Bedrog als sport

Na het toernooi in Linares werd bekend dat Gari Kasparov daar twee keer iets had gedaan waarvoor een ander waarschijnlijk uit het toernooi verwijderd zou zijn. Zonder het bij iemand te melden verliet hij ongeveer een kwartier de toernooizaal. De tweede keer stuurden de organisatoren een spion achter hem aan om te kijken waar hij naartoe ging. Kasparov bleek naar zijn hotelkamer te zijn gegaan.

Naar zijn kamer, ongelofelijk! Wat bevindt zich daar? In ieder geval zijn computer en misschien ook wel zijn secondant. Als je telefoon afgaat tijdens een partij, krijg je tegenwoordig bij alle wedstrijden automatisch een nul en jezelf een kwartier op je hotelkamer opsluiten is een veel grotere zonde.

De organisatoren lieten het passeren. Kasparov zei dat hij medicijnen had ingenomen. Als hij dat aan de wedstrijdleider had meegedeeld, had die een bewaker met hem mee kunnen sturen en dan was er niets aan de hand geweest, maar kennelijk vond Kasparov dat hij boven de wet stond.

Ik denk dat hij de waarheid sprak en dat hij geen bedrog pleegde, maar zijn gedrag is wel aanleiding om het weer eens over echte bedriegers te hebben. Het zijn vreemde mensen. Soms kan je wel begrijpen waarom ze het doen, gewoon voor het geld, maar vaak krijg je ook de indruk dat ze genot beleven aan het bedrog zelf, zonder winstoogmerk.

Ik heb hier wel eens geschreven over het wereldkampioenschap van de veteranen van 1995, waarin Milan Matulovic meespeelde. In zijn goede tijd had die zo'n beetje alles uitgehaald wat verboden is en hij had er soms veel geld mee verdiend. In dat veteranentoernooi waren de prijzen laag en Matulovic nam een plaats op de ranglijst in die hem helemaal geen kans meer gaf op een prijs. Toch haalde hij weer allerlei rare streken uit, iets minder handig dan vroeger, want hij werd gesnapt. Het was niet voor geldelijk gewin geweest, maar zuiver voor de kunst; hij kon niet anders meer.

Een speciaal geval zijn componisten van problemen en eindspelstudies die plagiaat plegen. De kans om geld te verdienen met zo'n compositie is erg klein. De kans om tegen de lamp te lopen en geen eeuwige roem te verwerven maar eeuwige schande is groot.

Toen ik eens een artikel schreef over de eerste vijftig jaar van de Nederlandse schaakbond, kwam ik in de oude tijdschriften vaak de naam tegen van de problemist Schuite uit Den Haag. Het ging steeds over plagiaat. In 1903 werd hij na jaren van schanddaden geroyeerd, maar in 1911 werd er opnieuw voor zijn praktijken gewaarschuwd. Nu staat hij weer in de krant en waarschijnlijk zou hij er trots op zijn geweest.

In het maartnummer van het tijdschrift EBUR schrijft hoofdredacteur Harold van Heijden over moderne plagiatoren. Ze zijn slimmer dan hun voorgangers, maar daar staat tegenover dat de opsporingsmethoden ook veel beter zijn geworden, vooral door de computerdatabank van studies die door Van der Heijden is samengesteld.

Toch had een van de bedriegers, de Oekraïener I. Borisenko, hem even bij de neus gehad. In het vorige nummer waren drie studies van Borisenko afgedrukt, die bij nader inzien alle drie plagiaat bleken te zijn.

Hier is een voorbeeld. Eerst het oude model.

lmMmMmMm

mMmMmMmI

MmMmMmMm

mMmMmMmM

MBMcMmMm

FMmMmMmM

MmMmMmMm

bMmMmMmM

Wit begint en wint. H. Rinck, eerste prijs Ginninger MT 1935

Wit kan snel zwarts loper veroveren, maar om te winnen moet hij daarna ook het zwarte paard vangen dat op a1 is opgesloten. Zwart zal proberen om dat

paard met de koning te hulp te komen.

1. Lh7-e4+ Ka8-a7 2. Pb4-c6+ Ka7-b6 3. Pc6xd4 Kb6-c5 5. Pd4-e2 Kc5-c4 5. Pe2-c1 Kc4-c3 6. Pc1-a2+ Kc3-c4 7. Le4-h7 Pa1-b3 8. Lh7-g8+ en wit wint.

En nu het plagiaat. Een van de studies die Borisenko naar EBUR stuurde begon met deze stelling: Wit Kc8 Te8 Lc5 Pf8, zwart Kg8 Th8 Ld5 Pa8. Vergeleken met de studie van Rinck is het bord een slag gedraaid, er zijn twee torens bij gezet om een onbenullige inleiding te maken, maar verder is alles hetzelfde. Het begint met 1. Pf8-d7+ Kg8-h7 2. Te8xh8+ Kh7xh8 3. Lc5-d4+ en verder gaat alles zoals in de studie van Rinck.

Waarom sturen Borisenko en zijn soortgenoten die studies juist naar mij, vraagt Van der Heijden zich af. Iedereen weet dat hij de best geïnformeerde ontmaskeraar van plagiatoren is. Juist daarom, vermoedt hij. Het gaat de bedriegers om de sport en dus nemen ze het op tegen de beste fraudebestrijder.