Deventer - Klarenbeek

Joyce Roodnat wandelt door Nederland en de rest van de wereld. Deze week op de Oost-Veluwe.

De IJssel heeft er zin in onder de wind-geveegde wolken, maar het voetveer naar de overkant vaart vandaag pas om 11 uur. Wat nu? Koffie met koek in een slaapdronken café, plafondhoog gestoffeerd met bestofte boeken. Aznavour zingt `Formidable'. Mij hoort niemand klagen.

Langs de oever aan de overkant van de IJssel, hij glimmert nu als een disco-spiegelbal, wordt een viswedstrijd van H.S.V. `De Stokvissen' uitgevochten. Lome strijd, eenzaam verspreide deelnemers, één jurylid op de fiets. In de rivier vissen de vogels vanaf plekjes verdronken land, met riet en de wilgen tot hun middel in de plomp.

De zon staat schel, de wind zet frontale aanvallen in, wandelen wordt een roes met mechanisch duwende knieën en een licht hoofd. Een verkeersbord waarschuwt voor `Klootschieten'. Klinkt vervaarlijk, iets met kluiten modder om je oren, maar het is een kalme sport van mannen onder elkaar, een snelwandel-vorm van jeu de boules. Elke worp van de vuistkleine bal krijgt energie via een abrupt verstilde dribbelpas, doorgaan tot Café de Kroon.

Nu arriveren we waar we wezen wilden: op de antieke Veluwsche Bandijk. Het ouwetje is vief, ze sliert als een dorpsmadelief door het aanbiddelijke landschap, ze zoent met akkers en bosjes en weidegrond, terwijl ze zo veel ze kan de wind verbant naar de kruinen van de bomen. Een stuk dijk is tot verboden gebied verklaard, dus volgen we het voorgeschreven alternatief. Op een kruising slaat de twijfel toe. Er hangt een pijl van een andere wandelroute, maar die wijst radicaal in een volgens de kaart in ons wandelboekje verkeerde richting. Geen witrode markering om te helpen. Man gaat poolshoogte nemen bij de dijk. Nergens een verbodsbord daar, dat zit goed.

We scharrelen verder. Het is hier prachtig. Over een dikke laag dwarrelend blad passeren we hoge bomen, aan weerszijden een stille waterpartij, verderop een buitengoed met hoge ramen. En we lopen tegen de achterkant van, toch, een verboden toegangs-bord.

Wat nu? Terug? Beter van niet, dan zijn we nog langer in overtreding. Tussen ons en de openbare weg zit alleen een greppel, die hinkstapspringen we over.

Dwars over de akker nadert een juffer met oranje haar en groene kaplaarzen. Ze wijst: ,,Wandelde u DAAR?. ,,Ja, zeg ik, in de veronderstelling dat ze een inlichting vraagt, ,,maar dat was een kwestie van verdwa...'' Dit blijkt echter een geval van Zwijg Als Je Tegen Me Spreekt. ,,Dat is PRIVÉ terrein. Van MIJ.'' Ze overstemt iedere uitleg en weet van geen ophouden. De juffer is niet het type dat mooier wordt als ze boos is, jammer, want dan had man hier nog wat aan.

Nee, geen grapjes nu. Hier zit diepe ellende, dit vraagt om zachtheid. ,,Misschien vindt u het een idee om samen even terug te lopen naar die onduidelijke...'' begin ik. Tevergeefs. ,,En dan krijg ik ook nog een grote BEK. Ik GEEF u AAN. Bij de BOSWACHTER.'' Dit wordt al te feodaal. Ik pak een potlood en vraag haar naam, maar nu loopt ze weg. Terug de akker op. HAAR akker.

De wind neemt af, de pony's gaan weer staan. Ik zie vier parelwitte jonge geitjes (helaas geen zeven), we mogen, legaal, terug op de Dijk en daarna het bos in. Beuken. De geur van sparren, van een versgestookt fikkie. Het klingelen van een spoorwegovergang. Gelukkig zijn is helemaal niet moeilijk.

16 km. Kaart 1, 2, 3 uit:

Marskramerpad II.

Uitg. Wandelplatform-LAW,

Amersfoort, 2000. Tussen begin en eindpunt van de wandeling rijdt elk uur een trein, via Zutphen.

Het Deventer voetveer vaart van

8.30 18u. s Zondags vanaf 11u.