Modecollectie vervangen door platte plaatjes

De angst slaat vele deskundigen en liefhebbers van mode en kostuums om het hart, nu de volgende aanval op de presentatie van de fenomenale kostuumcollectie van het Gemeentemuseum Den Haag nota bene door de eigen directeur wordt ingezet (NRC Handelsblad, 4 maart).

Hoe kan het dat een dermate rijke collectie uit de presentatie van het museum wordt weggeschoffeld ten faveure van een populistische en opportunistische poging om meer jongeren naar binnen te halen? Die multimediale prietpraat van directeur Van Krimpen is niet meer dan een holle frase die slechts past bij poseurs. Ingegeven door een gebrek aan affiniteit met mode en kostuums worden de non-argumenten erbij gezocht: ,,Dooie poppen met jurken'' worden vervangen door platte plaatjes. Hebben we echt zo'n lage dunk van jongeren dat ze daarmee genoegen moeten nemen in plaats van ,,the real thing''? Gaan we schilderijen uit de collectie ook op posters presenteren?

Wie goed nadenkt over het intensieve en persoonlijke gebruik van kleding en de kwetsbaarheid ervan, beseft hoe bijzonder het is dat deze collectie tot stand is gekomen. Het is een collectie die op aansprekende wijze de artistieke ontwikkelingen en smaakveranderingen in een periode kan laten zien. Een parel in de kroon van het museum waarmee al vele prachtige presentaties zijn ingericht, voor jong en oud. En dat zijn inderdaad vaak klappers, zoals Gitta Luiten, directeur van de Mondriaan Stichting, terecht opmerkt.

Met de suggestie van een nationaal mode-instituut wordt het gratuite karakter van de plannen van Van Krimpen pas echt duidelijk. Dit dode schaap is al eerder aan de rand van de weg blijven liggen. Hoezo ,,vertraging door problemen met de startsubsidie''? Financieringstekorten weerhouden Van Krimpen er niet van om alvast te beginnen met de afbraak van de Modegalerij, die pas in 1998 voor veel geld speciaal voor de presentatie van mode en kostuums is aangelegd.

Misschien moeten we afspreken dat het Gemeentemuseum zijn transformatie naar elektronisch pretpaleis pas mag uitvoeren als de zorg voor de presentatie van de kostuumcollectie inderdaad is gewaarborgd, desnoods door de oprichting van een mode-instituut. Wedden dat dat dan wél kan?