keer mee naar New York, de laatste keer was in 2002. ,,Hij betaalde alles uit eigen zak'', zegt Wim Houweling. ,,Maar daar kwamen we pas later achter.'' De moeder van Peter Wakkie ging ook een keer mee. Ze vlogen alle vier economy, maar ze sliepen in verschillende hotels. Piet Jongbloed en Wim Houweling in The Marriot op Broadway, Peter Wakkie en zijn moeder in The Plaza. ,,Peter was daar ook voor zaken'', zegt Wim Houweling. In 2002 woonde Peter Wakkie in een appartement in de 52th street, toen was hij er voor een paar maanden. Hij wilde eigenlijk niet meelopen, hij had te weinig getraind. ,,Dat zeggen marathonlopers altijd'', zegt Wim Houweling. ,,Ze hebben altijd blessures en ze trainen nooit.'' Een marathonloper legt in de maanden voor een wedstrijd 70, 80 kilometer per week af.

Volgens Wim Houweling is Peter Wakkie geen technische renner. ,,Hij doet het op karakter. Hij begint, zet zijn blik op oneindig, en als het niet meer lukt, gaat hij toch door.'' De eerste keer was Peter Wakkie geëindigd op 3 uur en 40 seconden, en dat was 35 seconden sneller dan Piet Jongbloed. Wim Houweling: ,,Dat vond hij erg fijn.'' De laatste keer was Peter Wakkie bang dat Wim Houweling sneller zou zijn. ,,Het was het eerste dat hij vroeg toen we aankwamen: welke tijd?'' Wim Houweling had er langer over gedaan. Hij kreeg zes flessen champagne.

Peter Wakkie trad op voor het Italiaanse Gucci, toen dat overgenomen dreigde te worden door het Franse LVMH. Hij hielp de Franse supermarktketen Casino bij de overname van Laurus. Hij was een van de advocaten in de zogenaamde baggeroorlog tussen HBG, Ballast Nedam, Boskalis, Heijmans en BAM. Overnames, vooral vijandige overnames, waren de laatste jaren zijn specialisme. Wat maakt hem succesvol?

Johan Kleyn, advocaat bij Allen & Overy: ,,Hij weet veel, komt snel tot de kern, is niet pompeus en doet nooit ingewikkeld.'' Frans Rosendaal, notaris bij De Brauw: ,,Het is zijn ongrijpbaarheid. Hij is niet in een hokje te duwen en dat levert hem veel voordelen op.'' Dat vindt de vriendin van Peter Wakkie, Marielle Legein (32), ook. Ze is kandidaat-notaris bij De Brauw, ze zegt: ,,Omdat hij niet te plaatsen is, weten mensen niet wat ze van hem kunnen verwachten. Hij komt overal mee weg.'' Frans Rosendaal zegt dat Peter Wakkie kan doen als een veehandelaar. ,,Toen hij nog onderhandelde met Linklaters, zei hij op woensdag dat hij zou blijven praten tot vrijdag. Als ze er dan niet uit waren, zei hij, ging hij weg. De Engelsen geloofden dat dan niet. Maar hij gíng op vrijdag weg.''

Frans Rosendaal denkt, net als Johan Kleyn, dat de overstap van Peter Wakkie naar Ahold geen incident is, maar het begin van een trend. Tussen 1996 en 2000 hadden ondernemingen het tegen hun aandeelhouders en de rest van de wereld bijna alleen nog maar over de winst per aandeel. Toen hadden de financiële experts het in de bestuurskamers voor het zeggen. Na alle schandalen praten ondernemingen vooral over corporate governance, goed ondernemingsbestuur. En voor de vormgeving daarvan zijn advocaten nodig. Frans Rosendaal vindt het mooi voor Peter Wakkie dat hij voor Ahold werd gevraagd, maar hij begrijpt niet waarom de beurskoers van Ahold omhoogvloog toen zijn benoeming bekend werd. ,,Je zou denken dat ze bij een onderneming meer hebben aan iemand die zich bezighoudt met omzet en kosten.'' Rosendaal vindt dat de benoeming van een advocaat in de raad van bestuur van Ahold symboliseert hoe groot de problemen van de onderneming zijn.

Frans Rosendaal en Johan Kleyn twijfelen er niet aan of Peter Wakkie het goed zal doen bij Ahold – door zijn gedrevenheid, zijn vermogen om hoofd- en bijzaken te scheiden. ,,Hij zal het alleen lastig vinden dat hij naar buiten zijn mond moet houden'', zegt Johan Kleyn. ,,Hij is geen eigen baas meer.'' Maar verder? Past een man die volgens zijn vrienden, zijn vriendin en zijn dochter niets om geld of uiterlijk vertoon geeft in een cultuur waarin bestuurders, ontslagen of nieuw aangesteld, van de onderneming miljoenen eisen? Julie Wakkie, zijn dochter, zegt dat hij dat verschrikkelijk vindt. Ze slaat meteen haar hand voor haar mond – ze denkt dat ze te ver gaat. Marielle Legein, zijn vriendin, geeft geen antwoord op de vraag of het Peter Wakkie was die bestuursvoorzitter Anders Moberg in september vorig jaar liet afzien van zijn gegarandeerde bonussen. (Peter Wakkie was toen al adviseur van Ahold.) Ze zegt: ,,Dat vind ik te gedetailleerd om op in te gaan.''

Bert Eikelboom, de vaatchirurg en studievriend, zegt dat Peter Wakkie altijd nog harder gewerkt heeft dan hijzelf. Aan het eind van hun studietijd, vertelt hij, gingen de jongens van het huis aan het Begijnehof een keer met hun vriendinnen logeren in het buitenhuis van de ouders van een van hen, in Zeeland. ,,We gingen wandelen op het strand. Maar Peter bleef binnen met zijn paperassen.''

Peter Wakkie trouwde op zijn vijfentwintigste, kreeg een dochter (in New York) en een zoon (in Den Haag). En toen ging hij weg. Zijn vrienden zeggen dat hij veel over zijn kinderen praat, Frans Rosendaal vindt hem een ,,echte familieman''. ,,Hij gaat met ze op wintersport, hij is met zijn zoon naar Nepal geweest.'' Maar Julie Wakkie – ze studeert geschiedenis – zegt: ,,Een familieman? Zeggen ze dat?'' Ze is even stil. ,,Geloof ze niet. Maar vader is dol op mijn broer en mij, zeker nu we volwassen zijn, en wij zijn dol op hem. En hij heeft altijd heel goed voor ons en onze moeder gezorgd. Maar hij is geen familieman.'' Getrouwd zijn, een gezinsleven, ouderavonden – Julie Wakkie zegt dat haar vader het allemaal even erg vond.

Marielle Legein, als kandidaat-notaris gespecialiseerd in ondernemingsrecht, zegt dat Peter Wakkie, nu hij bij Ahold zit, nog vaker 's avonds laat thuiskomt. Ze vindt het niet erg, ze is zelf ook vaak laat. Ze eten samen, ze praten, ze lezen kranten en in het weekend rennen ze in het Vondelpark, vlak bij haar huis in Amsterdam-Zuid. Ze zegt dat Peter Wakkie, als hij klaar met werken is, naar het buitenland wil om ,,iets goeds'' te doen. ,,Iets dat hij kan'', zegt ze. ,,De overheid van een ontwikkelingsland adviseren over investeringen bijvoorbeeld.''