Loutering van een waterdrager

Maarten den Bakker (35) rijdt vandaag Milaan-Sanremo, de eerste wereldbekerwedstrijd. De wielrenner van Rabobank is hersteld van een depressie, die hem een jaar aan de kant hield. ,,Er zat een storing in mijn hoofd.''

Het tweede wielerleven van Maarten den Bakker gaat gepaard met gezinsuitbreiding. Zijn vriendin Ellen verwacht volgende maand een baby en wrijft met een trots gezicht over haar ronde buik. Hij heeft weinig te vertellen over het aanstaande vaderschap, des te meer over zijn geslaagde rentree in het profpeloton. Zij kent de uitgerekende datum uit haar hoofd. ,,Een dag na Luik-Bastenaken-Luik. Als het kind op de dag zelf komt, wacht ik zo lang mogelijk met bellen'', zegt ze met een uitdagende blik.

Den Bakker kijkt afwezig naar het boerenland. Een dijk en veel ruilverkaveling. Voorne-Putten is zijn geboortegrond. Hij is opgegroeid in Abbenbroek en woont tegenwoordig op een steenworp in Heenvliet. Zij komt uit Den Briel, een paar kilometer verderop. Ze leerden elkaar een paar jaar geleden kennen. Zij nam plaats op de brommer, als gangmaker van haar minnaar. Dat was in zijn eerste wielerleven. Toen stond hij al bekend als een toegewijde beroepsrenner, een waterdrager. In zijn tweede wielerleven is er weinig veranderd. ,,Ik kan mezelf nog behoorlijk pijn doen. Ik blijf een ideale renner om anderen te doen winnen.''

In de Belgische semi-klassieker Kuurne-Brussel-Kuurne ging hij vorige maand ouderwets tekeer. Hij hield zijn vriend en kopman Steven de Jongh uit de wind en was na afloop net zo blij als zijn zegevierende ploeggenoot. Met zijn beulswerk in de slotkilometers legde hij de sceptici het zwijgen op. Hij was terug van weg geweest. ,,Ik had die dag benen om zelf te winnen. Ik heb nooit vaak ondergedaan voor mijn kopman. Ik kan echt wel een stukkie fietsen. Alleen heeft het mij vaak aan zelfvertrouwen ontbroken. En ik sta niet graag in de belangstelling.''

De laatste opmerking is veelzeggend voor zijn karakter. Den Bakker praat dan ook niet graag over zijn zware depressie, die zich na jarenlang sluimeren in het voorseizoen van 2002 in alle hevigheid openbaarde. Hij vertelt bij voorkeur over zijn liefde voor de koers en zijn verlangen naar de voorjaarsklassiekers. Hij ontwijkt vragen over zijn ziekte, maar in de loop van de ochtend wil hij toch wel wat kwijt over deze donkere periode. Op de achtergrond dient Ellen als klankbord. Hij legt zijn ziel en zaligheid op tafel. ,,Maar ik wil dadelijk niet de renner zijn met die psychische klachten. Het moet een positief verhaal worden.''

Het negatieve verhaal openbaarde zich twee jaar geleden in de Driedaagse van De Panne, een rittenkoers aan de Vlaamse kust. ,,Noem het een storing in mijn hoofd. Alsof er een arm van mijn romp was afgesneden. Het was gewoon niet uit te leggen. Ik durfde niet eens mijn ploegleiders te bellen. Ik zag alles helder en toch was ik helemaal in de war. Er speelden zó veel dingen. M'n scheiding, het ongeluk van mijn zus. Zij was mijn grootste fan. Helemaal gek van de koers. Ze overleed in 1994. Misschien heb ik haar dood niet goed verwerkt. Maar mijn zus was zeker niet de enige oorzaak.''

Hij spreekt nu over ,,een klote periode'' en ,,een rampjaar''. Hij stapte in De Panne gedesillusioneerd van de fiets en zou pas na een half jaar voorzichtig weer een oefenrondje rijden. Tussendoor werd hij opgenomen in het Rotterdamse Dijkzigt-ziekenhuis. ,,Ik had professionele hulp nodig, maar stond er niet voor open. Later wel. Thuis liep ik tegen muren op. Zie je die brievenbus daar buiten? Ik durfde er niet meer naar toe te lopen. Ik voelde een bepaalde blokkade. Alsof ik de hele dag in de mist liep. De fiets heb ik een paar maanden niet aangeraakt. Ik sloot me steeds meer af van de buitenwereld. Ik dacht: `ik zit in een wak en laat mij daar maar lekker liggen'. Er brandde nog maar een klein waakvlammetje. Ik negeerde alle mailtjes en telefoontjes van de collega's. De jongens hebben mij nooit in de steek gelaten. Er is echt wel collegialiteit in het peloton. Met Steven heb ik altijd contact gehouden. Daarom was het ook zo mooi wat we samen in Kuurne presteerden. We gaan voor elkaar door het vuur. Steven is van een van de weinige vrienden in het peloton. De anderen zijn meer collega's.''

Hij is de artsen en verplegers van Dijkzigt ,,heel erg dankbaar'' voor hun kennis van zaken. ,,En ik heb daar nog veel gekkere mensen gezien'', zegt hij zonder ironie. ,,Als je het allemaal niet meer zo zeker weet, kun je op rare gedachten komen. Je weet niet half hoeveel kinderen van twaalf of dertien zich van het leven willen nemen. Ik heb dagelijks mensen aangetroffen in zulk soort situaties. Ik kan me er wel wat bij voorstellen, ja'', verwijst hij impliciet naar de dood van Marco Pantani die veel vragen heeft opgeroepen over het lot van de eenzame fietser in het door doping besmeurde profmilieu.

De Italiaanse renner raakte in de herfst van zijn loopbaan verslaafd aan drugs, nadat hij veelvuldig in verband was gebracht met verboden middelen. Hij voelde zich opgejaagd door de Italiaanse justitie, die hem een slecht voorbeeld noemde voor de jeugd. Pantani stierf vorige maand op een hotelkamer in Rimini. Er waren weinig collega's op zijn begrafenis. En de reacties in het peloton getuigden van weinig medeleven. ,,We hebben er veel over gepraat, maar niet in het bijzijn van journalisten'', verklaart Den Bakker. ,,Het valt niet mee voor de camera je diepere gevoelens te verwoorden. En de wereld draait door. Een paar uur na het bericht over zijn dood stonden we weer ergens voor vertrek.''

Hij heeft Pantani niet goed gekend. ,,Ik heb hem wel eens kort gesproken in de kleedkamer na een criterium. Ik ga meer met Nederlanders en Engelstaligen om. Ik spreek een beetje Frans, maar helemaal geen Italiaans. Ik had wel respect voor zijn prestaties, hoe die ook tot stand zijn gekomen'', refereert hij naar de hele en halve waarheden over Pantani's dopegebruik. ,,Hij is bezweken door de druk van justitie en door de aandacht in de media. Wat dat betreft laat Virenque (Franse renner die ook beticht is van dopegebruik, red.) zich minder snel gek maken. Voor hem neem ik mijn petje af. Hij heeft lak aan iedereen en rijdt nog vrolijk rond. Zelf heb ik het ook niet op journalisten. Ze schrijven alleen als er stront aan de knikker is.''

In tegenstelling tot Pantani of Virenque is Den Bakker nooit in verband gebracht met verboden middelen. Hij laat zich ook liever niet vergelijken met deze vermeende dopingzondaars. Hij is een ander mens, met andere ervaringen, ook al heeft hij tijdens zijn diepste crisis in 2002 overwogen de handdoek te gooien. Hoewel hij uit eigen beweging was gestopt, voelde het alsof zijn speeltje werd afgepakt. Zonder zijn collega's in het peloton, zonder zijn dagelijkse praatje met de mecanicien, was hij het laatste restje houvast kwijtgeraakt. Daarom had hij ook zo lang gewacht met afstappen. Wielrennen was zijn leven, zonder wielrennen was hij nog banger voor het zwarte gat.

,,Ik ben er alleen uit gekomen, want je moet altijd je eigen boontjes doppen in het leven, maar zonder de steun van Ellen had mijn herstel langer geduurd'', weet hij zeker. ,,Dat was ook het probleem met Pantani. Zijn vriendin had hem verlaten. Op het laatst had hij niemand meer. Terwijl ik altijd veel steun heb gehad van familie, vrienden en kennissen. Nu het weer beter met me gaat, heb ik alle contacten aangehaald. Na `Kuurne' kreeg ik geweldige reacties in mijn omgeving. Ik sta weer midden in het leven. De zon is gaan schijnen en gaat hopelijk nooit meer onder.''

Zijn rentree ging vorig jaar gepaard met vallen en opstaan. Hij was zo blij met zijn terugkeer in het peloton, dat hij genoegen nam met een anonieme rol. Hij werd voorbijgereden door renners met minder talent. Gaandeweg hervond hij zijn oude vorm. ,,Dat gaf een euforisch gevoel. Ik was zo blij als een klein kind dat voor het eerst op een fiets zit. Alleen wist de ploegleiding niet goed raad met mijn progressie. Ik wilde een paar klassiekers rijden, maar werd telkens gepasseerd. Er waren nog meer goeie renners in de ploeg, natuurlijk. Dat was een leuke manier van balen, na alle shit die ik had meegemaakt. Het was wel een goed teken, dat ik me weer druk maakte om de samenstelling van de ploeg. Te veel relativeren is ook niet goed.''

Zijn comeback was zo veelbelovend – hij won het NK tijdrijden in een gedevalueerd deelnemersveld – dat hij in het najaar van 2003 een aanbieding kreeg van US Postal, de ploeg van vijfvoudig Tourwinnaar Lance Armstrong. Hij voelde zich gestreeld en heeft serieus overwogen van werkgever te veranderen. ,,Ik wist niet zeker of mijn contract werd verlengd en heb tijdens de Ronde van Nederland een gesprek gehad met US Postal'', verklapt hij een goed bewaard geheim. ,,Daarna kreeg ik een telefoontje van Jan Raas (oud-manager Rabobank, red.). Hij wilde me graag houden en bood me een nieuwe contract aan. Het was een gevoelskwestie. Ik heb uiteindelijk gekozen voor zekerheid. Een Nederlandse ploeg is me altijd goed bevallen'', zegt de renner die eerder bij PDM en TVM fietste.

Bij Rabobank mist Den Bakker de warmte die hij bij zijn vorige werkgevers voelde. De zakelijke aanpak staat garant voor een goede organisatie, ook niet onbelangrijk. ,,Ik heb niets te klagen en ben goed opgevangen, maar een beetje meer waardering voor mijn prestaties was wel op zijn plaats geweest. Iedere renner heeft behoefte aan een schouderklopje, niet alleen de kopman. Soms vergaten ze ons na een dag `stoempen' even te bedanken. Sommige renners gingen niet meer door het vuur voor de ploegleiding. Daarom is het goed dat de leiding werd ververst. We waren een beetje op elkaar uitgekeken.''

Ploegleider Theo de Rooij werd manager en oud-renner Erik Breukink heeft tot veler tevredenheid zijn plaats ingenomen. Hij wordt geassisteerd door generatiegenoot Frans Maassen, die ook bekendstaat om zijn persoonlijke benadering. Aan de resultaten valt voorlopig af te lezen dat alle partijen goed gedijen bij de wisseling van de wacht. ,,De nieuwe ploegleiders staan meer tussen de renners'', zegt Den Bakker. ,,Ze zijn ook jonger en weten beter wat er in ons omgaat. En ze zijn duidelijker in de teambespreking. Theo twijfelde te veel. Hij had het ook te druk met papierwerk. Maar hij is verder een prima kerel. Ik ga jou echt niet zeggen dat Erik beter is dan Theo.''

De renners van Rabobank moeten in de voorjaarklassiekers aantonen of de nieuwe ploegleiding een positief effect sorteert. Maarten den Bakker schikt zich weer in de rol van waterdrager. Hij verheugt zich vooral op de Waalse klassiekers, waar hij in zijn eerste wielerleven bijna altijd goede uitslagen reed. De Waalse Pijl als voorproefje van Luik-Bastenaken-Luik. En dan snel naar huis om de geboorte van zijn eerste kind bij te wonen. ,,Veel collega's hebben het gemist. Wij plannen blijkbaar verkeerd.''