Bendes, tuig en straatschorem

Welkom in het hart van terroristenland.

Nablus, een belegerde stad in Palestina, is de geboorteplaats van de Al-Aqsa Martelarenbrigades. Er heerst anarchie en verloedering, en president Arafat doet niets.

Na de moord op zijn broer treedt de burgemeester per 1 mei af. De Palestijnse Autoriteit staat op instorten. En de Al-Aqsa- brigades nemen geen orders aan van Arafat.

De moord op zijn jongere broer was het strootje dat de rug van de kameel brak. Ghassan Shakaa, de burgemeester van Nablus, zet het portret van Ahmad op de glazen tafel, herschikt de bloemen en kandelaars rondom de ingelijste foto en zegt met een verre blik: ,,Hij was maar een paar dagen hier voor de viering van de tweede huwelijksverjaardag van een van onze zusters. Hij woonde in Jordanië en reed die ochtend in mijn auto door de stad, oude vrienden bezoeken.''

Alsof hij zichzelf onderbreekt: ,,Nee, mijn besluit staat vast. Ik heb president Arafat meegedeeld dat ik aftreed als burgemeester, omdat de situatie in Nablus en eigenlijk in het hele Palestijnse gebied uitzichtloos is. Er heerst in Nablus chaos, de omstandigheden verslechteren dagelijks, recht en orde bestaan niet meer, bendes terroriseren de bevolking, hier heerst rechteloosheid. Het is onaanvaardbaar dat in Nablus in één jaar 33 moorden zijn gepleegd die geen van alle hebben geleid tot de aanhouding en berechting van de daders, terwijl iedereen de daders kent. Moorden, overvallen, diefstallen, de criminaliteit is hier met 170 procent gestegen. Als Arafat, als baas van de politie- en de veiligheidsdiensten zijn werk niet doet, kan ik als burgemeester mijn plichten ook niet meer vervullen. Ik heb daarom gevraagd van mijn taken ontheven te worden.''

In de hoek van de ontvangstruimte staan monitoren op een reusachtige Samsung-televisie. Ze bieden zwartwit uitzicht op de tuinen rondom de villa. Voor en achter het roomkleurige huis, met uitzicht over de kashba met de Ottomaanse Al-Nasr-moskee van het eens zo trotse Nablus, staan dag en nacht lijfwachten geposteerd; zwaargewichten in leren jacks met daaronder kogelwerende vesten en uitpuilende holsters. Het zware, gepantserde hek, de zwarte Mercedes-Benz met rood-witte kentekenplaat 0001 en de personenbusjes in de garage, de loerende blikken: het is alsof je de villa van de Corleones in The Godfather, Deel 2 binnenwandelt.

Wie de daders zijn van de aanslag wil burgemeester Shakaa niet zeggen. ,,Bendes. Tuig. Straatschorem'', mompelt hij.

De Al-Aqsa Martelarenbrigades?

,,Misschien wel, misschien niet.''

Kent U de daders?

Kortaf: ,,Ja.''

Waarom worden zij dan niet gearresteerd?

,,Anders dan in Nederland, waar ik vier maanden geleden burgemeester Deetman bezocht, heeft de burgemeester in de Palestijnse gebieden met rechts- en ordehandhaving niets te maken. Helaas is dat zo. Recht en orde, het gezag over politie en veiligheidsdiensten, is een zaak van de president. Ik heb president Arafat meegedeeld wie volgens mij de daders zijn. Honderd procent zeker dat hij de daders kent. Hij weet precies wat er aan de hand is. Dat is nu ruim drie maanden geleden. Er is niets gebeurd, ze lopen nog vrij rond, ik zie ze op de markt. Er is geen actie ondernomen. En als ik iets onderneem, lijkt het op wraak.''

De president hangt aan de muur, een jaar of twintig jonger dan hij nu is, tussen de foto's van de kleinkinderen.

Nogmaals: zijn het de Al-Aqsa Martelarenbrigades? ,,Ik wil het verzet niet in diskrediet brengen. Het waren jongemannen met wapens. Het gaat erom door wie zij gestuurd waren.''

Was dat de gouverneur van de regio Nablus, Mahmoud Aloul, een voormalige commandant van de PLO en volgens Israël ,,een bloeddorstige moordenaar''? Shakaa, schouderophalend: ,,Zou kunnen, het is beter dat ik daar niet over praat.''

Het is in Nablus een publiek geheim dat de burgemeester en de gouverneur, allebei behorend tot het apparaat van de Palestijnse Autoriteit en allebei lid van Fatah, al jaren in een machtsstrijd zijn verwikkeld. Gouverneur Aloul wil over de rivaliteit niet praten, maar laat weten dat ook hij slachtoffer is van bendes. Zijn broer werd gekidnapt en zelf is hij enige malen beschoten.

Een diepe zucht ontsnapt uit het compact-corpulente lijf van de burgemeester. ,,Het is niet het belangrijkste punt, het is een symptoom van de ziekte. Het punt is dat ik geen getuige wil zijn van de dood van Nablus, de stad van mijn vader, mijn grootvader en overgrootvader. Ik luid de alarmbel voor Nablus en voor het hele Palestijnse thuisland. Natuurlijk lijden wij onder de Israëlische bezetting, Nablus is een belegerde stad. De situatie is wanhopig. Maar het punt is dat wij, als wij onze eigen zaken niet op orde hebben, nooit een democratische Palestijnse staat van de grond krijgen. Ik maak deel uit van de Palestijnse Autoriteit, ik maak deel uit van de belangrijkste Palestijnse organisatie Fatah en ik zeg luid en duidelijk dat als het onderlinge geweld en de intifada niet stoppen, wij geen staat zullen krijgen. Wij zullen op deze manier nooit en te nimmer een zelfstandige, democratische staat opbouwen. Wij spelen zo Sharon in de kaart.''

Het is een vorm van interne kritiek, die vaak wordt overstemd door de oorlogsretoriek van de Palestijnse opstand, de intafada, tegen de Israëlische bezettting van de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook. In de Palestijnse media, Palestijnse mensenrechtenorganisaties en in Fatah, de partij van Arafat en de politieke ruggengraat van de Palestijnse Autoriteit, wordt nu openlijk gesproken over de anarchie in de steden, het gebrek aan leiding, recht en orde en aan schendingen van mensenrechten.

Het besluit van de burgemeester om per 1 mei af te treden heeft de verwarring en de chaos in de Palestijnse Nationale Autoriteit een nieuw accent gegeven. Palestijnse gezagsdragers zijn zeer gehecht aan de sleutels van de dienst-Mercedes. De paginagrote advertenties waarmee hij in de Palestijnse pers zijn vertrek motiveerde zijn als mokerslagen aangekomen. Ze zijn een verbale aanslag op het gezag van Arafat en te vergelijken met de moord op 2 maart op de Palestijnse journalist en Arafat-vertrouweling Khalil al-Zaben en de poging tot moord op het hoofd van de Palestijnse preventieve veiligheidsdienst in Gaza-stad. In de Gazastrook nemen Fatah-functionarissen nauwelijks nog orders aan van `Ramallah', maar luisteren wel naar de moslim-fundamentalistische organisatie Hamas. In Gaza vochten donderdag Hamas- en Fatah-militanten niet alleen met het Israëlische leger, maar ook met de Palestijnse politie, die een Hamas-cel wilde arresteren.

Arafat heeft de ontslagaanvraag van de burgemeester van de grootste Palestijnse stad op de Westelijke Jordaanoever nog steeds in beraad. En vandaag, zaterdag, staat `de interne crisis en het gebrek aan controle op de Al-Aqsabrigades' hoog op de agenda van het beraad van de president met de premier. ,,Het maakt niet uit, ik vertrek per 1 mei. Arafat weigert de chaos aan te pakken. De tijd voor een compromis is verstreken'', verzekert Shakaa, wiens familie al generaties lang tot de elite van Nablus behoort, met grote stelligheid.

Maffiapraktijken

Tegenover het huis van de burgemeester, in wat met enige moeite kan doorgaan voor welgesteld Nablus, ligt de An-Najah Universiteit, door Israëlische media altijd getypeerd als ,,een broeinest van islamitisch radicalisme''. Professor Sattar Kassem, hoogleraar politieke wetenschappen, moet eerst een van zijn studentes troosten, want haar essay over Europese eenwording heeft hij met een nul beloond.

Als hij thee met nana en dikke schijven citroen heeft ingeschonken, barst hij los. ,,De chaos in Nablus en de Palestijnse gebieden is enorm. Het wemelt hier van de gewapende mannen die niet tot de politie behoren. Wij zien overal verloedering, afpersingen en maffiapraktijken. Handelaren moeten veel betalen voor een plaats op de groentemarkt, taxichauffeurs moeten bloeden voor vergunningen, winkeliers betalen protectiegeld en ruzies en conflicten worden met geweld afgehandeld. In Jenin, Tulkarem en Qalqilya is het niet anders, om over Gaza maar te zwijgen'', doceert Kassem, die in 1995 voor de deur van zijn appartement met vier kogels werd neergeschoten.

Als de Palestijnse Nationale Autoriteit en het streven naar een onafhankelijke Palestijnse staat ter sprake komen, begint hij hard en cynisch te lachen. ,,Die staat komt er nooit. Dat weet toch iedereen. En dan heb ik het niet over wat Sharon nou wel of niet wil. Als president Arafat en zijn Tunesische bende werkelijk een Palestijnse staat met sterke instituten willen opbouwen, zouden zij het totaal anders aanpakken. Dan zou om te beginnen de intifada niet worden aangemoedigd, dan zouden fenomenen als de Al-Aqsa Martelarenbrigades in Fatah niet getolereerd worden en er zou gewerkt worden aan rechtshandhaving en het invoeren van democratisch en transparant gezag. En de president zou nooit hebben toegestaan dat er in iedere stad en in de Gazastrook verschillende kleine machtscentra waren opgebouwd rondom familiehoofden en andere potentaten. De Israëlische bezetting zorgt voor ongelofelijk moeilijke omstandigheden, maar we zien nu verschijnselen die wijzen op anarchie en broedermoord. De Palestijnse Autoriteit in deze vorm en onder de leiding van Arafat is volgens mij onherstelbaar beschadigd door wanbeleid, corruptie, incompetentie en nepotisme. Ik maak mij grote zorgen, want ik vrees dat wij afstevenen op een Palestijnse burgeroorlog. De enige verdienste van Arafat is dat die oorlog uitblijft zolang hij leeft'', argumenteert professor Kassem met een stevig Amerikaans accent. En hij voegt eraan toe: ,,Natuurlijk speelt in dit alles de Israëlische bezetting een grote rol, maar anarchie kweekt op zichzelf ook terreur.''

,,Waarom heeft Arafat geen einde gemaakt aan het machtsconflict tussen de burgemeester en de gouverneur? Waarom laat hij de Aqsabrigades, een losse beweging van jonge en oude Fatah-leden, ex-politiemannen en voormalige gevangenen, die vaak jarenlang in Israëlische cellen hebben doorgebracht, hun gang gaan? Waarom geeft hij geen leiding aan de twaalf verschillende politie- en veiligheidsdiensten?''

Professor Kassem, die ooit zelf het presidentschap heeft geambieerd: ,,Arafat is een fenomeen apart in de Palestijnse en Arabische geschiedenis. Hij stamt uit een afgesloten tijdperk. Hij is oud, vermoeid en heeft altijd geregeerd door middel van een politiek van uitdelen van gunsten en geld. Fatah heeft een lange en soms bloedige geschiedenis van interne ruzies, afsplitsingen en chaos. Het resultaat van het arafatisme is dat de Palestijnse gemeenschap gecorrumpeerd, versplinterd en diep verdeeld is. Het sociale, ethische en intellectuele weefsel van de Palestijnen is nagenoeg vernietigd. En het kan hem niets meer schelen dat hij op deze manier meewerkt aan de versterking van de joodse staat Israël in het oude Britse mandaatgebied Palestina. Want niemand denkt toch dat Israël zal meewerken aan de komst van een buurstaat, waar chaos en anarchie heersen?''

Het besef dat de tien jaar oude Palestijnse Nationale Autoriteit (president, regering en wetgevende raad van 88 leden) wankelt na ruim drie jaar van intifada en Israëlische bezetting is in brede, internationale kring doorgedrongen. Secretaris-generaal van de Verenigde Naties Kofi Annan zei onlangs zich grote zorgen te maken over de mogelijke ineenstorting van de Palestijnse Autoriteit, want wie kan anders de Palestijnen vertegenwoordigen in diplomatieke onderhandelingen. In The Washington Post erkende minister voor onderhandelingen Saeb Erekat volmondig dat de ,,Palestijnse Autoriteit in naam nog bestaat, maar dat daar in de praktijk grote vraagtekens bij gezet kunnen worden.'' En minister van Arbeid Ghassan al-Khatib bevestigt dat de Palestijnse Autoriteit zich grote zorgen maakt over de rechteloosheid, en ook over de financiële situatie. ,,We praten er veel over en er zijn ook plannen om recht en orde te herstellen. Ik vertrouw erop dat we die plannen zullen uitvoeren'', aldus de minister, die, in een telefonisch gesprek, speculaties over het einde van de Palestijnse Autoriteit ,,begrijpelijk doch voorbarig'' vindt.

Het begrotingstekort van de Palestijnse Autoriteit, inmiddels veruit de grootste werkgever, is opgelopen tot 650 miljoen dollar. Met dure leningen, het verkopen van bedrijven en het afstoten van buitenlandse aandelenpakketten die beheerd worden door het Palestine Investment Fund, kunnen de ambtenaren, onder wie 20.000 politie- en veiligheidsagenten, betaald worden. De Palestijnen hebben aan de donorlanden en de Wereldbank voor 2004 een bedrag van 1,2 miljard dollar gevraagd voor geplande uitgaven, rentebetalingen en het dekken van het tekort. Minister Salam Fayad, een oud-Wereldbankman, heeft de Palestijnse begroting doorzichtiger gemaakt, maar is niet in staat de gaten te dichten.

Alleen als Arafat de politie- en veiligheidsdiensten reorganiseert en de agenten niet persoonlijk betaalt met baar geld in enveloppes – een methode om loyaliteit af te dwingen – dan is Nigel Roberts, topman van de Wereldbank in Ramallah, bereid over die 1,2 miljard te praten. En Roberts, die een ultimatum heeft gesteld, wil ook graag meer duidelijkheid over de wijze waarop de gelden die bestemd zijn voor de presidentiële staf precies worden besteed.

vervolg op pagina 38

Bendes, tuig en straatschorem

Vervolg van pagina 37

Gaat er geld naar organisaties die aanslagen in Israël plegen en naar mevrouw Arafat, die in ruime staat in Parijs woont? Als de mistwolken niet optrekken, riskeren de Palestijnen dat zij de buitenlandse hulp verliezen en failliet gaan.

Meer begrip na Madrid

Net als de talloze bedrijven die in Nablus over de kop zijn gegaan. Ze zijn naar Oost-Jeruzalem gegaan, naar Jordanië verhuisd, naar de Verenigde Staten, naar Sjanghai, naar Libanon, naar België en naar Denemarken. ,,Ik hoorde ook dat iemand naar Holland was gegaan.'' Saed Jamal Abu-Hijleh, leraar en voormalig directeur van de gemeentelijke economische dienst, wijst naar dichtgetimmerde en met stalen luiken afgesloten huizen die herinneren aan de tijd dat Nablus (Flavia Neapolis in de Romeinse tijd, Shekhem in de Bijbel) een welvarend regionaal handelscentrum was, een stedelijk centrum in een agrarische dorpseconomie.

De meeste lucifer- en zeepfabriekjes zijn gesloten, de goudhandelaren en kleine bankiers zijn vertrokken, een modern bedrijvenkantoor in het centrum is omringd door stilstaande kranen. Het achterland, de dorpen en steden op de Westelijke Jordaanoever, zijn door de checkpoints rondom de stad onbereikbaar geworden. De distributiekosten zijn door de lange wachttijden en de grenssluitingen onbetaalbaar geworden. Nablus-Jeruzalem was eens een rit van een uurtje, maar duurt nu vele uren omdat er vier permanente en vaak ook nog drie vliegende checkpoints gepasseerd moeten worden. De weg van Nablus naar Jenin is meestal gesloten en de route naar Tel Aviv is verboden voor auto's en vrachtwagens met groen-witte Palestijnse kentekenplaten.

Deze militaire controleposten zijn ingesteld na grote zelfmoordaanslagen in Jeruzalem en Tel Aviv: tientallen jongeren uit de stad en de vlakbij gelegen vluchtelingenkampen hebben terroristische aanvallen uitgevoerd in Israël en bij de joodse nederzettingen. Volgens een hoge officier van de Samaria-brigade, gelegerd op de oude Turkse, later Britse legerplaats bij Huwara, hebben zijn paracommando's in 2003 176 ,,acties'' verijdeld. Deze week alleen al zijn zes jongens van 17 en 18 jaar met explosieven om hun middel opgepakt. ,,Het enige verschil met een paar jaar geleden is dat de daders steeds jonger en amateuristischer worden'', aldus deze officier, die anoniem wil blijven.

Mannen tussen de 16 en 35 jaar mogen daarom de stad en omliggende dorpen alleen uit als zij en hun families ,,helemaal brandschoon'' zijn. Een jochie van 10 werd deze week bij het beruchte checkpoint nog betrapt met explosieven in zijn tas die met een mobiele telefoon tot ontploffing gebracht moesten worden in Jeruzalem. In een vrachtwagen werden woensdag tussen kinderspeelgoed, jeans en schoenen explosieven en ontstekingsmechanismen aangetroffen. Niemand in Israël kan begrip opbrengen voor de noden in het afgegrendelde Nablus, zolang in Jeruzalem en Ashdod wandelende bommen afgaan. Na `Madrid' rekent Israël ook op meer begrip in Europa. Dat neemt niet weg dat de stad in de bergen van Gerizim en Ebal wordt gewurgd in de cyclus van Palestijns-Israëlisch geweld en ,,de bevolking niet meer weet uit welke richting de kogels komen'', zegt Saed. Wie daartoe in staat is verlaat de stad, richting Ramallah en Oost-Jeruzalem. Het aantal bewoners is in drie jaar gedaald van ruim 200.000 naar 130.000.

Het oude paleis van de familie Abdul Hadi, een uitgestorven Ottomaanse dynastie, is tijdens de bijna drie weken durende acties van het Israëlische leger vorige maand zwaar beschadigd. Het paleis is een waqf, islamitisch religieus bezit. Trots en gekwetst tegelijk laat Saed het hotel van zijn zwager zien, het Al-Jasmeen, schitterend gerestaureerd en geen gast te bekennen. Saed praat graag over de geschiedenis van Nablus, bijgenaamd de Berg van Vuur, een stad waar de bewoners zich vanaf de jaren twintig hebben verzet tegen de joodse immigratie. De amateurhistoricus trekt een lijn van de Samaritaanse revolte tegen de Romeinse overheersing naar het verzet tegen de Israëliërs.

Hij vertelt het aangrijpende verhaal van zijn moeder, die anderhalf jaar geleden, zittend op haar balkon met een breiwerkje, door een passerende Israëlische patrouille in het hoofd werd geschoten en in zijn armen stierf. Een drama dat de voorpagina's haalde van The New York Times en The Los Angeles Times en dat door president Bush werd aangesneden tijdens het laatste bezoek van premier Sharon aan het Witte Huis. Van het toegezegde onderzoek heeft Saed niets meer gehoord.

New York Yankees

Het gouvernementshuis langs de weg naar het vluchtelingenkamp Balata, vlakbij het Graf van Josef en de Bron van Jacob, is een ruïne van beton, verwrongen staal en puin. De wegen naar de achterliggende buurt, dat cynisch Tora Bora wordt genoemd vanwege de populariteit van Hamas en de Aqsabrigades, zijn door de puinhopen versperd. We zijn op weg naar Nasr Rami, een van de leiders van de Martelarenbrigades. Het is een tocht van de ene locatie naar de andere, door praktisch verlaten straten en stegen, totdat een stevige man met korte baard en een vriendelijk gezicht zwaait met zijn pet waarop het zilvergijze logo prijkt van de New York Yankees. ,,Welkom in het hart van terroristenland,'' roept hij grijnzend.

Het gesprek vindt plaats bij een van zijn tantes, wier man in een Israëlische gevangenis zit. De muren van de kleine zitkamer zijn versierd met teksten uit de koran, op een tafeltje staat een model van een VOC-schip met Hollandse driekleur. Rami (34) heeft zelf tien jaar in gevangenissen doorgebracht wegens ,,activiteiten tegen de bezetter'', dat wil zeggen: stenen en molotovcocktails gooien naar het leger. Hij heeft geschiedenis gestudeerd aan de An-Najah Universiteit, een studie die hij heeft afgebroken vanwege de eerste intifada, de gevangenisstraf en vervolgens zijn huwelijk en twee kinderen. Vragen over zijn betrokkenheid bij aanslagen in Israël mogen gesteld worden, maar worden niet of alleen vaag beantwoord.

Of hij iets meer weet over de moord op de broer van de burgemeester?

,,De burgemeester gedroeg zich als een keizer, maar hij is een gangster, die net als de Israëliërs verantwoordelijk is voor de chaos in Nablus. Hij is een verrader, want hij heeft goede contacten met de Israëliërs en hij geeft ons de schuld, omdat hij vanaf de eerste dag tegen de intafada is geweest. Maar wij hebben er niets mee te maken.''

Kalm en goed formulerend legt hij uit dat de Aqsabrigades zijn ontstaan na het bezoek van toen nog Likud-leider Sharon aan wat de joden en christenen de Tempelberg en de moslims Al-Haram al-Sharif noemen, de derde heilige plaats in de islam vanwege de aanwezigheid van de moskee van Al-Aqsa. ,,Wij hebben geen centrale leiding, de hiërarchie is zwak, veel zwakker dan in Hamas. Wij zijn als hummus, ongrijpbaar. In iedere stad zijn het min of meer losse groepen met hetzelfde doel: een einde maken aan de bezetting. We werken samen met Hamas en Islamitische Jihad. We kennen iedereen, ik heb met hen op school gezeten.''

Wat goed begrepen moet worden, is dat de Aqsabrigades bestaan uit voormalige gevangenen, vaak leden van Arafats Fatah, het opgeheven Palestijnse leger en ex-politiemannen. ,,Natuurlijk ben ik lid van Fatah. Dat was mijn vader ook al, maar dat betekent niet dat wij orders van Arafat aannemen.''

Als het bevel komt van de president om de wapens neer te leggen, wat is dan de reactie?

Rami is even stil. ,,Hij kan ons niet ontmantelen, omdat hij daar de mensen niet voor heeft. En hij zal dat bevel ook nooit geven, hij zal ons nooit vragen te stoppen. Dat weten wij zeker. De Israëliers kunnen ons niet stoppen, de dood kan ons niet stoppen en Arafat zal het niet vragen. We stoppen pas als de bezetting is afgelopen, als alle gevangenen zijn vrijgelaten en als de Israëliërs zich hebben teruggetrokken. Dat is de enige oplossing, heel simpel. En dat zal gebeuren, kijk maar naar de plannen van Sharon om de Joodse nederzettingen in de Gazastrook te evacueren. De Israëliërs slaan daar op de vlucht.''

Dit is juist de reactie waar de tegenstanders van Sharons plan voor waarschuwen. De evacuatie zou opgezet kunnen worden als een teken van zwakte, redeneren zij.

Worden de Aqsabrigades betaald en gestuurd door de moslimfundamentalisten van Hezbollah in Libanon?

,,We hebben contacten met Hezbollah en andere groepen en Palestijnen in het buitenland, we worden gesteund, maar we hebben geen orders van hen nodig.'' Rami, licht geërgerd over concrete vragen, heeft het gevoel dat wij hem niet goed willen begrijpen. ,,De gewone Palestijnen in de steden en de kampen steunen ons, omdat de oude leiding van Fatah en de Palestijnse Autoriteit niets doen tegen de Israëliërs die ons opsluiten in steden en dorpen en ons land stelen. De joodse nederzettingen hier groeien dagelijks. Als wij er niet geweest zouden zijn, dan was Fatah al helemaal overvleugeld en van de kaart geveegd door Hamas. Het is tijd voor nieuwe gezichten.''

En Arafat?

,,Hij moet aftreden en we moeten een nieuwe leider kiezen.'' Rami doorspekt zijn betoog met verhalen over ooms en tantes, neven en nichten die ofwel in de gevangenis zitten of zijn gedood. Op de middelbare school speelde hij in een juniorenelftal van de voetbalvereniging. ,,Van dat groepje vrienden zijn er nog twee in leven.''

Rami stelt een retorische tegenvraag. ,,Waarom telt Israël altijd alleen het aantal gedode terroristen, waarom worden niet de slachtoffers van de bezetting geteld, waarom worden niet de terroristen geteld die zijn geboren door de aanvallen van de Apaches-helikopters en het leger? Kwaad voedt kwaad, kwaad zaait haat. Laten ze vandaag stoppen. Israël weet wat het moet doen.''

Het sonore geluid van helikopters boven het vluchtelingenkamp Balata weergalmt tegen de heuvelwanden rondom de stad. Nachtelijke reizigers op weg naar Jeruzalem zien tanks optrekken. Patrouilles bij de grens met Israël speuren naar een jongen van een jaar of 15 die met explosieven op weg zou zijn naar de hoofdstad. De rit voert langs acht checkpoints, met lange files van kamperende vrachtwagen- en taxichauffeurs en duurt uiteindelijk maar vier uur dankzij gele Israëlische nummerplaten, een Israëlische rijstijl en een Nederlands paspoort.