Iedereen zit er boven op

Vooral beleggers dagen bedrijven in Amerika voor de rechter. En waar fraude in de lucht hangt, liggen advocaten op de loer.

Ahold ligt aan kop met 14 rechtszaken. Shell volgt op de voet met 12. Volgens de Securities Class Action Clearinghouse, een handige website opgezet door de rechtenfaculteit van Stanford University, heeft Van der Moolen maar één rechtszaak tegen zich lopen, maar Google weet wel beter. Het Amsterdamse handelshuis, waarvan de Amerikaanse dochter op de New-Yorkse beursvloer is beticht van illegale handelspraktijken, doet niet onder voor Ahold en Shell. Waar fraude in de lucht hangt, zijn advocaten nooit ver weg.

Van wie komen deze rechtszaken? Van beleggers. Wat hebben deze bedrijven hun dan misdaan? Hun bestuurders hebben material misrepresentations naar buiten gebracht, ofwel `materiële', inhoudelijke, verdraaiingen van de feiten, die de koers van het aandeel kunstmatig hoog hielden. Anders gezegd: zij hebben de waarheid verzwegen. Als ze de waarheid hadden gesproken, is het idee, hadden beleggers de kans gehad hun aandelen van de hand te doen, voordat de koers implodeerde. Nu zijn ze te laat.

Aangezien Ahold, Shell en Van der Moolen staan genoteerd aan de New York Stock Exchange, moeten deze bedrijven zich houden aan de Securities & Exchange Regulations, beurswetten daterend uit 1934, aangaande waarheidsgetrouwe, tijdige, algemene openbaarmaking van relevante – lees: koersgevoelige – informatie.

Er zijn ook nog andere redenen voor een belegger om een bedrijf aan te klagen, bijvoorbeeld handel met voorkennis, of oneerlijke verdeling van aandelen bij een emissie, maar vrijwel altijd gaat het over de overtreding van Regulation FD ofwel Full Disclosure (algehele openbaarmaking), want een eerlijke financiële markt kan niet zonder transparantie. Misleiding is ook makkelijker te bewijzen. Zo zullen advocaten die optreden tegen Shell een vreugdedans hebben gemaakt toen vorige week bleek dat topmanagers al veel eerder afwisten van tegenvallende oliereserves.

Shareholder lawsuits zijn maar een deel van het procesrecht (litigation), dat in de VS alomtegenwoordig is – denk aan de gevleugelde woorden: `sue the bastards' als iemand onrecht is aangedaan – maar zij vormen door de aanhoudende bedrijfsschandalen in binnen- en buitenland wel een zeer belangrijk deel. Hoe meer schandalen, hoe meer gedupeerde beleggers. Volgens Stanford werd de piek van dit soort zaken in 2001 bereikt, het Jaar van Enron, met 492 zaken.

Voor de goede orde: het dozijn rechtszaken tegen de voornoemde Nederlandse bedrijven wordt straks samengebundeld in één zaak, een class action. Dat wil zeggen dat een hoofdklager (lead plaintiff) de zaak voert namens een groep klagers (de class). De rechter wijst de hoofdklager aan, alsmede het advocatenkantoor (lead counsel) dat hem of haar mag vertegenwoordigen.

Het is geen toeval dat in heel veel van dit soort civiele groepsrechtszaken telkens één naam terugkeert, die van Milberg Weiss Bershad Hynes & Lerach. Dit kantoor is met tweehonderd advocaten (en 250 man ondersteunend personeel) het grootste dat is gespecialiseerd in securities fraud ofwel effectenfraude.

Naar eigen zeggen heeft Milberg Weiss in zijn 35-jarige bestaan 30 miljard dollar opgehaald aan schadevergoedingen. In de jaren '80 maakte Melvyn Weiss, medeoprichter en hoofdpartner van het kantoor, furore met zijn optreden tegen de frauderende zakenbank Drexel Burnham en junkbond-koning Michael Milken. Voor fondsbeheerders en hun beleggers wist hij ten minste een miljard dollar te vorderen. Bijna bij alle grote fraudezaken van de afgelopen jaren speelde Milberg Weiss een rol.

Advocatenkantoren vechten niet zelden om de rol van lead counsel, want daar zit voor hen het geld. Vroeger dienden kantoren lukraak zaken in, bij iedere koersdaling, of die nu door fraude was veroorzaakt of niet. Vaak werden dan ook nog even snel een paar aandelen gekocht door een `professionele eiser', louter om partij te kunnen zijn. Aan dit soort praktijken is een einde gekomen met de Private Securities Litigation Reform Act van 1995.

,,Het gaat een beetje te ver als iedere aandeelhouder zomaar een schadeclaim kan indienen tegen een willekeurig beursgenoteerd bedrijf'', zegt Robert de By, een Nederlandse advocaat die sinds bijna 15 jaar in New York werkzaam is bij een Amerikaans kantoor – eerst Sullivan & Cromwell, nu Kramer, Levin, Naftalis & Frankel – en die optreedt namens aangeklaagde bedrijven. ,,Omdat er bij een rechtszaak hier nogal wat komt kijken, drijft dat de kosten enorm op.''

Tegenwoordig bekijkt een rechter eerst of er genoeg concrete elementen aanwezig zijn voor een class action; de gedaagde partij dient een motion to dismiss in, en als die wordt afgewezen, kan de zaak doorgang vinden. ,,De toetsing van de rechter is hier lichter dan in Nederland'', aldus De By. ,,Vervolgens is de procedure veel zwaarder, omdat partijen daarbij gebruik kunnen maken van elkaars documenten.'' Het grootste verschil, meent De By, blijft echter het jurysysteem, dat de uitslag veel minder voorspelbaar maakt.

In Nederland betaalt de verliezer de advocatenkosten van de winnende partij. Partijen betalen in de VS hun eigen advocaten. Advocatenkantoren zoals die van De By, die optreden namens bedrijven, worden net zoals in Nederland per uur betaald. De procesadvocaten die optreden namens individuen, zoals aandeelhouders in het geval van Milberg Weiss, krijgen bij winst een percentage van de opbrengst, de contingency fee.

De By onderzoekt en inventariseert internationale zaken, schadeclaims die in meer landen tegen zijn cliënten lopen. Dan stippelt hij een strategie uit voor de verdediging. ,,Het Amerikaanse procesrecht draait om feiten. Het gaat erom zoveel mogelijk feiten te verzamelen die de positie van jouw client versterken. Argumenten doen er veel minder toe. Als de zaak niet vooraf geschikt wordt, ben je in de rechtszaal aangewezen op de presentatie van zoveel mogelijk feiten die jouw versie van wat er is gebeurd ondersteunen.''

Doel: de schadeclaim zover mogelijk naar beneden brengen. ,,We hebben het hier over eisen van honderden miljoenen, soms miljarden dollars. Alles wat ik daarvan af kan krijgen voor mijn cliënt is winst'', zegt De By. Voor advocaten die optreden namens eisers, geldt uiteraard het omgekeerde. Zulke rechtszaken duren doorgaans lang. Pas vorige zomer eindigde de class action tegen Baan NV, het Nederlandse softwarehuis, aangaande `misleidende informatie' over bedrijfsresulaten in 1998, in een schikking. Het advocatenkantoor? Milberg Weiss. Het bedrag? 32,5 miljoen dollar. Verdeeld onder de deelnemende beleggers, met aftrek van advocatenkosten, blijft daar niet heel veel van over.

http://securities.stanford.edu/~sp/

index.html http://www.milberg.com

http://www.sec.gov