Kijk voor filmfinanciering naar de buurlanden

,,Filmbeleid wordt een zaak van de staatssecretaris van Cultuur. Economische Zaken en Financiën, die sinds 1999 intensief bij het filmbeleid zijn betrokken, hebben hun handen van de sector afgetrokken'', meldt deze krant op 16 maart.

Het ontwikkelen van alternatief filmbeleid, waar door een Kamermeerderheid in een motie van oktober 2003 om is gevraagd, vereist dat Nederland de blik op Europa richt. Mede dankzij het huidige filmstimuleringsbeleid zijn er de afgelopen jaren veel films geproduceerd die zich kunnen meten met het buitenlandse aanbod. Dat blijkt wel uit de bezoekersaantallen. Het afgelopen jaar bezochten 3,3 miljoen mensen een Nederlandse speelfilm in de bioscoop of het filmtheater.

Dankzij het succes van de afgelopen jaren zijn distributeurs en bioscoopexploitanten weer geïnteresseerd in de Nederlandse film. De betrokkenheid van deze marktpartijen is van groot belang voor de stabiliteit van de nationale filmbranche.

De filmsector en de overheid staan nu voor de prangende vraag hoe dit resultaat minimaal op het huidige niveau vast te houden. In een klein taalgebied als Nederland kunnen de productiekosten van een film nooit worden terugverdiend aan de eigen bioscoopkassa. Naast filmsubsidies en omroepbijdragen die de basis leggen voor het productiebudget, zijn alternatieve overheidsinstrumenten nodig om extra marktkapitaal voor film aan te trekken. De afgelopen jaren is dit marktkapitaal aangetrokken met de zgn. Film-CV-regeling, waarmee investeerders een deel van het risico van hun investeringen in film fiscaal konden afdekken. Deze regeling wordt na dit jaar beëindigd.

Bijna alle Europese landen waarmee Nederland zich mag vergelijken, kennen naast directe filmsubsidie ook meer marktgerichte overheidsinstrumenten, vrijwel allemaal gebaseerd op enige vorm van fiscaliteit. Fiscaal verlagen van risico's blijkt een adequaat instrument om filminvesteerders over de streep te trekken.

Wil Nederland zich niet vervreemden van Europa, dan moet het met een nieuw filmstimuleringsbeleid komen dat marktkapitaal aantrekt en de huidige ontwikkelingen voortzet. Alleen dan kunnen Nederlandse filmproducenten zich als volwaardige coproductiepartners een positie verwerven en in de pas blijven lopen met de filmcultuur in Europa. Afschaffing van fiscale faciliteiten betekent dat de Nederlandse film opnieuw zal worden gemarginaliseerd. Als films hier moeten worden geproduceerd voor minimale budgetten, zal het kritische bioscooppubliek uitwijken naar de Amerikaanse block busters, terwijl het juist massaal heeft aangegeven kwaliteitsfilms van eigen bodem te willen.