`Kennis beeldhouwtechnieken schiet tekort'

Museum Beelden aan Zee krijgt een Sculptuur Instituut voor onderzoek op het gebied van de hedendaagse internationale beeldhouwkunst.

Van buiten is het nagenoeg onzichtbaar, het Sculptuur Instituut dat maandag in Scheveningen wordt geopend met een internationaal symposium over de beeldhouwkunst. Het instituut is ondergebracht in een nieuwe ruimte van het Museum Beelden aan Zee dat tien jaar geleden gebouwd werd door architect Wim Quist. De uitbreiding, eveneens ontworpen door Quist, is een vernuftige toevoeging aan het sobere, half in de Scheveningse duinen verscholen museum dat zich uitstrekt onder en rondom het neo-classicistische Paviljoen Von Wied.

Onder de twee hoogste beelden-terrassen bij het museum werd het duinzand weggegraven en de vrijgekomen ruimte benut voor het Sculptuur Instituut en een nieuwe museumzaal waar nu de eigen collectie gebeeldhouwde portretten wordt geëxposeerd. Tussen deze portretgalerij en het Instituut is een lichthal aangebracht waar je vanaf de opnieuw aangelegde terrassen in kunt kijken.

Het interieur van het Sculptuur Instituut, met een grote studiezaal en bibliotheek, sluit tot in de details aan bij de inrichting van het museum. Ook hier overheersen de kustkleuren beige en wit en net als in het museum is gestreefd naar een verfijnde, strakke eenvoud en een levendige afwisseling van materialen als glas, hout, steen en metaal.

De kunsthistoricus Jan Teeuwisse (48), sinds twee jaar artistiek directeur van het Museum Beelden aan Zee, is nu ook directeur van het Sculptuur Instituut. Hij vertelt dat het instituut bedoeld is voor onderzoek op het gebied van de moderne en hedendaagse internationale beeldhouwkunst: ,,Het moet een plek worden waar over dit onderwerp alle mogelijke informatie te vinden is voor iedereen die daarin is geïnteresseerd. Dit is de eerste bibliotheek in Nederland die specifiek gericht is op de beeldhouwkunst en die bibliotheek moet de komende jaren zo volledig mogelijk worden. We gaan lezingen en symposia organiseren en we entameren wetenschappelijk onderzoek. Met studenten kunstgeschiedenis van de Leidse Universiteit willen we bijvoorbeeld de geschiedenis van het bronsgieten in Nederland onderzoeken. En er loopt al een onderzoek naar de invloed van Italiaanse beeldhouwers als Manzú en Marini op de naoorlogse beeldhouwkunst in Nederland. Zo'n onderzoek kan leiden tot een publicatie en ook tot een tentoonstelling in het museum.''

Voor hij directeur werd van Beelden aan Zee, was Teeuwisse hoofdconservator moderne en hedendaagse kunst bij het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie in Den Haag. Hij schreef diverse boeken over de Nederlandse beeldhouwkunst, die tussen 1920 en 1960 een bloeitijd doormaakte. Op 13 april promoveert hij op een proefschrift over de beeldhouwer Han Wezelaar (1901-1984). Het boek is ook de catalogus bij de expositie Wezelaar Statuaire in Museum Beelden aan Zee. Volgens Teeuwisse is het belangrijk dat er in Nederland meer onderzoek wordt gedaan naar de beeldhouwkunst: ,,Er komen ambachtelijke, technische en ook maatschappelijke aspecten bij kijken. Op veilingen is veel handel in kleinplastiek, maar er is een groot gebrek aan kennis over de technieken, waardoor vervalsingen moeilijk te herkennen zijn.''

Net als het museum waarmee het verbonden is, is het Sculptuur Instituut een private onderneming, opgericht door oud-Robecotopman Theo Scholten en zijn vrouw, die meteen enthousiast waren toen Teeuwisse het idee lanceerde. De combinatie van een museum met een wetenschappelijk instituut is afgekeken van Amerikaanse voorbeelden zoals de Frick Collection in New York. Teeuwisse benadrukt dat het Sculptuur Instituut weliswaar nauw gelieerd is aan het museum, maar dat het onderzoek lang niet altijd in dienst zal staan van de exposities die daar worden georganiseerd. ,,Er zal ook onderzoek worden gedaan dat los staat van de museumactiviteiten. Het museum is gericht op één thema, het `mensbeeld', maar die beperking geldt niet voor het Instituut.''

Tijdens het openingssymposium van het Sculptuur Instituut zullen verschillende experts hun definitie van het begrip `sculptuur' toelichten. Voor Teeuwisse is dit `een driedimenisonaal object dat in de ruimte staat'. ,,Nee,'' zegt hij, ,,een video van zo'n object is geen sculptuur. Maar bij installaties is het soms moeilijk uit te maken of ze wel of niet onder de beeldhouwkunst vallen.''

Sculptuur Instituut, Harteveldstr. 1, Scheveningen, di-vrij 11-17 u. Inl. 0703589076.