Kabinet reageert slecht op dreiging van terreur

Nederland moet zijn naïviteit laten varen.

De bevolking moet waakzamer worden.

De mensen van kwade wil zijn ook onder ons.

We doen in ons land helaas nog altijd alsof onze individuele vrijheid en onze veiligheid tegengestelde waarden zijn. Ons kabinet kan niet omgaan met de realiteit van na de terreuraanslagen. De politieke correctheid van Paars is gevolgd door een christelijk-politieke vermijdcultuur.

Ons kabinet, de minister van Justitie voorop, kan niet omgaan met de realiteit na 11 september 2001. Wie zou denken dat 11 maart 2004 het kabinet uit zijn dogmatische slaap zou wekken, vergist zich. Het kabinet toont geen gevoel van urgentie, onvoldoende politieke wil en vooral een gebrek aan bestuurlijke daadkracht als het gaat om de nationale veiligheid.

Geen gevoel van urgentie

Na de aanslagen in Spanje zijn er vrijwel geen – althans voor de bevolking zichtbare – extra maatregelen getroffen om de Nederlandse burger te beschermen tegen de dreiging van terrorisme. Als Nederlandse burger merk je geen verschil tussen de situatie voor en na de aanslagen in Madrid. Bij de Britse of Franse burger is dat anders: hun stations, wegen, horeca-gelegenheden, synagogen, vliegvelden, havens en allerlei andere kwetsbare plaatsen van de open samenleving worden extra beveiligd. Ook de nieuwe EU-lidstaat Polen heeft besloten luchthavens, metro's en stations extra te bewaken. Waarom volgt het kabinet deze voorbeelden niet?

Onvoldoende politieke wil

De terroristische dreiging in het Westen komt grotendeels voor rekening van een zeer klein deel van de moslims, de radicale moslims. Opeenvolgende kabinetten onderkennen dit onvoldoende. De politieke correctheid van Paars II is nu gevolgd door een christelijk-politieke vermijdcultuur. Elke keer als wij het kabinet aanspreken op de dreiging van de radicale islam voor onze rechtsstaat (zeer radicale moskeeën, geldverkeer ten dienste van radicale moslims, rekrutering van onze jeugd voor de jihad) krijgen wij te horen dat we ons te eenzijdig zouden richten op de islam of wordt om engelengeduld gevraagd. Het gedoogbeleid ten aanzien van dit type misdrijf is niet gewijzigd sinds Paars II, ondanks de verkiezingsbeloften en de mooie teksten in het regeerakkoord. Het kabinet erkent wel dat geld uit Saoedische hoek wordt geschonken aan radicale imams en moskeeën en dat de effecten hiervan vaak ongewenst zijn, maar doet er niets tegen. Nadat diverse van terrorisme verdachte personen zijn vrijgesproken, wacht de Kamer nog steeds op het door minister Donner toegezegde wetsvoorstel dat gebruik van AIVD-informatie in het strafrecht mogelijk moet maken.

Na vele vergeefse verzoeken uit de Kamer heeft dit Kabinet afgelopen week eindelijk toegezegd terroristische organisaties die op een EU-lijst staan te verbieden, maar de lijst is nog verre van compleet. Het kabinet heeft een aantal moskeeën ,,radicale bolwerken'' genoemd, maar doet hier verder niets mee.

Gebrek aan bestuurlijke daadkracht

Of we het willen inzien of niet, we zijn sinds `911' in oorlog met een vijand die ons laat weten: ,,Jullie houden van het leven en wij van de dood.'' Deze vijand heeft de wereld zwart-wit ingedeeld; de gemeenschap van gelovigen en de vijanden van Allah. Hij erkent de principes van de rechtsstaat niet en houdt moslims een ideaal hiernamaals voor. Het kabinet moet alles op alles zetten om de vredelievende islamitische meerderheid het ideaal van de rechtsstaat voor te houden in plaats van de nihilistische politieke islam. En het moet zich niet laten overtuigen door wie zegt dat wanneer je de vijand met naam en toenaam noemt, of wanneer veiligheidsmaatregelen daadwerkelijk worden ingevoerd, Nederland juist een doelwit zal worden van terroristische acties. De minister van Justitie verwijt ons dat wij, omdat we het gevaar van de radicale islam benoemen, een godsdienstoorlog ontketenen. De AIVD suggereert dat opinieleiders in Nederland jonge moslims in de armen van de jihadisten drijven.

Laten onze critici hun islamitische aanhang mobiliseren om te demonstreren tegen de aanslagen die in naam van hun godsdienst worden gepleegd. Dat is een zinvollere bijdrage aan de oplossing van de problemen dan het stelselmatig demoniseren van de boodschapper van het slechte nieuws.

Morgen kunnen radicale moslims in Nederland een terroristische aanslag plegen. Waar andere Europese regeringsleiders in alle open- en eerlijkheid een gevoel van urgentie aan hun bevolking proberen over te brengen, zou het minister-president Balkenende sieren dit voorbeeld te volgen.

De auteurs zijn lid van de Tweede Kamer en maken deel uit van de fractie van de VVD. Hirsi Ali is woordvoerder integratie. Wilders is woordvoerder buitenlandse zaken en terrorisme.