Afscheid van een knol

Aan het eind van de winter is de knolselderij een zeldzame groente geworden. Hoogste tijd voor een waardig afscheid van deze smakelijke knol waarvan de zaadjes uit Alexandrië afkomstig zijn. Toen tuinontwerper en zadenexpert Stephen Switzer in 1720 over deze groente schreef, deelde hij dit gewas in bij de buitenlandse keukengroenten. Aldus Jane Grigson in haar Groentenkookboek.

De bereiding van de ovenschotel met knolselderij en broccoli voor 4 personen gaat als volgt: snijd de knolselderij in plakken. Schil de plakken en snijd ze vervolgens in blokjes. Kook de blokjes ongeveer 15 minuten in iets gezouten water nét gaar. Kook de laatste 5 minuten de in roosjes gesneden broccoli mee. Schil dikke stelen en snijd deze stelen enkele malen in de lengte door. Doe de stelen met de roosjes in de pan. Laat de groenten uitlekken. Maak de lente-uitjes schoon. Verwijder het buitenste lelijke velletje, de wortels en het lelijke deel van het groene loof. Snijd de uitjes in dunne ringetjes. Smelt de boter in een sauspan. Voeg al roerend de bloem toe en laat alles enkele minuten op een laag vuur pruttelen. Voeg nu beetje bij beetje de melk en vervolgens de room toe. Klop dit mengsel met een garde tot een gladde, steeds dikker wordende saus. Meng ten slotte de mosterd, de peterselie en zout naar smaak door de saus. Doe de in stukken gebroken boterham en noten in een keukenmachine en maal tot niet te fijne kruimels. Schep beide warme groenten in een voorverwarmde ovenschaal. Meng de uiringetjes door de groenten. Giet de saus eroverheen. Strooi de brood-notenkruimels over de saus. Zet de schaal even onder de ovengril. Pas op voor zwart worden van de bovenste laag. Het gerecht is klaar zodra er een knapperig, lichtbruin korstje is ontstaan.