Hoe erg was `Madrid' nu eigenlijk?

De aanslagen in Madrid waren verschrikkelijk, maar niet het `9/11' van Europa, oordelen deskundigen uit diverse landen. `Was het maar zo simpel.'

Bittere verwijten kreeg Europa na de bomaanslagen in Madrid, de aangekondigde terugtrekking van Spaanse troepen uit Irak, en de bekend aandoende, Brusselse discussies over meer coördinatie in de bestrijding van het terrorisme. `Wanneer wordt Europa eens wakker en beseft ze eindelijk dat we in een heel gevaarlijke wereld leven', vroegen veel Amerikaanse en Israëlische commentatoren zich vertwijfeld af. `Appeasement', scholden veel columnisten (ook Europese) over het Spaanse plan om zijn troepen terug te trekken uit Irak. `Bin Laden, president van Europa', noteerden deskundigen van Britse denktanks.

Op zoek naar de betekenis van de bomaanslagen in Madrid en hun gevolgen, legde NRC Handelsblad zeven deskundigen in diverse Europese landen (zie kader) twee vragen voor: was `11 maart' voor Europa wat `11 september' voor Amerika was, zoals de invloedrijke Britse schrijver Timothy Arton Ash woensdag in het Britse dagblad The Guardian stelde? En welke conclusies moet Europa uit de aanslagen in Madrid trekken?

Bijna alle ondervraagden zijn het erover eens: `11 maart' in Madrid was níet `11 september' in de VS; helaas niet, voegt één van hen er zelfs aan toe. De verschillen achten zij aanmerkelijk groter dan de overeenkomsten.

Hoe verschrikkelijk de aanslagen in Madrid waren, een vergelijking met die in New York en Washington is ,,overdreven'', stelt de Duitse politicoloog Herfried Münkler. ,,Alleen al het aantal doden in Amerika was ruim tien keer zo hoog.'' Een ander belangrijk verschil, vindt de Britse veiligheidsexpert Martin Jacques, is dat ,,11 september een aanval was op wat velen beschouwen als de hoofdstad van de wereld''. Mede daardoor konden de aanslagen in de VS volgens hem ,,uitgroeien tot een cruciale cesuur in de geopolitieke verhoudingen''. Hij verwacht dat de polarisatie in het Westen zich door de gebeurtenissen in Madrid zal verdiepen.

Ook de beleving door de bevolking was zeer verschillend, analyseert de Italiaanse documentairemaker Michele Santoro. ,,Allereerst verwachtte iedereen nu een aanval van Al-Qaeda op Europa. De aanval van 11 september kwam juist geheel onverwacht. Daarnaast ging het in Madrid niet om een kamikazeaanval en in de VS wel. De kans is verder aanwezig dat de aanval in Madrid heeft plaats gevonden met hulp van lokale elementen. Wellicht heeft Al-Qaeda hulp gehad van de ETA.'' Verder zou je kunnen zeggen, aldus Santoro, ,,dat waar de aanslag in de VS gewoon een keiharde, frontale en gewelddadige aanval was, deze tegen Europa strategisch verfijnder is, meer politiek, en dat men er meer in geslaagd is om een wig te drijven tussen de VS en Europa.''

De Poolse oud-ambassadeur, Janusz Reiter, wijst op een ander verschil in beleving. ,,De Spanjaarden hebben altijd met terreur geleefd en waren dus in zekere zin voorbereid. Er was in Spanje een brede beweging van mensen die tegen de bemoeienis van hun land in Irak waren. Zij zien in de aanslagen een bevestiging van hun angsten. `11 september' daarentegen kwam als een volslagen verrassing.''

De verschillende beleving leidt tot andere reflexen, observeert de Leidse historicus Wim van den Doel. ,,Europa mist wat de Amerikaanse historicus Samuel Mead de `Jacksonian reflex' in de Amerikaanse buitenlandse politiek heeft genoemd, verwijzend naar oud-president Jackson. De VS zeggen als eiland: `Wij bemoeien ons in principe niet met de buitenwereld, maar als die ons slaat, slaan we hard terug'. Dat deden ze na Pearl Harbor in 1943, en dat deden ze na 11 september 2001. Europa reageert anders, voorzichtiger, verwacht meer van het overleg.''

De Poolse veiligheidsexpert Alexander Smolar vindt het in één opzicht bijna jammer voor Europa dat de verschillen tussen `11/9' en `11/3' zo groot zijn. ,,De situatie is voor Europa namelijk veel ingewikkelder dan voor de VS. Europa, met zijn andere geografische constellatie, verschillende politieke leiders, kritische publieke opinie en grote moslimgemeenschappen, gaat heel anders om met zulke gebeurtenissen dan de VS. Europa komt door de aanslagen in Madrid voor dramatische keuzes te staan.''

De enige die resoluut de grote overeenkomsten en samenhang beklemtoont tussen `11/9' en `11/3' is de Franse commentator Alain-Gérard Slama. ,,Wat er is gebeurd op 11 maart is de bevestiging van 11 september'', zegt hij. ,,Ook de methode was weer symbolisch. Op 11 september 2001 hebben ze het symbool van het kapitalisme geraakt, nu het centrum van de economische activiteit: transportmiddelen. De volgende keer zullen ze een massaler wapen inzetten, zoals gas – een progressie in methode.'' Slama betitelt de daders in beide gevallen als ,,revolutionairen zonder gezicht''. ,,Het is bijna erger dan Hitler. Met hem kon je tenminste onderhandelen. Het is totalitarisme, het derde na het nationaal-socialisme en het bolsjewisme.''

De gebeurtenissen mogen voor Amerika en Europa dan verschillend zijn, de conclusies moeten door het Westen zo veel mogelijk in gezamenlijkheid getrokken worden, vindt iedereen. Dat betekent volgens de meesten dat alle troepen in Irak moeten blijven totdat er een stabiel bestuur is, meer samenwerking tussen inlichtingendiensten, maar ook een open oog voor de binnenlandse gevolgen die de aanslagen zeker voor Europa zullen hebben.

Reiter, Münkler, Van den Doel, Slama en Smolar achten het van groot belang dat de Europese landen die nu troepen in dat land hebben, (Polen, Spanje, Italië, Nederland, Denemarken) die daar houden. Reiter: ,,Het idee dat vrede gekocht kan worden door te vertrekken uit Irak is een misvatting, een echt vreselijke misvatting.'' Van den Doel taxeert dat eerst nog meer aanslagen, bijvoorbeeld in Frankijk, nodig zijn om de kritische Europese bevolking ervan te overtuigen dat aanslagen zoals in Madrid niet het gevolg zijn van de militaire presentie in Irak.

Münkler waarschuwt: ,,Europa moet helpen voorkomen dat Irak in een burgeroorlog terechtkomt. Als dit gebeurt zullen de gevolgen nog harder op Europa terugslaan. Er zullen grote stromen vluchtelingen naar de Europese landen komen.'' Slama bepleit ,,een gezamenlijk front van Europa en de NAVO. We moeten helaas terugkeren naar de politiek van Roosevelt: Je zult ook dictaturen moeten ondersteunen die tegen de islamisten zijn, zoals Roosevelt Stalin steunde in zijn strijd tegen Hitler.'' Voor het Spaanse voornemen heeft hij dan ook geen enkel begrip.

De Italiaanse documentairemaker Santoro denkt hier duidelijk anders over. ,,Het is veel te simplistisch om te stellen dat Al-Qaeda wint als Spanje en Italië hun troepen zouden terugtrekken. Zolang de bezetting van Irak niet tot stabilisering leidt, en dat is nu zo, gaat het internationaal terrorisme toch ook door. Ook nu de troepen in Irak zijn, vinden daar bijna dagelijks aanslagen plaats. Dus de bezetting lost evenmin het probleem van het terrorisme op.''

Diverse ondervraagden wijzen tenslotte op de ingrijpende binnenlandse gevolgen die de aanslagen nog zullen hebben en die een specifieke houding kunnen vergen. Münkler zou graag zien dat de Europese landen een ,,heroïsche gelatenheid'' ontwikkelen tegenover aanslagen. Europeanen moeten zich door de terroristen niet van hun stuk laten brengen en hun angst afreageren op moslims in hun land. ,,De vele miljoenen islamieten die in Europa wonen mogen niet het mikpunt van wantrouwen worden. Zij moeten in hun waarde worden gelaten. Hun eer mag ze niet ontnomen worden. Anders zullen velen zich alleen maar minder thuisvoelen bij ons en worden de moslimgemeenschappen een dankbare voedingsbodem voor radicale islamieten''.

Münkler en Smolar leggen een verband met de eventuele toetreding van Turkije tot de Europese Unie. Beiden zouden die toejuichen, zeker na `11 maart'. Smolar verwacht dat als gevolg van de aanslagen in Madrid de druk van overheden op allochtone bevolkingen om verder te integreren of zelfs te assimileren, onvermijdelijk zal toenemen. Smolar concludeert: ,,Juist dan is het van groot belang Turkije als gematigd islamitische land niet van het Westen te vervreemden.''

Aan dit artikel werkten mee: Stéphane Alonso, Birgit Donker, Joop Meijnen, Bas Mesters, Kees Versteegh en Michèle de Waard. De verslagen van de gesprekken met de ondervraagden staan op de website www.nrc.nl.