Een bloedige oorlog achter gesloten deuren

De oorlog in de Soedanese regio Darfur is `vandaag de grootste ramp in de wereld op humanitair gebied en op het terrein van de mensenrechten', zei gisteren de VN-coördinator voor Soedan. 10.000 doden zijn er al, en een miljoen ontheemden.

Zakaria Ahamat durft alleen nog zijn kleine kinderen te sturen naar de waterplaatsen die de grens tussen Tsjaad en Soedan markeren. ,,Op iedere volwassene schieten ze vanaf de Soedanese kant'', zegt hij. Ahamat is een vluchteling uit Soedan in Tsjaad. Zijn dorp Mémédjé ligt op steenworp afstand van de grens in Soedan, maar is voor hem onbereikbaar geworden. ,,Het stikt er van de Soedanese regeringstroepen en Arabische milities, de grens zit potdicht.''

In de West-Soedanese regio Darfur heeft een oorlog achter gesloten deuren plaats. Na recente militaire overwinningen kon het Soedanese regeringsleger de grens afsluiten. Journalisten en westerse hulpverleners kunnen er niet meer in. En vluchtelingen er niet meer uit. ,,We willen je graag mee Soedan in nemen'', zegt een vertegenwoordiger van de rebellengroep van Darfur het Soedanese Bevrijdingsleger(SLA), ,,maar het is uiterst gevaarlijk voor ons geworden in het grensgebied''.

Soedan is sinds zijn onafhankelijkheid in 1956 in oorlog geweest met zichzelf. Overal in het immens uitgestrekte land, het grootste van Afrika, vechten gemarginaliseerde bevolkingsgroepen tegen de kliek machthebbers in de hoofdstad Khartoum. De oorlog in het door niet-islamitische Afrikanen bewoonde zuiden is het hardnekkigst, mede door de religieuze tegenstellingen. Maar ook in het noordoosten en in het noordwesten, waar alleen moslims leven, laait regelmatig strijd op.

Een steeds terugkerende factor in al die oorlogen zijn de meedogenloze strijdmethodes. De regering slaagt er met het officiële leger niet in haar controle in het hele land te vestigen. Om die zwakheid te compenseren, sluit ze verbonden met tribale milities, meestal van Arabische afkomst. Zowel de militaire als de democratisch gekozen regimes in de afgelopen 30 jaar, evenals de huidige moslim-fundamentalistische machthebbers hebben deze tactiek gevolgd. Raciale en/of stammentegenstellingen worden aangewakkerd of gecreëerd. Bij de hieropvolgende strijd gaan dorpen en akkers in vlammen op, worden er roofexpedities gehouden om zwarte slaven te maken en zonder onderscheid vrouwen en kinderen vermoord.

Bij de oorlog in Zuid-Soedan kwamen in 20 jaar zo'n twee miljoen burgers om; honderdduizenden vluchtten naar buurlanden. De oorlog in het westelijke Darfur is het meest recente strijdtoneel. In korte tijd zijn erduizenden dorpen van Afrikaanse stammen vernietigd waarbij meer dan een miljoen mensen ontheemd zijn geraakt. Buitenlandse pottenkijkers mogen niet getuigen van deze grove schendingen van de mensenrechten, dus is het gebied nu hermetisch dicht.

Het begin vorig jaar opgerichte SLA was erin geslaagd de regeringssoldaten uit grote delen van Darfur te verdrijven. Het controleerde `bevrijde gebieden' en wilde daar journalisten en hulpverleners verwelkomen. ,,We hebben de afgelopen weken zware verliezen geïncasseerd'', geeft SLA-vertegenwoordiger Musa Tadjetin toe, ,,we controleren de grensstrook niet meer en vallen terug op een guerrillatactiek''. Het SLA voert nu bliksemaanvallen uit rond de steden Al-Fasher en Nyala, om zich vervolgens te verbergen in het onherbergzame landschap van Darfur. Het SLA is nog steeds hinderlijk voor de autoriteiten maar vormt geen onmiddellijke bedreiging meer. Het regime in Khartoum is geslaagd in zijn opzet.

In de Nubabergen, in het zuiden van Noord-Soedan, slaagde die opzet begin jaren negentig al. Dit gebeurde met de inzet van stoottroepen van het Volksdefensieleger (PDF), een strijdgroep van rudimentair getrainde jongeren aangevuurd door de idealen van de islamitische heilige oorlog. Het regeringsleger ontvolkte samen met het PDF grote delen van de Nubabergen waardoor opstandelingen nauwelijks voet aan de grond kregen. Arabische milities deden de rest. De autoriteiten voerden een islamisering- en arabiseringcampagne uit om de cultuur van de Nuba's te vernietigen. Alleen officieel goedgekeurde islamitische hulporganisaties mochten in het gebied opereren. Deze hulpverleners gaven alleen voedsel en medicijnen aan degenen die zich tot `het juiste geloof' bekeerden.

In de olierijke gebieden van de regio Western Upper Nile in het noorden van Zuid-Soedan werd tien jaar later eenzelfde strategie toegepast. Het regeringsleger werkte er samen met zowel Arabische milities als tribale zuidelijke gevechtstroepen. Het merendeel van de slachtoffers in de ruim 20 jaar oude oorlog van Zuid-Soedan viel als gevolg van dergelijke `stammenstrijd', niet door confrontaties tussen regeringsstrijdkrachten en de rebellen van het Soedanese Volksbevrijdingsleger (SPLA) van John Garang. Grote delen van Western Upper Nile raakten ontvolkt en het SPLA vond geen effectief militair antwoord. Daardoor konden drie jaar geleden buitenlandse maatschappijen vrijwel ongehinderd door opstandige bewoners de olie naar boven gaan pompen. Met de inkomsten uit de oliewinning heeft het regeringsleger zich versterkt.

Alle opstanden in Soedan hebben gemeenschappelijk de eis voor een eerlijke verdeling van 's lands inkomsten en macht, evenals het recht van de diverse bevolkingsgroepen op een eigen cultuur en geloof. Voor het conflict in het zuiden ligt nu een oplossing in het verschiet, maar ten koste van Darfur.

Onder druk van Amerika, dat Soedans samenwerking met Osama bin Laden begin jaren negentig niet is vergeten, heeft de regering in Khartoum bij vredesoverleg in Kenia het afgelopen jaar concessies gedaan aan het SPLA. Het belangrijkste nog op te lossen probleem betreft de status van de gebieden op de scheidslijn tussen noord en zuid, zoals de Nubabergen en Abyei, waar het SPLA in beperkte mate opereert. Pragmatische Soedanese politici zijn bereid in deze gebieden een referendum toe te staan om te bepalen of ze bij Noord- of Zuid-Soedan willen horen, of zelfbestuur wensen. Maar dergelijke, onder internationale druk gedane concessies gelden alleen voor volkeren in het zuiden, niet voor de bevolking van Darfur. Om te voorkomen dat het SLA gesterkt door militaire successen ook zelfbeschikkingsrecht kan eisen, besloot de regering daarom eerst de rebellie in Darfur de kop in te drukken. Alleen wanneer ze daarin is geslaagd, kan het vredesproces met de Zuid-Soedanezen verder.

Laatste van drie artikelen. De andere verschenen op 15 en 17 maart.