Moegestreden, maar niet alleen

Na elf jaar zwaait Cees-Rein van den Hoogenband (54) af als voorzitter van Top- zwemmen Zuid-Nederland. ,,Ik ga wel eens kort door de bocht, maar wil vooruit.''

Hoe vaak zijn zoon hem al niet voor gek heeft verklaard? ,,Och, zo vaak. `Pa, stop d'r mee, je wint dit gevecht toch niet.' Zonde van mijn tijd en energie, volgens Piet. Misschien heeft hij wel gelijk. Wat hij kan, kan ik niet: zijn ergernis verbijten door een stralende glimlach op te zetten. Kon ik het maar.''

Na elf bewogen jaren zwaait Cees-Rein van den Hoogenband (54) volgende week af als voorzitter van Topzwemmen Zuid-Nederland. Met hem vier andere leden van de stichting, die het Nederlandse topzwemmen ruim tien jaar geleden vanuit Eindhoven (zwembolwerk PSV) mede `bevrijdde' uit de ketens van het verstikkende amateurisme. Bankdirecteur Theo Vinken neemt aan het slot van de Eindhoven Swim Cup, komend weekeinde in de Tongelreep, de voorzittershamer over.

Zijn afscheid komt niet te vroeg, eerder te laat, stelt Van den Hoogenband. Na de scheiding der geesten de vorming van de Philips-profploeg rondom zoon Pieter kort na de Spelen van Sydney (2000) bleef de uitgeholde PSV-selectie steken in goede bedoelingen. Schuldbewust: ,,Het heilige vuur was weg. Ook bij ons. Het was een drietrapsraket: de opgang in Atlanta met twee keer brons voor Kirsten Vlieghuis, de doorbraak in Sydney met semi-professionals in het bestuur en vijf keer goud voor Piet en Inge, en vervolgens de stilstand op weg naar Athene.''

Het verval tekende zich vorig jaar al af. ,,Onze Swim Cup deugde niet, het rammelde in organisatorisch opzicht. Wij hebben ons dat aangetrokken en tegen elkaar gezegd: onze schuld, had niet mogen gebeuren. Al pratende kwamen we tot de slotsom dat de rek eruit was. In plaats van een verdere professionalisering moesten de zwemmers terugvallen op mensen zoals ik: iemand met een drukke baan als chirurg en tevens clubarts bij [voetbalclub] PSV. De profploeg formeerde een eigen professionele staf, terwijl de stichtingsploeg was aangewezen op goedwillende amateurs. Wij, het bestuur dus, hebben er geen schep bovenop gedaan. Net zo goed als wij onvoldoende oog hebben gehad voor de aanwas van jeugdig talent.''

Het is dat zelfkritische vermogen dat Van den Hoogenband node mist bij de Nederlandse zwembond (KNZB), die hij de voorbije jaren dan ook met regelmaat betichtte van een gebrek aan visie en daadkracht. ,,Ik heb het vaker geroepen, maar het is een waarheid als een koe: met het succes van `Sydney' (vijf keer goud, red.) is niets gedaan.''

Verbitterd zegt hij niet te zijn. Moegestreden? Hij knikt. ,,Ik pas niet in de bondsstructuur, zoveel is duidelijk. Misschien ben ik langzamerhand wel onderdeel van het probleem geworden. Ik proef links en rechts zo'n sfeertje: heb je hem weer. Ik weet dat ik me met mijn grote waffel niet overal even geliefd heb gemaakt. Vind ik niet erg, hoort erbij. Neemt niet weg dat het goed is dat ik nu een stap terug doe. Weg uit de vuurlinie, het is de beurt aan anderen.''

Een ander gezicht, een ander optreden Van den Hoogenband zegt slechts te kunnen hopen dat zijn afscheid een verfrissende uitwerking heeft. ,,Ik ben chirurg en gewend een diagnose te stellen, en vervolgens knopen door te hakken. Ik ben van origine `een probleemoplosser'. Ik ga wel eens kort door de bocht, dat weet ik. Maar ik wil vooruit. En ik zie het zwemmen nu twee, drie jaar stilstaan. Wat wij ook doen of proberen om de buitenboordmotor een zetje te geven: het gáát niet.''

Het laatste robbertje vocht de medicus uit Geldrop vorige maand uit met de Stichting Topzwemmen Nederland (STN), het ooit als slagvaardig bedoelde orgaan dat volgens Van den Hoogenband nog altijd `een gevangene' is van de breedtesport-georiënteerde bond. ,,Al jaren roepen we met z'n allen dat de NK een topsportevenement moet zijn. Nee, zei de directeur van de zwembond vorig jaar, het is een breedtesportevenement. Klinkt gek, maar was ik blij mee. Schept tenminste duidelijkheid.''

Critici verwijten Van den Hoogenband dat hij boter op zijn hoofd heeft. Hij verliet het mede door hem geïnitieerde STN nog vóórdat de KNZB-topsportpoot het levenslicht zag. Hoofdschuddend: ,,Kom nou! Twee jaar lopen goochelen met statuten. Daar zijn wij in vijftien minuten klaar mee. Nee, ik zag er geen heil in en geef me eens ongelijk. Is het sindsdien beter gegaan met die club? Neem van mij aan dat de KNZB in werkelijkheid helemaal niets ziet in STN. Prima, maar zég dat dan.''

Topsport betekent keuzes maken. Van den Hoogenband kan die woorden niet vaak genoeg herhalen. Maar kom daar eens om in het overlegmodel dat de Nederlandse topsport zo eigen is en bij ,,een bond die ambities slechts met de mond belijdt''. Fel: ,,Als sporters kiezen voor topsport en hun studie voor vier jaar in de ijskast zetten, dan moet de bond ook durven kiezen en dus investeren in randvoorwaarden. Niet sporters aan hun lot overlaten. Topsport is geen vrijblijvende bezigheid.''

Niet iedereen zal rouwig zijn om het vertrek van `de beroepsquerulant'. Hij weet het. ,,Her en der zal een stiekem gejuich opgaan. Maar omdat ik weet uit welke hoek die geluiden komen, berust ik daar in. Ik mag dan misschien een Don Quichotte zijn, ik ben niet de enige. Geestverwanten genoeg: Cees Vervoorn, Ad Roskam, André Cats, Joop Alberda, noem maar op. Dus laat men niet te hard juichen.'' Bovendien: `ze' zijn nog niet van hem af. Als lid van de evenementencommissie zal Van den Hoogenband zich gaan bemoeien met ,,de invulling'' van het te realiseren zwemstadion in Eindhoven.

Het topzwemmen `staat', mede door zijn toedoen, en niemand die dat kan of zal betwisten. Vraag is echter: hoe lang nog? ,,Ik bewonder het optimisme van [technisch directeur van NOC*NSF] Joop Alberda. Die dramt en die ramt, en dat moet hij vooral blijven doen. Maar als realist vrees ik het ergste. Kijkend naar het zwemmen: in Athene zal het toch weer van Pieter en Inge moeten komen, met hopelijk een verrassing van die moordmeid van een Marleen Veldhuis. Maar dan heb je het wel gehad.''