Mijn pensioen en ik

Uit onderzoek van de stichting Pensioenkijker blijkt dat Nederlanders zich niet graag verdiepen in hun pensioen. Ze vertrouwen erop dat het straks wel goed komt en ze realiseren zich niet hoeveel factoren van invloed zijn op de hoogte van hun oudedagsvoorziening.

`Nederlanders hebben een laag pensioenbewustzijn'', zegt Elske ter Veld, voormalig staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, en voorzitter van de stichting Pensioenkijker. Elke 65-plusser krijgt AOW en daarnaast bouwen werknemers een aanvullend pensioen op. Zelfs uitzendkrachten hebben een eigen pensioenregeling. ,,Maar de meeste mensen hebben geen idee hoeveel dat is'', meent Ter Veld. ,,Ze vertrouwen er op dat het goed zit, omdat het pensioen in Nederland goed geregeld is.'' De stichting Pensioenkijker, een samenwerkingsverband van ouderenorganisaties, consumentenorganisaties, vakbonden, pensioenfondsen en verzekeraars, wil het pensioenbewustzijn dan ook vergroten. Uit onderzoek blijkt dat van de mensen tussen de 35 en 65 jaar slechts een kwart weet van welk bedrag zij later moeten rondkomen. Naarmate mensen meer verdienen, weten zij meer over hun toekomstige pensioeninkomen.

Het ideale pensioen komt bruto overeen met 70 procent van het laatstverdiende loon. Omdat 65-plussers in de eerste schijf in een lager belastingtarief vallen, komt dat neer op ongeveer 90 procent netto. Dit is inclusief de AOW-uitkering. Maar de meeste mensen halen dat bedrag niet. ,,Ze realiseren zich onvoldoende dat allerlei grote beslissingen in hun leven gevolgen hebben voor hun pensioen'', zegt Ter Veld. Als mensen onvoldoende pensioen opbouwen, is het belangrijk dat ze dat vroeg ontdekken. ,,Hoe eerder je erachter komt, hoe meer tijd je hebt om zelf iets te regelen. Als je pas als je met pensioen gaat merkt dat je geld tekortkomt, kun je er niets meer aan doen.''

Dat de meeste mensen niet toekomen aan het ideale pensioen, heeft verschillende oorzaken. Van baan veranderen kan bijvoorbeeld veel invloed hebben. Wie van baan verandert, komt vrijwel altijd in een andere pensioenregeling terecht. Vroeger konden de opgebouwde pensioenrechten niet meeverhuizen van het ene fonds naar het andere, maar sinds 1994 is waardeoverdracht wettelijk geregeld. Dit is niet altijd gunstig, zeker niet wanneer de pensioenrechten meeverhuizen van een goede regeling naar een minder goede. Er zijn duizenden pensioenregelingen die onderling sterk verschillen. Zo is bij de ene regeling het jaarlijkse opbouwpercentage hoger dan bij de andere. Of de toetredingsleeftijd verschilt. Aan sommige pensioenregelingen kunnen werknemers deelnemen vanaf hun 18de, bij andere moeten ze wachten tot ze 25 zijn. Er zijn regelingen waarbij mensen op hun 62ste met pensioen kunnen en er zijn regelingen die een pensioenleeftijd van 65 hanteren. De ene pensioenregeling voorziet in een nabestaandenpensioen op risicobasis – geen nabestaanden, geen geld – en de andere regeling heeft een nabestaandenpensioen op opbouwbasis. De gepensioneerde kan in dat geval het nabestaandenpensioen zelfs inruilen tegen een hoger ouderdomspensioen. Sommige regelingen keren een pensioen uit dat gebaseerd is op het laatstverdiende salaris – de zogenoemde eindloonregelingen – andere gaan uit van het gemiddelde salaris gedurende de hele loopbaan – middelloonregelingen – en bij weer andere is de uiteindelijke pensioenuitkering afhankelijk van het rendement van een bedrag dat de werkgever beschikbaar stelt – beschikbare premieregelingen. Ook zijn er verschillen in de fran-chise – het gedeelte van het inkomen waarover geen pensioen wordt opgebouwd. De idee is dat dit inkomensdeel later al gedekt wordt door de AOW. Soms is de franchise gebaseerd op de AOW-uitkering voor gehuwden, dus op 100 procent AOW, soms op die voor alleenstaanden (70 procent) en soms is het weer een ander bedrag. Naarmate de franchise hoger is, bouwt een werknemer minder pensioen op. Al deze factoren leiden ertoe dat de keuze om pensioenrechten al dan niet mee te nemen naar de nieuwe werkgever lastig is.

Een andere belangrijke reden waardoor mensen het ideale pensioeninkomen niet bereiken is echtscheiding. Sinds 1995 zijn mensen die gaan scheiden wettelijk verplicht het pensioen dat tijdens het huwelijk is opgebouwd met elkaar te delen. Ook kinderen krijgen kan de hoogte van het pensioeninkomen beïnvloeden. Tijdens het zwangerschapsverlof gaat de pensioenopbouw gewoon door, maar met het ouderschapsverlof ligt het ingewikkelder. In de meeste pensioenregelingen is niet duidelijk bepaald wat er tijdens het ouderschapsverlof met de pensioenopbouw gebeurt. Een jaar geen pensioenopbouw is geen ramp, maar het probleem zit in het nabestaanden- en arbeidsongeschiktheidspensioen. Soms zijn deze risico's tijdens het ouderschapsverlof niet verzekerd en kan het verstandig zijn zelf een regeling te treffen om de risico's af te dekken.

Wie wegens de komst van kinderen of om een andere reden een paar jaar niet werkt bouwt vrijwel nooit een volledig pensioen op. De meeste pensioenrege-lingen gaan uit van een opbouwpercentage van 1,75 per jaar. Met veertig jaar werken spaart men uiteindelijk een pensioen ter waarde van 70 procent van het laatste loon bij elkaar (1,75 x 40 is 70). Omdat de AOW hiervan deel uitmaakt, is het belangrijk dat mensen een volledige AOW-uitkering krijgen. Wie vanaf zijn 15de in het buitenland verblijft, verliest jaarlijks 2 procent AOW, tenzij er vrijwillig premie wordt betaald. Veel mensen die pas op latere leeftijd naar Nederland zijn verhuisd komen hierdoor niet toe aan het ideale pensioen. Ook de partnertoeslag in de AOW is van invloed op de hoogte van het pensioen. Nu krijgt iemand die gehuwd is of samenwoont vanaf zijn 65ste een AOW-uitkering van 50 procent. Omdat de andere partner ook 50 procent krijgt, hebben ze samen 100 procent. 65-plussers met een jongere partner die niet of nauwelijks inkomen heeft krijgen op hun uitkering een toeslag van 20 procent. Die toeslag houden ze totdat de jongere partner ook 65 wordt en een eigen uitkering krijgt. Deze partnertoeslag wordt in 2015 afgeschaft.

Uit het onderzoek van de stichting Pensioenkijker blijkt dat mannen iets pensioenbewuster zijn dan vrouwen. Bovendien bouwen ze over het algemeen meer pensioen op. Dat het pensioen van vrouwen lager is, komt niet alleen doordat vrouwen veel vaker dan mannen in deeltijd werken of een paar jaar stoppen met werken om voor kinderen te zorgen, maar ook door discriminatie. Ruim tien jaar geleden kwam het nog voor dat pensioenregelingen vrouwen uitsloten van deelname, soms alle vrouwen, soms alleen gehuwden. Ook uitsluiting van deeltijders was tot in de jaren tachtig heel gebruikelijk. In 1994 besliste het Europese Hof van Justitie dat vrouwen die in het verleden door discriminatie geen pensioen konden opbouwen met terugwerkende kracht mogen deelnemen aan de regeling. De terugwerkende kracht geldt tot 8 april 1976. Wel moeten ze zelf de achterstallige pensioenpremies betalen. Omdat het om hoge bedragen kan gaan, zien veel vrouwen hiervan af. Het betalen van de premie hoeft echter niet altijd een probleem te zijn. Sommige pensioenfondsen, waaronder PGGM, dat als fonds voor de zorgsector veel vrouwelijke deelnemers heeft, verrekenen de achterstallige premies met de pensioenuitkering. In plaats van met terugwerkende kracht premies te betalen, krijgen de vrouwen een paar procent minder pensioen. Ter Veld: ,,Tot vlak voor de pensioengerechtigde leeftijd weet bijna de helft van de Nederlanders niet van welk inkomen ze de rest van hun leven moeten zien rond te komen. Wat je uiteindelijk krijgt kan meevallen, maar voor hetzelfde geld draait het uit op een forse financiële tegenvaller.'' Een griezelige gedachte, vindt de voormalige staatssecretaris.

Hoe krijgt u uw geld?

Mensen die 65 jaar worden, krijgen automatisch een AOW-uitkering van de Sociale Verzekeringsbank (SVB). Het aanvullende pensioen bovenop de AOW wordt echter niet automatisch verstrekt. Sinds 1994 verstrekken pensioenfondsen ieder jaar pensioenopgaven aan hun deelnemers. Zij moeten dit pensioen zelf aanvragen bij hun pensioenfonds. Officieel moet dit minstens drie maanden voor de pensioendatum. Het zal niet snel gebeuren, maar wie te laat pensioen aanvraagt kan een deel mislopen. Het is daarom belangrijk bij te houden waar pensioen is opgebouwd.

Sinds 1952 sturen pensioenfondsen eenmalig een overzicht van de opgebouwde rechten aan deelnemers zodra ze uit het fonds stappen. Mensen die ergens pensioen hebben opgebouwd en vervolgens stopten met werken of overstapten naar een ander fonds, de zogenaamde slapers, horen na hun vertrek nooit meer iets van hun pensioenfonds. Binnenkort zijn fondsen wettelijk verplicht om slapers elke vijf jaar te informeren over hun pensioenopbouw.

Nu is het nog zo dat mensen vaak geen idee hebben bij wie ze moeten aankloppen voor hun pensioen. Omdat het pensioenfonds van destijds niet meer bestaat en ze niet weten waar het geld is ondergebracht. Of omdat ze betwijfelen of ze bij een oude werkgever wel pensioen hebben opgebouwd. Op de website www.duidelijkpensioen.nl (onder het kopje `u en uw pensioen') valt te lezen hoe oude pensioenen kunnen worden opgespoord.

Mensen die een meningsverschil hebben met de pensioenuitvoerder kunnen terecht bij de Ombudsman Pensioenen (www.ombudsmanpensioenen.nl). Het meningsverschil mag niet gaan over de inhoud van het pensioenreglement en de klager moet eerst geprobeerd hebben het probleem zelf op te lossen met het pensioenfonds. Voor meer informatie over pensioenen, of voor een indicatie van de hoogte van het toekomstige pensioen, zie www.pensioenkijker.nl.