Naar het paradijs

Soms vraag ik me wel eens af of we met een wereld zonder utopieën en ideologieën slechter af zouden zijn geweest. Ik denk het niet. Misschien zelfs wel beter. Maar de mens is onverbeterlijk en blijft zoeken naar het groenere gras achter de heuvels. Om utopieën hangt de geur van toekomst, ze bieden uitzicht op een paradijs in het hiernumaals of het hiernamaals. Althans voor gelovigen. Ze strelen de fantasie van de één, prikkelen de woede van een ander, inspireren tot debat. Zoals vorige week, toen de filosoof Hans Achterhuis (auteur van De erfenis van de utopie) en de historicus en Kamerlid (SP) Ronald van Raak (auteur van Oud licht op nieuwe zaken) in het Amsterdamse Felix Meritis met elkaar discussieerden over de vraag of utopieën gevaarlijk zijn. Ja, vond Achterhuis, want utopieën leiden tot totalitaire staten. Sommige wel, andere niet, reageerde Van Raak (Trouw, 12 maart 2004).

Aan utopisten geen gebrek in Nederland eind negentiende, begin twintigste eeuw. Neem de arts-schrijver Frederik van Eeden met zijn kolonie Walden. Of Felix Ortt, vegetariër en geheelonthouder met zijn Kolonie van de Internationale Broederschap en zijn Rein Leven-beweging, bij wie thuis het lied Money is the root of all evil met stip in de familietoptien stond. Of de vredesactivist en onderwijsvernieuwer Kees Boeke, die als antwoord op de ingevoerde defensiebelasting weigerde zijn belastingaanslag te voldoen. In tegenstelling tot de huidige woonwagenbewoners en Hells Angels kwam hij daardoor wél in aanraking met de politie. Hij was een utopist pur sang die zelfs het geld als verderfelijk betaalmiddel afwees en weigerde uit afkeer van privé-eigendom een slot op zijn deur te bevestigen, waardoor hij vanzelfsprekend ook ongewenste bezoekers over de vloer kreeg kreeg.

Kleurrijke dromers, gedreven en wereldvreemd. Maar tamelijk ongevaarlijk omdat ze slechts invloed hadden op hun eigen groep, hun eigen sekte. Slechts hun volgelingen liepen het gevaar van uitstoting. De opperdromers hadden weliswaar een vaag concept van een nieuwe samenleving maar stelden zich tevreden met het toepassen van de utopie op kleine schaal, in de eigen omgeving. Een sociaal experiment. Onverwezenlijkbaar ontwerp van een volmaakte toestand, staat er in Van Dale. Tot op heden, zou ik er tegen beter weten in aan toe willen voegen.

Maar dat wordt anders als we het hebben over ideologieën, als systeem van samenhangende idealen dat door een sterke leider op verwezenlijking wacht. Dan ligt het gevaar op de loer. Neem Al-Qaeda dat met geweld een fundamentalistisch-islamitische samenleving wil realiseren. (Of zou slechts de totale chaos het te verwezenlijken ideaal zijn?) De hele wereld moet eraan geloven, totalitair als ze zijn. Zie Adolf Hitler met zijn Duizendjarig Rijk. Zie Lenin met zijn proletariërs aller landen die zich moesten verenigen. Neem zijn navolgers Stalin en Mao. Gewetenloze idealisten die geen genoegen namen met veranderingen in de eigen omgeving, zoals de utopisten.

Hun ideologieën werden behalve door henzelf uitgedragen door een voorhoede van gelovigen. De communistische ideologie die wars was van elites kon zelf niet zonder. De voorhoede die de vorm aannam van een partij hoefde geen verantwoording af te leggen, ze had tenslotte de wijsheid in pacht. De ongelovigen moesten opgevoed, bevrijd worden uit hun vals bewustzijn. Een gevaarlijke arrogantie die zelfs in de jaren zeventig nog furore maakte, toen een jonge generatie revolutionairen opnieuw het wiel uitvond.

Verdraagzaamheid stond niet bepaald hoog in het vaandel. Andersdenkenden werden niet getolereerd. En degenen die wel eens begrip hadden voor politieke tegenstanders konden dat maar beter niet laten merken. Ze zouden de klassenvijand, zoals de communisten dat zo mooi noemden, eens in de kaart kunnen spelen. Onder die dreiging verruilde een volgeling zijn eigen mening maar al te graag voor die van de voorhoede.

De kracht van het ideologische systeem is af te meten aan de mogelijkheid tot infiltratie door buitenstaanders. De beste methode om kennis te vergaren om de tegenstander te ontregelen, als er geen afvalligen zijn. Zoals geheime diensten een ingang zoeken bij Al-Qaeda (of misschien al gevonden hebben), zo was de communistische partij in de jaren vijftig van de vorige eeuw het doelwit van de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD, de voorloper van de AIVD). Voor de BVD was de CPN als een ijsberg, slechts ten dele zichtbaar. De onzichtbare, ondergrondse activiteiten moesten worden ontmaskerd. Evenals de samenzweerders die herkend konden worden aan hun taalgebruik. Gebruikten zij ingewikkelde, slechts voor intimi begrijpelijke woorden als mandatencommissie, transformatorriemen en staartpolitiek, dan wist de BVD dat hij beet had. De woorden zijn inmiddels uitgestorven, maar ik ben ervan overtuigd dat de geheime diensten nu vocabulaire en omgangsvormen van de moslim- extremistische terrorist in kaart brengen. Als er geen of te weinig draaiagenten waren (wankelmoedige gelovigen die voor de BVD wilden werken), dan werden opbouwagenten ingezet.

Zo vertrouwde een voormalige BVD-functionaris me eens toe dat hij als runner ooit een student had opgeleid om de CPN te infiltreren. De jongeman moest proberen zich een plaats in de partijhiërarchie te verwerven. Wekelijks woonde de student vergaderingen bij, bracht hij folders rond en deed hij mee aan demonstraties. Tussentijds sprak hij af met zijn runner in een obscuur café om te worden gecoacht. De student was leergierig en verwierf zich als opbouwagent een hoge positie in het partijapparaat. De missie leek geslaagd, de BVD had een uitstekende informatiepositie.

Maar wat gebeurde er? De leerling was zo goed dat hij was gaan geloven in het communistische ideaal en hij weigerde nog informatie aan zijn coach te verstrekken. Via de krant kon de oud-BVD'er zijn pupil nog volgen, ook nog nadat de CPN opging in GroenLinks. Hij kwam hem zelfs zeker twintig jaar later nog een keer op straat tegen. Maar het opmerkelijke was dat de leerling zijn leermeester niet meer herkende. Te confronterend? Verdrongen? Waarschijnlijk had hij, om zich de idealen eigen te maken, zich als een kameleon gedragen en van meet af aan de kleur aangenomen van zijn politieke omgeving. De acteur had zich te goed ingeleefd in zijn rol.

Begrijpelijk. Echte ideologieën verdragen geen twijfels, hun partijen eisen totale overgave. Of anders gezegd: bewustzijnsvernauwing. Misstanden in de maatschappij die moet worden omvergegooid worden onder de loep genomen met een vergrootglas, misdaden op de lange weg naar het paradijs met een verrekijker, onnauwkeurig en selectief. Dat maakt ideologieën zo gevaarlijk.

Ik zou graag idealist, of misschien wel utopist, willen zijn, maar ik vertrouw mezelf en zeker anderen niet. Dan maar liever een leven zonder het heilige vuur. Als dat conservatief is, zoals Van Raak beweert, moet dat maar.