Lente

De Primavera toert al dagenlang als een bijbelse zingzang in mijn hoofd. Milaan-Sanremo! Lente! Zon op de rug! Champagne in de ogen! Iedereen op zijn paasbest! Geluk ontleend aan een ventiel! De mens is over heel de lijn ontoereikend, maar niet op de Cipressa en de Poggio, en al helemaal niet op de Via Roma. De Via Roma: een baldakijn van asfalt.

Toch wacht ik deze Milaan-Sanremo met een zekere tristesse af. Er is de dood van Marco Pantani, zoals nu is gebleken, aan een overdosis coke. Nog meer dopingverhalen uit Spanje en Frankrijk zijn in aantocht. Lance Armstrong en Johan Museeuw hebben, godbetert, op deze feestdag gekozen voor een hutje op de hei. En het ergste: oud-winnaar van Milaan-Sanremo, Jan Raas, is columnist geworden.

Geen misverstand: ik beschouw het als een privilege dat ik op deze plek in de krant mag staan. Maar ik heb nooit de Primavera gewonnen, niet eens een kermiskoers. Jan Raas wel. Hij, de gesel Gods, toen nog in voetriempjes, gaat nu in de krant een beetje filosofisch mijmeren over sport en moraal. Terwijl ik van Jan weet: zonder pils is er geen moraal. En ook geen heroïek, niet eens een geestesmerk op wielen.

Renners hebben het onweerstaanbare talent om zichzelf als geen ander te vernederen. Gino Bartali heeft dertig jaar lang, op een podium in Sanremo, zijn illustere verleden verduisterd als een armoedzaaier in een shirtje van een lokale sponsor. Bernard Hinault laat zich ongeremd inhuren als dé hansworst van de Tour de France. Joop Zoetemelk rijdt Dries van Agt en andere karikaturen van de samenleving voor op l'Alpe d'Huez, achter zijn wereldberoemde maskers. En nu gaat ook Jan Raas 'ontboezemen'. Uitgerekend de ex-kampioen en ex-manager van Rabobank die zijn leven lang van de omerta een deugd heeft gemaakt, gaat lullen. Over Dekker, Freire. Boogerd, Cipollini, Boonen en Bettini. Voor het geld hoeft hij het niet te doen. Waarom dan geen stilzwijgend kadaster blijven, tot de dood?

Toch word ik vandaag weer meegesleept door de gemoedelijke razernij van het peloton, van een vluchtkoers. Misschien is Milaan-Sanremo wel de meest linke wedstrijd van het jaar. Om het met de woorden van Roger de Vlaeminck te zeggen: ,,Milaan-Sanremo zuigt je leeg. Een hele dag wringen, trekken, vallen en opstaan, schreeuwt om uiterste concentratie. En hoe dat eindigt, weet niemand.'' Dat is precies de schoonheid van een klassieker: eigenlijk win je alleen in geval van nood.

Erik Dekker heeft er zin in. Hij droeg de voorbije dagen al de vreugde van de magnolia. Souverein hangend over beton, concurrentie en andere hindernissen. Een vrijgezel op weg naar de droom. Ik gun Erik de triomf van het dorp in de stad. Sanremo is niet de jas die bij hem past, maar hij heeft wel de gekromde rug van een kampioen. En nog sterretjes in de ogen, zoals kinderen die wel eens hebben voor de grote sprong naar vermeende onsterfelijkheid.

Erik weet het nog niet, maar de sprinters hebben tegenwoordig het laatste woord.

Het is een degradatie van de eerste lenteklassieker, en eigenlijk van alle klassiekers. Milaan-Sanremo hoor je met een beetje beroepsfierheid solo te winnen. Cipollini, Petacchi, Freire, het zijn leuke jongens, ook halfgoden zowaar, maar ze hebben niets meer dan de eer van de jump, niets meer dan de eer van een wiel. En dat is toch te weinig voor Milaan-Sanremo.

Ik reken op Bettini of op Vinokourov. Gestaalde eenzaten. Mannen die weten dat er veel misère vooraf gaat aan het orgasme. Fysiek en mentaal gesproken, veredelde knechten. Maar wel opgezaleld met het adagium: panache ontstaat uit armoede. Jan Raas zou er lyrisch over kunnen schrijven, maar schrijft hij zijn column zelf wel? Getrapte lyriek is geen lyriek.

QuickStep-manager Patrick Lefevere zei dat Bettini in bloedvorm is. Feretti zegt hetzelfde van Vandenbroucke. Breukink zwijgt. Erik zwijgt altijd als het op het uur van de waarheid aankomt. Zo heeft hij het geleerd van Jan Raas. Zwijgen helpt niet: Milaan-Sanremo is een sprookje. Een vluchtkoers die onzegbaar en onvooorspelbaar is. Maar bijna altijd zijn het de jeunes premiers die voor de bloemen gaan. En voor het meisje. Dat was nou precies het drama van Gino Bartali. Hij dacht dat de winnaar zijn omhelzing kwam zoeken. Helaas, wielrenners zijn allergisch voor bejaardenseks.