Neemt ING-bank haar jaarverslag wel serieus?

Het tumult rond de beloning van ING-topman Kist maakt eens te meer duidelijk dat grote ondernemingen moeite hebben met hun eigen jaarverslaglegging. De verplichting om salarissen en bonussen van topmanagers te vermelden in het jaarverslag, leidt tot verkrampte reacties van de ondernemingen, die zich gedragen als betrapten met de hand in de koektrommel.

In de reacties van de captains of industry wordt in ieder geval een loopje genomen met de logica. Zo wordt de genereuze beloning van ING-man Kist verantwoord met het argument ,,dat men dat elders ook betaalt'' en dat men daardoor wel mee moet. Dit is een klassieke drogredenering, simpelweg, omdat er geen verband aanwezig is tussen het één (beloning ING) en het ander (beloning elders). De redenering is onjuist, omdat de ING-topman per definitie niet elders betaald wordt.

In een variant op bovenstaande argumentatie laat ING weten ,,dat de maatschappij hierom vraagt''. De huidige (eveneens verkrampte) reactie van de maatschappij toont aan dat ook deze bewering onjuist is.

Daarnaast laat topman Kist ook nog weten geen boodschap te hebben aan de Nederlandse kritiek op zijn beloning, ,,omdat ING een internationale onderneming is, die toevallig in Nederland zit''. Nog afgezien van de feitelijke onjuistheid over het toevallige karakter van de geografische locatie van de ING, ondersteunt dit argument op geen enkele wijze de feitelijke beloning.

Maar erger dan de argumentatie van de beloning van de ING-top is het feit dat de onderneming zijn eigen verslaggeving niet serieus neemt. In de verhouding tussen bedrijf en aandeelhouder/belanghebbende mag men verwachten, dat het bestuur zich achter de rapportage stelt en bereid is toelichting te geven c.q. verantwoording hierover af te leggen.

Als ING-topman Kist 1,16 miljoen euro verdient, dan verdient hij dat ook, en daarvoor zijn redenen aan te geven. Indien deze redenen er niet zijn of men deze niet wil prijsgeven, dan trekt het management de eigen jaarverslaglegging in twijfel.