Brein verwerkt context en betekenis van een zin tegelijkertijd

De betekenis van een zin en de waarachtigheid ervan worden tegelijkertijd door het brein geanalyseerd en waarschijnlijk op dezelfde plek in het brein. Dit blijkt uit hersenonderzoek met behulp van fMRI en EEG door onderzoekers van het Nijmeegse F.C.Donderscentre for Cognitive Neuroimaging onder leiding van Peter Hagoort. Deze conclusie gaat in tegen de overtuiging van veel taalkundigen en filosofen dat éérst de betekenis van een zin moet worden vastgesteld en pas daarna of die zin waar is of niet (Sciencexpress 18 maart, een online voorpublicatie uit Science 9 april).

In de taalkunde wordt de context van een betekenis strict gescheiden gehoduen van de betekenis zelf. Het eerste wordt bestudeerd door de (weinig bekende) discipline van de pragmatiek, het tweede door de (dominante) semantiek. De bredere context van een taaluiting is van belang voor het waarheidsgehalte. Hagoort c.s. noemt in het artikel het voorbeeld van de zin: `de huidige koningin van Engeland is gescheiden', grammaticaal en semantisch foutloos, maar niettemin onwaar. Want Elizabeth II is niet gescheiden.

Een voorbeeld van een semantisch foute zin is: `Het favoriete paleis van de koningin van Engeland is gescheiden'. Want `gescheiden' kan op deze manier alleen worden toegepast op personen, niet op dingen. Bij de eerste fout gaat het om de confrontatie met kennis van de wereld, bij de tweede om confrontatie met kennis van de taal. De laatste jaren ligt dit onderscheid onder vuur, want in heel gevallen is ook de semantische de betekenis van een woord sterk afhankelijk is van de context cq kennis van de werkelijkheid, zoals het betekenisverschil tussen de zinnen: `De jongen verslond het boek' en `De geit verslond het boek'.

Hagoort c.s. keek naar de verschillen in hersenactivatie bij het lezen van drie soorten zinnen: zinnen zonder fouten, zinnen met pragmatieke fouten en zinnen met semantische fouten. Bijvoorbeeld: `Nederlandse treinen zijn geel' (alles goed), `Nederlandse treinen zijn wit' (onwaar) en `Nederlandse treinen zijn zuur' (betekenisfout). (In een telefonische toelichting op dit voorbeeldzinnetje verzekerde Hagoort overigens dat alle gebruikte zinnen van te voren uitgetest waren op begrijpelijkheid. De witte ICE-trein van Amsterdam naar Duitsland wordt algemeen ervaren als een Duitse trein.)

Ten eerste stelde het Nijmeegse team vast dat de N400-piek in de elektrische activiteit (ca 400 ms na aanbod van de prikkel) vrijwel identiek is bij de pragmatieke (de witte trein) als bij de semantieke (de zure trein) fouten. `Dit is een sterke empirische aanwijzing dat lexicaal-semantische kennis en algemene kennis van de wereld op hetzelfde moment worden betrokken bij het proces van zinsinterpretatie', zo schrijven de onderzoekers. Het tweede punt is dat ze vaststelden dat beide processen (pragmatiek en semantisch) samengaan met vooral een verhoogde activatie van de linker inferieure prefrontale cortex. De onderzoekers vonden ook een verschil tussen de verwerking van de twee vormen van woordinterpretatie. De schending van de werkelijkheid (de witte trein) leidde tot een duidelijke piek in gammagolven (30-70 Hz) in de elektrische activiteit van hersencellen. De semantische schending (de zure trein) leidde juist tot een piek in alfagolven (4-7 Hz). Maar van belang is hier vooral dat deze golven iets later komen dan de N400-golf. Hagoort leidt hieruit af dat er eerst een algemene, geïntegreerde analyse van de zin plaatsvindt, semantisch èn pragmatiek, en dat dat er pas daarna in het brein een probleem wordt `afgesplitst' om nader te bekijken.