Het poëziehuis

Poëzie toegankelijk en aantrekkelijk maken voor jongeren én docenten – Amsterdamse docenten moderne talen spelen het klaar op een website.

In flakkerend geel en rood likken de letters van het gedicht `Das Feuer' van James Krüss aan het zwarte beeldscherm. Strofe voor strofe doemt op: `Hörst du, wie die Flammen flüstern?' Als het vuur in het gedicht uitdooft, doven ook de letters. Het is letterlijk `poëzie in beweging' op deze gelijknamige website. Zo willen de makers, drie docentes moderne vreemde talen, poëzie toegankelijk en aantrekkelijk maken voor jongeren én voor docenten. Eind vorig jaar viel de website in de ThinkQuest-competitie van Kennisnet in de prijzen.

Het begon allemaal zo'n tien jaar geleden. Margreet Feenstra, lerares Engels, Hadelinde van der Hoek, lerares Duits en Jacqueline Kabel, lerares Frans, waren niet gelukkig met het bestaande lesmateriaal rondom poëzie. ``Het was te moeilijk, te saai en vol lastige, hoogdravende begripsvragen naar `de bedoeling' van de auteur'', aldus Feenstra. Daarom besloten ze zélf aan de slag te gaan. De drie docentes schreven een poëziewedstrijd uit voor alle leerlingen van hun school, Scholengemeenschap Cheider in Amsterdam, met als thema `dieren'. En om de leerlingen te inspireren besloten zij een syllabus te maken met gedichten over dieren in de drie talen plus een aantal opdrachten en tips voor het zelf schrijven van een gedicht.

De dichtwedstrijd is inmiddels uitgegroeid tot een jaarlijkse traditie op het Cheider. Ieder jaar staat een ander thema centraal. De drie docenten zoeken in hun eigen taal de gedichten en maken de vragen erbij. Maar voor het aan de leerlingen wordt voorgelegd, toetsen ze het materiaal eerst op elkaar: ze maken elkaars vragen. ``Bij de samenstelling van het lesmateriaal zoeken we juist ook naar makkelijke, toegankelijke gedichten'', vertelt Feenstra. ``En hedendaagse gedichten. Laatst heb ik een SMS-gedicht behandeld in de klas. Dat vinden ze prachtig, helemaal in hún taal.''

Voortbordurend op de eerste syllabus over dieren ontwikkelden Feenstra, Van der Hoek en Kabel ook een uitgebreider lesboek: `Het poëziehuis'. Dit werd in 2001 bekroond met een eervolle vermelding van het Europees label voor Innovatief Talenonderwijs. Hierna werden de drie docentes geregeld gevraagd workshops te geven op bijscholingsdagen voor docenten. Maar ze zaten zonder `echt' boek, want volgens diverse educatieve uitgeverijen paste het niet binnen hun `longitudinale methodes', waarin alles geïntegreerd is. Met andere woorden: voor een poëzieboek alleen, dat bovendien gedichten in drie talen bevat, was geen plaats in de fondsen. Zo ontstond het idee om een website te gaan ontwikkelen.

Feenstra, die de meeste belangstelling voor het medium had, volgde daarvoor in haar eigen tijd verschillende cursussen. In september 2002 begon ze de site te bouwen en in mei 2003 ging deze online. De site die in de `web-strijd' van ThinkQuest werd beloond met drie prijzen (de eerste prijs voortgezet onderwijs, de didactiekprijs voor vernieuwing en de peerjuryprijs) werd door de jury geprezen vanwege het vernieuwende karakter en omdat nu eens een `echt alfaonderwerp' op het web is uitgewerkt.

De kleurige site heeft een interactief karakter. Onder de knop `opdrachten' zijn verschillende `drag & drop'-oefeningen te vinden (in goed Nederlands: `sleur & pleur'), waarbij de scholieren zinnen op volgorde moeten zetten, maar ook `gewone' inhoudsvragen. Kenmerkend is dat de leerlingen na iedere strofe vragen krijgen voorgelegd, en niet pas nadat ze het hele gedicht hebben gelezen. ``Dat is een bewuste keuze die we vanaf het begin hebben gemaakt'', legt Feenstra uit. Ter illustratie laat ze het gedicht `The bird and the tree' van Ridgely Torrence zien. ``Dit gedicht gaat over een vogel in een kooi. Dat lijkt althans aanvankelijk zo. Maar verderop in het gedicht blijkt dat het over een gevangen zwarte man gaat. Als je de leerlingen het hele gedicht ineens voorlegt ontgaat ze die opbouw. Door ze strofe voor strofe te laten lezen en er vragen over te stellen dringt het wel tot ze door. Dan zijn ze er enorm van onder de indruk.''

Op de site kunnen scholieren bij ieder gedicht op de naam van de auteur klikken om meer over hem of haar te weten te komen. In elk gedicht bieden pop-ups een vertaling van moeilijke woorden. Ook de opdracht `maak een eigen gedicht' is opgenomen. Hier worden handvatten aangereikt om te experimenteren met verschillende dichtvormen, zoals limericks, cinquains en zintuigengedichten. Van alle genres zijn voorbeelden opgenomen. Scholieren die de moeite nemen om zelf een gedicht te maken en het naar de site te mailen worden beloond met publicatie.

Op de site staan gedichten uit de drie talen door elkaar heen. Een principiële keuze, aldus Van der Hoek: ``We hopen dat leerlingen verder kijken dan alleen de taal waar ze op dat moment mee bezig zijn.''

Feenstra en Van der Hoek (Kabel is gestopt met het project) hebben inmiddels ook lesbrieven bij de site gemaakt en verzorgen workshops voor geïnteresseerde docenten. In de praktijk blijkt de site alle schoolniveau's te bereiken. Van der Hoek: ``We verwachtten vooral belangstelling van het havo en vwo. Maar we krijgen juist ook vanuit het vmbo veel reacties en vragen om meer opdrachten. En dat is best verrassend.''

www.poezie-in-beweging.nl