Gerard Ever & Hanny Chiliasme

Van de 837 dichters in Komrij's nieuwe bloemlezing De poëzie van Nederland in de 19de, 20ste en 21ste eeuw in 2000 en enige gedichten hebben er 279 een naam die na verwisseling van letters een Nederlands woord oplevert. Soms hoef je daartoe alleen de achternaam te nemen, zoals bij het paar Reve-Michaëlis uit de titel hierboven. De voornaam moet dan de weg wijzen, zoals bij Willem-Jan Netto, Maarten Morando en Abdelkader Balein, of bij Maria Vaandel, Diana Zoon en Lizzy Sara Yam. Soms geeft de achternaam een actie van de drager aan: Donker knorde dat Potgieter egotripte en Bastet betast Couperus' coupures. H.C. ten Berge beregent, Maarten Asscher crashes, en Fiore della Neve lalde even.

Soms zijn de letters van voornaam en achternaam tezamen nodig voor kenschetsen als: Chileense (Eli Scheen) en Uitwerksels (Wiel Kusters), maar in andere gevallen zijn de voorletters bij de achternaam genoeg: Pestlijer (L.J. Pieters), Anemoon (A. Moonen), Sigaret (A. Gerits), Wijngod (W. Godijn) en Boterdieven vierden bot (E. Bindervoet)

Met enig geluk zijn voornaam en achternaam ieder apart te behandelen: Getreurd Riskant (Gertrude Starink), Trieste Liaan (Alain Teister), Smerige Gasmeter (Sieger M. Geertsma) en Gebrandste Pan (Nap Destanberg).

Bij de voornaam Jan kunnen Lak, Nahol, Danser, Snarde, Pruikje, Obsoleter en Handgeweven staan voor Kal, Hanlo, Arends, Danser, Kuijper, Boerstoel en Vandenweghe. Drie dichters hadden in het geheel geen voornaam: Vasalis (Salvia's), Charivarius (U, archivaris?) en De Schoolmeester (schoolmeesterde).

Zesmaal verdenk ik een apetrotse poëtaster dat hij zelf de naam verzon waarin zijn eigen letters verwisseld werden. Bij Dalstra die zich Dalstar noemt, Ed Otterloo die zich Ed O Roletto noemt en Erik Verpaele die zich Eriek Verpale noemt is dat duidelijk. Maar zou Atte Jongstra het pseudoniem Arno Breekveld misschien gekozen hebben om als Baron Verkleed te kunnen zijn, of via A. Breekveld zelfs als Verdeelbak? De dichter A. Marja vertelde mij eens dat hij zich zo noemde omdat hij altoos `Ja maar' dacht. Maar ja, Marja was een berucht voor-de-gek-houder.

Het is ongetwijfeld de dichter Kortjanse (1796-1847) die zijn naam aldergekst gladstreek. Hij voegde er als tiende letter een i aan toe en noemde zich vervolgens: Jaskeronti. Hij had ook een A (Jaarkosten) of B (Rotsbankje) en zelfs een K (Karnstokje) of een O (Nakroostje) kunnen gebruiken, maar hij verkoos de i teneinde zich aldus in satijnoker okersatijn te mogen hullen.