Het Frans verliest terrein in grotere EU

In Brussel zijn het momenteel zware tijden voor de hoeders van de Franse taal. Het neveneffect van de komende uitbreiding van de Europese Unie is namelijk niet alleen dat er negen nieuwe talen bij komen (bovenop de elf reeds gehanteerde) maar tevens dat de positie van het Frans als officiële werktaal verder wordt teruggedrongen. En dat doet pijn, zeker op een dag als vandaag, de dag van de Franse taal.

Formeel hebben alle landen van de Unie recht op het spreken van hun eigen taal. Dat gebeurt dan ook in de diverse officiële vergaderingen. Maar in het in feite veel belangrijker informele deel worden maar twee talen gesproken: Engels en Frans.

Bij de meest recente uitbreiding in 1995 – toen Oostenrijk, Finland en Zweden tot de Europese Unie toetraden – zagen de Fransen al tot hun leedwezen dat hun taal niet langer als een vanzelfsprekendheid gold. Tijdens de dagelijkse persbriefings van de Europese Commissie was het meer en meer Engels dat er gesproken werd.

Met de komst van nog eens tien nieuwe lidstaten zal het Frans nog verder marginaliseren. Uit een onderzoek onder de kwartiermakers van de nieuwkomers bleek bijvoorbeeld dat 69 procent van hen Engels als tweede taal had, gevolgd door het Duits, terwijl het Frans pas op de derde plaats stond.

Maar Frankrijk is inmiddels een tegenoffensief begonnen. De Europese Commissarissen uit de aanstaande lidstaten plus hun hoogste ambtenaren kunnen deze zomer op kosten van de Franse staat een spoedcursus Frans volgen op een kasteel in de omgeving van Avignon.

Voor iets minder prominente nieuwe werkers in Brussel is er een gratis cursus Frans van 20 weken die in de Europese hoofdstad dan wel in de hoofdsteden van de aanstaande lidstaten gevolgd kan worden.

Of deze acties er werkelijk voor zullen zorgen dat het Frans weer terrein wint op het Engels is ondertussen onduidelijk. De Engelse stroming is momenteel wel heel erg sterk.

Een troost voor de Fransen is wel dat de bureaucratische structuur van de Europese Unie nog wel geheel Frans is. Maar het is een schrale troost. Want er is meer. Uitgerekend deze week sprak de budgetcommissie van het Europees Parlement uit dat Straatsburg als plaats waar de straks 732 parlementariërs maandelijks een week bijeenkomen zou moeten worden geschrapt.

Dit is voorlopig echter een puur theoretische uitspraak want de afgevaardigden hebben hier niets over te zeggen en de Franse regering heeft Straatsburg als vergaderplaats enkele jaren geleden met succes bedongen. Maar toch. Het was voor de Fransen weer een signaal.