Het einde-van-de-wereld-gevoel van Patagonië

Stine Jensen reist door Patagonië en geniet van de wilde schoonheid van gletsjers tussen verwaaid groen in het natuurpark Los Glaciares.

Hoeveel vrouwen zijn hun geliefde achterna gereisd, naar het einde van de wereld? En hebben eigenhandig een restaurant gebouwd in een klein dorp met nog geen honderd inwoners in Argentijns niemandsland?

El Chaltén, in het diepe zuiden van Patagonië, ligt in de zone van de `roaring fourties' en `thundering fifties': de botsende luchtstromen veroorzaken voortdurend hevige stormen. De snijdende wind bedekt het dorp met onder een laag zand en stof, en voor contactlensdragers, is het eerste toevluchtsoord een restaurant. Uít, die krengen! Het is comfortabel, binnen, in bistro El Fuegio, genoemd naar Vuurland, het zuidelijkste puntje op aarde. De muziek klinkt merkwaardig vertrouwd. Geen Argentijnse tango, geen inheemse natuurklanken, maar Ilse de Lange?

WILDE SCHOONHEID

Esther (37), de eigenaresse van de bistro, is een Nederlandse met vlagen van heimwee. In de jaren tachtig vertrok ze naar Buenos Aires, omdat ze in Nederland geen werk kon vinden als Scandinaviste. En ze werd verliefd op een Argentijn die van outdoor-activiteiten hield. Samen bouwden ze eerst een herberg in El Chaltén en later een restaurant, in de hoop dat toeristen gelokt zouden worden door de wilde schoonheid van de Patagonische natuur. ,,We hebben goed gegokt. El Chaltén bestaat sinds 1985. Toen wij in 1991 begonnen te bouwen, stonden er nog maar tien huizen en één jeugdherberg. Kan dat wel, vroegen we ons af, 2 herbergen in een dorp? Nu zitten we elke dag vol. Het zomerseizoen, van november tot februari, wordt steeds verder opgerekt. Overal om ons heen wordt er gebouwd. Er zijn nu 1000 bedden en 25 hotels in El Chaltén, en dat aantal groeit.''

Als reiziger moet je er wel wat voor over hebben, voor het Patagonische `einde-van-de-wereld' gevoel. Een ticket naar Buenos Aires (17 uur vliegen), een binnenlandse vlucht naar Rio Gallegos (4 uur vliegen), een busreis naar El Calafate (4 uur), gevolgd door een busrit over een hobbelige onverharde weg naar nationaal park Los Glaciares (4 uur). Maar de beloning is groot. De natuur in Los Glaciares is woest en indrukwekkend. Dramatisch zien ze eruit, de afgebladerde bossen, vol omgevallen bomen. Van binnen zijn ze hol gegeten door rupsen en ze breken af als luciferhoutjes door de harde wind. Van de bomen die nog staan, lijkt het alsof de bladeren naar een kant geföhnd zijn. Tussen het groen vang je glimpen op van het veelkleurige blauwe ijs van de talloze gletsjers.

KLIMMERS: A-SOCIAAL

El Chaltén heeft nog twee trekspleisters: twee van 's werelds moeilijkst beklimbare bergen, de grillige Cerro Torre (3102 m), die overal boven uittorent met een soort ijsbolletje op de top, en de Cerro Fitz Roy (3375 m). Ze laten zich niet zomaar zien: na een pittige wandeling van 4 uur blijven ze vaak gehuld in mist en regen. Soms stuit je ineens op een bord: 'solo escaladores', alleen klimmers. Diego (32), die al enkele jaren als gids in het park, werkt, vertelt dat de wereld van het wandelen en het klimmen strikt gescheiden worden. ,,Klimmers zijn a-sociale mensen, die geen pottenkijkers willen. Ze willen rust, zich concentreren op de top, en geen gitaarmuziek of laat gepraat van de vakantievierende trekkers.''

Hij spreekt uit ervaring: hij beklom zelf meer meer dan dertig bergen, waaronder de Aconcagua (6962 m). Aan de Cerro Torre waagt hij zich echter niet. ,,Dat spelen is met je leven.''

Giovanni (34), uit Italië wacht al drie weken op betere weersomstandigheden om een toppoging te wagen. ,,Het is een verslaving. Als het dit jaar niet lukt, kom ik volgend jaar terug.''

Het gaat goed met El Chaltén. Mede dankzij de economische crisis is Argentinië betaalbaar geworden voor toeristen. Met name veel Spanjaarden en Amerikanen en Nederlanders voelen zich aangetrokken tot het weidse grillige zuiden, vertelt Esther. Trekkingbureaus schieten als paddestoelen uit de grond en bieden uiteenlopende mogelijkheden voor wandelaars: van gletsjerlopen voor beginners tot een zware trektocht over de Continentale IJsvlakte.

KNUFFELPINGUÏNS

Het gaat té goed. ,,Er is twee jaar geleden een vliegveld in El Calafate gekomen en een snelweg wordt nu aangelegd. Naast mijn restaurant is dit jaar een bierbrouwerij gevestigd en het eerste internetcafé geopend. Je kunt nog geen geld pinnen of wisselen hier, maar dat zal niet lang duren. Als je vriendjes hebt, krijg je zo een lapje grond. Ik vrees voor de verkeerde soort ondernemers en toeristen, vijfsterrenhotels, disco's, mensen van het soort dat met een gigantische camera om hun nek een kiekje van een gletsjer willen en het liefst met een stoeltjesliftje naar boven willen. Veel werklozen uit Buenos Aires komen hier naar toe om te werken. Daar is nu geen werk, hier is geld te verdienen. Maar ze hebben het niet makkelijk. Ze slapen vier maanden in tentjes, in die regen en wind. Ik wil niet dat het hier een soort El Calafate wordt, massatoerisme, waar je bij wijze van spreken een rolstoel naar de Perito Moreno Gletsjer kan.''

Het is waar. Van El Calafate, een verplichte stop voor Patagoniëgangers, word je een klein beetje bedroefd. Het `einde van de wereld' is hier een commercieel product en T-shirts, borden, glazen, glazen, houten, stenen en knuffelpinguïns met `El Fin du Mondo' vliegen je om de oren. Zelfs de Argentijnse steak wordt aangeprezen als afkomstig van een koe die gegraasd heeft op de vlaktes van het einde van de wereld.

Wil Esther ooit terug? Ze recht haar rug. ,,Ik heb hiervoor gekozen. Maar je moet wel veel voor over hebben, voor de liefde. Altijd die wind, die klotewind.''