Mondiale netwerken stellen grens aan de Amerikaanse militaire macht

Door de huidige informatierevolutie en globalisering krimpt de wereld en zijn de Amerikanen gedwongen tot samenwerking.

De campagne voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen begint goed op gang te komen en daarmee ook het debat over de macht van Amerika. Een jaar geleden, nadat in de oorlog in Irak in vier weken bliksemsnel de overwinning was behaald, meenden velen dat dat thema was afgerond. Maar door de latere moeilijkheden in Irak – en in de Amerikaanse buitenlandse betrekkingen meer in het algemeen – is het centraal komen te staan in de verkiezingsstrijd.

Toen ik in 1990 Bound to lead publiceerde, voorspelde ik dat de macht van Amerika zou blijven groeien. Maar thans acht ik het net zo belangrijk om kritiek uit te oefenen op de algemeen heersende opvatting dat Amerika onoverwinnelijk is. Volgens sommige analisten was de wereld van na de ineenstorting van de Sovjet-Unie unipolair; de macht van Amerika leek vrijwel onbegrensd. Dat is een dwaling. In een tijdperk van wereldwijde informatie is de macht tussen landen verdeeld volgens een patroon dat doet denken aan een complex, driedimensionaal schaakspel.

Op het bovenste schaakbord is de militaire macht hoofdzakelijk unipolair. De VS beschikken als enige land over omvangrijke, hypermoderne strijdkrachten te land, ter zee en in de lucht die wereldwijd kunnen worden ingezet; vandaar de snelle overwinning in Irak vorig jaar. Maar op het middelste schaakbord is de economische macht multipolair; daar nemen de VS, Europa, Japan en China tweederde voor hun rekening. Op dat economische bord kunnen andere landen het vaak opnemen tegen de Amerikaanse macht. Het onderste schaakbord is het domein van transnationale betrekkingen die, buiten de zeggenschap van regeringen om, grenzen overschrijden. Aan het goede uiteinde van het spectrum omvat dit domein bijvoorbeeld bankiers die langs elektronische weg enorme bedragen overboeken; aan het andere uiteinde zitten terroristen die wapens transporteren, of hackers die internetoperaties verstoren.

Op dit onderste bord is de macht sterk versnipperd en spelen begrippen als unipolariteit, multipolariteit en hegemonie geen rol. Wie op basis van dergelijke traditionele definities van de macht van Amerika een unilateraal Amerikaans buitenlands beleid aanbeveelt, hanteert een hoogst gebrekkige analyse. Vele serieuze bedreigingen voor de macht van Amerika doen zich niet voor op dit bovenste, militaire bord waarop de unilateralisten zich concentreren maar op het onderste, transnationale bord. Als de VS zwichten voor de verleiding om hun eigen weg te gaan, zou hen dat paradoxaal genoeg in dit domein kunnen verzwakken.

Waarom is dat zo? Als gevolg van de huidige informatierevolutie en het soort globalisering waarmee zij gepaard gaat, maakt de wereld een gedaanteverandering door: hij krimpt. Wanneer mettertijd de technologische vooruitgang zich naar andere landen en volkeren uitbreidt, zal Amerika's betrekkelijke suprematie slinken.

Belangrijker nog is dat de informatierevolutie virtuele gemeenschappen en netwerken in het leven roept die zich aan geen landsgrenzen storen; ook is er een grotere rol weggelegd voor internationale ondernemingen en niet-overheidspersonen – waaronder ook terroristen.

De terroristische aanvallen op New York, Washington en nu Madrid zijn vreselijke symptomen van de ingrijpende veranderingen die nu al plaatsvinden. Langs technologische weg is macht regeringen uit handen geglipt, waardoor individuen en groepen de kans hebben gekregen om een rol te spelen in de wereldpolitiek – bijvoorbeeld door grootscheepse verwoestingen aan te richten – iets wat ooit voorbehouden was aan regeringen. Op economisch gebied heeft privatisering de afgelopen jaren de toon gezet, maar in de politiek komt de privatisering van oorlog neer op terrorisme.

Daar komt bij dat naarmate de globalisering alle afstanden verkleint, gebeurtenissen in afgelegen oorden ieders leven sterker raken. De wereld is van de Koude Oorlog overgegaan naar het Mondiale Informatietijdperk. De groeiende mondiale netwerken zetten nieuwe punten op nationale en internationale agenda's, waaronder vele die de Amerikanen echt niet zonder hulp kunnen oplossen. Internationale financiële stabiliteit is essentieel voor welvaart, maar zonder samenwerking met anderen kunnen de VS haar niet realiseren.

Omdat de VS in de informatierevolutie aan kop gaan, en omdat zij in de traditionele machtsmiddelen zo'n buitengewoon sterke positie hebben, zullen zij nog een hele tijd het machtigste land van de wereld blijven. Maar in een wereld waarin de grenzen meer doorlaten dan ooit, van drugs tot terrorisme, zullen de Amerikanen gedwongen zijn met andere landen samen te werken.

Is hoofd van de Kennedy School of Government aan Harvard en voormalig Amerikaans onderminister van Defensie. Binnenkort verschijnt Soft power: The means to success in world politics.

© Project Syndicate