Weer geweld tegen Serviërs in Kosovo

In Kosovo hebben ook gisteren Albanezen in veel steden en dorpen Serviërs aangevallen en Servische huizen, kerken en kloosters verwoest. De door de NAVO geleide vredesmacht KFOR wordt met duizend man versterkt om het etnisch geweld een halt toe te roepen. De afgelopen twee dagen zijn 31 doden gevallen.

KFOR heeft zich voorgenomen harder op te treden tegen rellen. De commandant van de 18.500 man tellende vredesmacht, de Duitse generaal Holger Kammerhoff, zei in Priština dat zijn commandanten het groene licht hebben om ,,proportioneel geweld te gebruiken dat nodig is om de veiligheid van onze soldaten te garanderen, de onschuldige mensen van Kosovo te beschermen en de vrijheid van beweging voor iedereen in Kosovo te herstellen''.

Soldaten van KFOR en agenten van de VN-politie zijn de afgelopen twee dagen mede het doelwit geweest van Albanese aanvallen; vijftig van hen zijn daarbij gewond geraakt.

Het geweld tegen de Servische minderheid ging gisteren door, hoewel minder intensief dan woensdag. In Mitrovica slaagde KFOR erin de partijen uit elkaar te houden. Maar in Lipljan vielen de Albanezen met handgranaten een orthodoxe kerk aan en openden Finse KFOR-soldaten het vuur om hen op afstand te houden. In Srbica moesten orthodoxe nonnen per helikopter worden ontzet nadat hun klooster door Albanezen was omsingeld en aangevallen. In Caglavica gebruikte KFOR traangas en rubberkogels tegen de Albanezen en in Obilic moesten de laatste Serviërs worden geëvacueerd. Daar waren het overigens geen relschoppers, maar Albanese politie-agenten die woensdag de Serviërs waarschuwden dat ze tien minuten hadden om hun woningen te verlaten – die werden prompt in brand gestoken – en die niets deden toen zeker drie Serviërs werden doodgeslagen.

In Belgrado, waar gisteren opnieuw duizenden Serviërs de straat opgingen om te protesteren tegen het geweld in Kosovo, is men ervan overtuigd dat het etnisch geweld tegen de Serviërs van Kosovo is georganiseerd. Premier Vojislav Koštunica van Servië sprak gisteren van ,,een pogrom''. ,,Het geweld is tevoren voorbereid en gecoördineerd. Het gaat om een georganiseerde etnische zuivering'', zo zei hij. Nebojša Covic, die bij de Servische regering is belast met het Kosovo-dossier, zei dat nu ,,de beslissende slag om Kosovo en het overleven van de Serviërs begint'' en dat ,,wij die moeten winnen''. In Servië is behalve bij de slachtoffers in Kosovo ook stilgestaan bij de vernietiging van 24 (volgens de VN zestien) Servische kerken en kloosters in Kosovo. Sommige van die kloosters dateerden uit de 14de, een zelfs uit de 12de eeuw en stonden op de Unesco-lijst van beschermd erfgoed.

De Veiligheidsraad van de VN veroordeelde gisteravond het geweld in Kosovo op een door de unie Servië en Montenegro gevraagde spoedzitting. Minister van Buitenlandse Zaken Goran Svilanovic zei dat het geweld in Kosovo ,,een signaal aan de Serviërs dat er voor hen geen leven is in Kosovo en dat ze moeten vertrekken''.

De Servische kranten brachten gisteren vele pagina's met nieuws en achtergronden uit Kosovo onder koppen als `Serviërs in angst', `Alles wat Servisch is staat in brand', en `Serviërs zonder bescherming, dorpen in lichterlaaie'. Het blad Kurir verscheen met een zwarte voorpagina met in witte letters de kop `Servië, sta op'. Omdat Servische bladen buiten de Servische enclaves in Kosovo geen correspondenten hebben werd – zo oordeelde het nieuwsbulletin VIP vandaag – ,,de rode draad door de berichtgeving een overschot aan patriottische emoties en een tekort aan feiten en informatie''.

In Kosovo zeiden vertegenwoordigers van de belangrijkste Albanese partijen dat de enige manier om Kosovo te kalmeren, is het onafhankelijk te verklaren.