Mag het Midden-Oosten wel democratiseren?

In hun pleidooi voor een transatlantische aanpak van de democratisering van het Midden-Oosten `Met Amerika voor beter Midden-Oosten' (NRC Handelsblad, 16 maart) laten de zeven leden van een `transatlantische denktank' na om twee cruciale vragen te beantwoorden: wíllen de transatlantici wel dat de Arabische wereld democratiseert, en staan de transatlantici open voor een alternatieve Arabische uitleg van het begrip democratie? Tot op heden lijken deze vragen namelijk met een `nee' beantwoord te worden, wat tevens de verklaring is waarom de transatlantische democratiseringspolitiek ten aanzien van het Midden-Oosten zo moeizaam verloopt.

Het Westen is er echter zelf niet over uit wat zij bedoelt met democratie. Is dat het recht je eigen volksvertegenwoordiging te kiezen? Of betreft het de waarborg van grondrechten als de vrijheid van meningsuiting en religie?

Deze twee hoeven niet samen te gaan: de Palestijnse leider Arafat is op democratische wijze verkozen, maar neemt het niet zo nauw met de grondrechten. In andere Arabische landen is sprake van ondemocratische regimes die wel een zekere vorm van liberalisme toestaan.

Het grote spookbeeld van het Westen is het islamitisch fundamentalisme. Islamitische organisaties willen graag meedoen aan verkiezingen en belijden ook luidkeels hun trouw aan de democratie. Maar als zij de verkiezingszege zouden behalen, bestaat dan niet het risico dat zij alle democratische beginselen aan hun laars lappen en de macht grijpen om een islamitische heilstaat in te voeren? Het Westen heeft daarom altijd de ondemocratische Arabische regimes gesteund. Liever een stabiele dictatuur dan de onvoorspelbaarheid van democratische verkiezingen.

Daarom is het misschien beter om te kijken naar de ervaringen die islamitische partijen in verkiezingen in andere Arabische landen hebben opgedaan: Jordanië, Jemen, Libanon, Marokko. De belangrijkste (want geruststellende) vaststelling is misschien wel dat geen van deze partijen een meerderheid heeft behaald. Het enige (niet-Arabische) land waar een islamitische partij wél de meerderheid heeft gewonnen is Turkije, en hier zijn geen aanwijzingen dat deze partij het seculiere democratische stelsel wil ontmantelen.