Worstelende judoka's missen de tactische kneepjes

Na een stoomcursus worstelen zijn drie Nederlandse judoka's gisteren vertrokken naar Madrid, waar ze zich dit weekeinde hopen te plaatsen voor de Spelen. In Athene worstelen vrouwen in augustus voor het eerst om olympisch eremetaal.

,,Ik ben niet bang om naar Madrid te gaan. Ik denk dat het daar nu veiliger is dan in andere Europese steden'', zegt Patricia Kalsbeek een dag voor haar vertrek naar de Spaanse hoofdstad, waar de de bomaanslagen van vorige week nog nadreunen in de hoofden van de mensen. De tot worstelaar omgeschoolde judoka hoopt zich dit weekeinde op een kwalificatietoernooi in Madrid te verzekeren van een startbewijs voor de Olympische Spelen. Net als haar collega's Kristel van Ekelenburg en Masira Admiraal, van huis uit eveneens judoka's.

Worstelen voor vrouwen was in Nederland tot voor kort een volstrekt onbekend fenomeen. Sinds half januari volgt een groepje judoka's een spoedcursus worstelen onder leiding van gelegenheidsbondscoach Frans Jansen. Doel is plaatsing voor de Olympische Spelen in Athene, waar worstelen voor het eerst op het programma staat voor vrouwen. Jansen, technisch coördinator van de worstelbond, sluit een olympisch optreden van de vrouwen niet uit. Ondanks het feit dat de inhaalslag pas twee maanden geleden werd ingezet.

,,Er zijn mogelijkheden, maar het wordt wel moeilijk in Madrid. We horen niet bij de absolute top en zijn afhankelijk van een gunstige loting'', denkt Jansen, die na de terreuraanslagen ,,wel even goed moest nadenken'' of hij naar Madrid zou gaan. Gerustgesteld door een positief reisadvies van het ministerie van Buitenlandse Zaken is Jansen gisteren ,,zonder angst'' op het vliegtuig naar Spanje gestapt.

Volgens de bondscoach zijn de judoka's, die wekelijks centraal trainen bij krachtsportvereniging De Halter in Utrecht, in twee maanden tijd ,,als een speer'' vooruitgegaan. De omschakeling van judo naar worstelen noemt Jansen door de overeenkomsten in technieken ,,niet echt moeilijk''. Op tactisch gebied valt echter nog een wereld te winnen. ,,Omdat ze al zolang judoën, zijn er veel dingen ingesleten. Als ze tijdens een wedstrijd onder spanning staan, sluipen de fouten erin. Ze staan vaak nog met hun rug naar de mat toe. Bij judo kan dat, maar bij worstelen lijdt het voor hen ongemerkt tot puntenverlies. Ze moeten ook meer voorover buigen om hun benen te beschermen.''

Dat de vrouwen de tactische kneepjes van het worstelen nog onvoldoende beheersen, bleek deze maand op het kwalificatietoernooi in Tunis, waar ze in de voorrondes werden uitgeschakeld. De strijd met de wereldtop kwam duidelijk te vroeg, beseft Jansen. Graag had hij meer tijd gehad om de vrouwenworstelaars klaar te stomen voor Athene. ,,De uitschakeling in Tunis viel tegen maar was logisch. We zijn pas kort bezig. Nederland had `geen' niveau. Dit zijn de eerste vrouwelijke worstelaars. We zijn vanaf nul begonnen.''

Twee jaar geleden waren al gesprekken gaande tussen de worstelbond en sportkoepel NOC*NSF om bij de vrouwen een olympische worstelploeg van de grond te tillen, maar er bleek weinig animo voor te bestaan. Na overleg met de judobond schreef Jansen diverse judoverenigingen aan, waarna zich twee maanden geleden vijftien kandidaten voor zijn clinics meldden. ,,Toen de Olympische Spelen naderden, is een aantal dames overstag gegaan. Ik denk dat deze inhaalslag te laat komt. De vrouwen hebben er zelf ook spijt van dat ze niet eerder zijn begonnen.''

Dat geldt zeker voor de 26-jarige Kalsbeek, die in De Halter tijdens de laatste training voor het vertrek een gedreven indruk maakt op de mat. ,,Was ik maar een jaar eerder begonnen. Ik vind worstelen erg leuk.'' Voor de fysiotherapeute uit Houten zijn de Spelen hét doel, hoewel ze zich realiseert dat plaatsing waarschijnlijk een brug te ver is. ,,Het niveau van de top was hoger dan ik had verwacht. Het verschil tussen mij en de wereldtop is redelijk groot. Ik moet meer op details letten en mijn benen sneller naar achter bewegen. Het zou ook een schande voor de worstelsport zijn als ik me na twee maanden al kan meten met de wereldtop. Ik doe bijvoorbeeld geen eens aan krachttraining.''

Kalsbeeks oude judovriendinnen zijn enthousiast over haar prille worstelcarrière. ,,Ze zijn mijn grootste fans en twijfelen of ze zelf ook gaan worstelen'', lacht ze. Mocht ze zich onverhoopt plaatsen in de categorie tot 48 kilogram, dan reist ze ,,zeker niet'' als worsteltoerist af naar Athene. ,,Dan hoor ik na twee maanden al bij de beste twaalf van de wereld. Dat geeft vertrouwen. En ik heb dan nog de tijd om me te verbeteren. In dat geval ga ik niet voor de lol'', verzekert Kalsbeek, die nooit tot de internationale judotop wist door te dringen.

Als het kwalificatietoernooi in Madrid daarentegen op een mislukking uitloopt, zal ze niet lang treuren. ,,Ik hoop dat ik de tegenstanders kan verrassen met mijn judotechnieken. Als ik het niet haal, accepteer ik dat gewoon. Het zou anders zijn als ik er acht jaar voor had getraind. Ik zie dit toernooi meer als een manier om internationale ervaring op te doen. Ik geef mezelf tot augustus om mijn ontwikkeling in te schatten en te kijken of ik de wereldtop kan halen.''