Meergranen genot

Elke week in Leven &cetera een column uit het onafhankelijke online jongerenmagazine Spunk. Over het leven der 16-plussers. Deze week de (bekorte) column van Wiegertje Postma (16).

Ik zie het meteen als ik de keuken binnenloop. Er valt niet aan te ontkomen. Op de keukentafel prijkt een maalmachine van hout en metaal met een grote zwengel eraan. Een degelijk keukenapparaat, met een vooroorlogse uitstraling. Vanaf de folder die ernaast ligt, glimlacht een gezonde arische peuter blond, met helblauwe ogen en roze bolle wangetjes me stralend toe onder de mededeling `Vollwertküche leicht gemacht!'. Het is zover. De gezondheidsmanie van ons gezin is een nieuwe fase ingegaan. Er is een muesli-pletmachine aangeschaft.

Vroeger was het anders. Toen aten we roomboter en margarine. Mijn moeder bakte wel eens lekkere slappe frietjes. We aten vlees. Veel vlees, van dieren die een ellendig en miserabel bestaan hadden geleid, vetgemest in kleine vochtige hokjes, zo nu en dan bekommerd hun koppetjes oprichtend om de enkele straal zonlicht die hun stal wist binnen te dringen op te kunnen vangen. We aten groenten, zo gekweekt dat de komkommer eruit zag zoals de komkommer in zijn essentie is: groen en kaarsrecht. Onze tomaten zagen wit van de pesticiden, maar het waren tomaten zoals je ze ziet op de plaatjes. En we waren simpelweg gelukkig.

Zo eenvoudig liggen de zaken niet meer. Ons gewetenloze eetpatroon veranderde drastisch toen mijn moeder een groenteabonnement besloot te nemen: iedere week een ecologisch verantwoorde bruine zak vol verse groente. Niet zomaar groente, maar echt biologisch en/of dynamisch. Van een biologisch-dynamische boerderij in Grubbenvorst, of in Togo. En niet slechts tomaat, spruit, komkommer en radijs, maar ook paksoi, wortelpeterselie, kakifruit en komatsuna. Dit alles geteeld met oprechte liefde voor de betreffende knol, vrucht of lof, in harmonie met zijn natuurlijke habitat. Onze maaltijd is sindsdien een experimenteel avontuur, met gestoofde paksoi en inheemse biologische groenten die eruitzien als bloemkolen, maar in werkelijkheid wortels blijken zijn.

Een volgende onvermijdelijke stap was het zelf kweken van levensmiddelen. Want zo puur als het onder je eigen ogen is opgegroeid en je het misschien wel een naampje hebt gegeven, is het natuurlijk het lekkerst. Die persoonlijke draai eraan geeft toch dat beetje extra smaaksensatie. Bovendien is het erg eenvoudig. Kleinschaligheid is het sleutelwoord bij mijn moeders particuliere kweek. De vensterbank in de keuken staat vol met in de haast bij elkaar gezochte bakjes met daarin alfalfa en tuinkers in verschillende stadia van ontwikkeling. En het fijne van tuinkers is, naast de vele vitamines die het bevat, dat je zo heerlijk kunt variëren met de oogst. Tuinkers in de salade, over kaas, boterhamvlees en pindakaas. Alles is gebaat bij een beetje tuinkers.

En dan nu dus de aanschaf van de muesli-pletmachine. Een solide handwerktuig om haver, gerst, rogge, tarwe en lijnzaad mee te pletten. Het algemene nut hiervan ontgaat me vooralsnog een beetje, maar het heeft wel iets moois: mocht er ooit universele rampspoed, ellende en gebrek uitbreken, is de familie Postma in staat om de hele buurt van alfalfa, tuinkers en geplette granen te voorzien. Zelfredzaamheid zoals je die niet veel meer tegenkomt in deze maatschappij. Tot die tijd moeten we het nog doen met de meneer van de natuurwinkel, die bij het afrekenen van enkele zakjes haver en pompoenpitten geïnteresseerd informeert: ,,Is het voor uw paard of voor uzelf?''

Meer: www.spunk.nl