Vragen naar de onbekende weg

Hoe moet het verder met de Europese eenwording? Een bundel gesprekken legt veel onzekerheid bloot, maar ook een nieuwe koers: terug naar de nationale overheden.

Het was oud-premier Ruud Lubbers die ooit zei dat de Europese eenwording altijd een eliteproject is geweest, en dat altijd wel zal blijven. ,,Als ik en de anderen een paar avondjes op televisie tegen de integratie van Europa zouden gaan pleiten, zou het Nederlandse publiek zich gemakkelijk van het project kunnen afwenden', zei hij ooit tegen de vermaarde, inmiddels overleden journalist van The Guardian, Hugo Young. ,,Het gaat hier namelijk om een erg moeilijk idee, dat je moet blijven voeden en steunen.'

Een deel van die elite komt aan het woord in De grenzen van Europa, het nieuwe boek van Frits Bolkestein. De Europees Commissaris voor de Interne Markt interviewde samen met zijn medewerker, oud-journalist Derk-Jan Eppink, negen vooraanstaande leden van het Europees Parlement. De gesprekken gingen over de toekomst van Europa, maar ook over het eigen politieke verleden.

Sommige van Bolkesteins gesprekspartners bekleedden ooit vooraanstaande posities in hun eigen land zoals de oud-premiers Michel Rocard (Frankrijk), Hans Modrow (DDR), Mario Soares (Portugal) en de oud-bewindslieden Lord Inglewood (Verenigd Koninkrijk), Willy de Clercq (België) en Carlos Westendorp (Spanje). Anderen hebben vooraanstaande posities binnen het Europees parlement zelf, zoals parlementsvoorzitter Pat Cox, en Hans Pöttering, de voorzitter van de Evangelische Volkspartij, de grootste fractie in het parlement. Ook sprak Bolkestein met Jacques Santer, voorzitter van de vorige, onfortuinlijk aan haar eind gekomen Europese Commissie.

In de publiciteit rond het boek ging tot nu toe de meeste aandacht uit naar de eerste, ongeveer twintig bladzijden inleiding door de auteur. De daaropvolgende bijna driehonderd bladzijden met interviews werden minder opgemerkt. Dat kan komen door de sterk wisselende kwaliteit van de vraaggesprekken. Enkele malen, bij De Clercq en Inglewood, slaagt Bolkestein er goed in een brug te slaan tussen de persoonlijke geschiedenis en opvattingen enerzijds en het debat over de inrichting van Europa anderzijds. Bij de andere gesprekken lukt dat minder.

Deze bieden voornamelijk aardige inkijkjes in de persoonlijke geschiedenissen van de geïnterviewden, bijvoorbeeld in de getourmenteerde relatie tussen Michel Rocard en zijn chef, president François Mitterrand, of in de laatste dagen van de Duitse Democratische Republiek, gezien door de ogen van Hans Modrow. Opzienbarende meningen komen slechts sporadisch voor. Zo maakt de Portugees Soares een vergelijking tussen de huidige preventieve oorlogsvoering tegen Irak en de agressie van Hitler in 1938 en 1939 tegen Tjechoslowakije. Overigens was dit niet het laatste fel anti-Amerikaanse geluid dat vanaf het Iberisch schiereiland zou klinken.

Elite

De hier geïnterviewde Europese elite zal het televisiepubliek waarover Lubbers sprak, niet ineens met een pleidooi tégen Europa verrassen, zo blijkt uit de gesprekken. Daarvoor blijken de meesten, inclusief Bolkestein, teveel overtuigd van de zegeningen van de Europese eenwording (vrede, stabiliteit, welvaart). Wel blijkt diezelfde elite hoogst onzeker en ook verdeeld te zijn over de koers die Europa verder moet varen.

De bijdrage van Bolkestein zelf levert daarvan het beste bewijs. Hij betoont zich bijvoorbeeld zeer ambivalent over de vraag of Turkije lid moet worden van de Europese Unie. Nee zeggen zou, gelet op alle eerdere toezeggingen, ,,grenzen aan kwade trouw', zo zei hij nog bij de presentatie van zijn boek. Ja zeggen zou een immens en relatief arm land in één klap tot hoofdrolspeler in de Unie bombarderen. Bovendien zou er in dat geval geen argument meer zijn om de Oekraïne en Wit-Rusland buiten de Unie te willen houden.

Zijn negen gespreksparters blijken sterk verdeeld over de kwestie. De Clercq, Soares, Westendorp en Rocard betonen zich in verschillende toonaarden voorstander van de Turkse toetreding; de christen-democraten Santer en Pöttering, de conservatief Inglewood alsmede de marxist Modrow hebben sterke twijfels. Parlementsvoorzitter Pat Cox heeft er geen mening over, maar die wordt hem door Bolkestein ook niet gevraagd.

Alleen het argument van Rocard voegt een enigszins nieuw element toe aan het huidige debat. De Franse oud-premier wijst op de nabijheid van Turkije bij de Kaukasische republieken, een gebied dat rijk is aan grondstoffen en bovendien Turkstalig. Het is in het strategisch belang van de Europese Unie die grondstoffen binnen bereik te krijgen en te houden, aldus Rocard.

Onzekerheid overheerst eveneens bij een andere vraag die Bolkestein zich hardop stelt over de grenzen van Europa. Zal de EU er ooit in slagen een ordeningsmechanisme te ontwikkelen dat duidelijkheid biedt over de vraag wat de EU moet doen en moet laten? Weliswaar bestaat sedert het verdrag van Maastricht in 1992 het beginsel van de subsidiariteit, geïntroduceerd door katholieken als Lubbers. Artikel 5 van dat verdrag luidt: `Wanneer de Unie niet exclusief bevoegd is, kan zij slechts optreden indien en voorzover de doelstellingen van het overwogen optreden niet voldoende door de Lidstaten worden verwezenlijkt'.

Dit artikel is sinds 1992 een tamelijk dode letter gebleven, constateert Bolkestein. Geen moment heeft bijvoorbeeld het Europees Hof van Justitie er zijn handen aan durven branden door bijvoorbeeld bemoeienissen van de EU met de inrichting van speeltuinen of de omvang van autozitjes met een beroep op artikel 5 ongeldig te verklaren.

Het is alleen de vraag of dit een kwestie is van institutionele ordening of van politiek. Misschien moeten liberalen of conservatieven – de meest uitgesproken tegenstanders van een bemoeizuchtig Europa – gewoon beter hun best doen om grotere invloed te verwerven op het Brussels beleid. Van de conservatief Lord Inglewood mogen ze. De oud-staatssecretaris voor het Nationaal Erfgoed doet enige concrete suggesties waar Europa minder zou kunnen doen. Zowel belangrijke delen van het dure Gemeenschappelijk landbouwbeleid als de hulp aan arme regio's via de structuurfondsen (samen goed voor 34 miljard euro) kunnen volgens Inglewood zonder problemen overgeheveld worden naar de nationale lidstaten.

Eén mond

Tegelijkertijd signaleert Inglewood echter een groeiend belang voor Europa om in buitenlandse kwesties met één mond te spreken. Dit sluit enigszins aan bij het elders in het boek geuite verlangen van linkse politici zoals Modrow, Soares en Rocard om Europa meer tegenspel te laten bieden tegen de Verenigde Staten op het wereldtoneel. Iets meer dan tien jaar nadat de eerste grootmachtaspiraties van Europa meteen weer sneuvelden in de eigen achtertuin (Servië en Kosovo), schemeren nieuwe, soortgelijke pretenties in de gesprekken door. De term strategisch valt daarvoor vaak genoeg.

Zo tekenen zich, ondanks alle verdeeldheid en onzekerheid, de contouren af van een nieuwe fase in de Europese eenwording. Deze wordt gekenmerkt door een wat losser, enigszins Habsburgs aandoend verband met een nieuwe balans tussen bovenstatelijke structuur en nationale vrijheden. Een terugkeer van allerlei dure, en door de uitbreiding onbetaalbaar geworden onderdelen van de Europese samenwerking in nationale handen wordt gecombineerd met meer samenwerking en coördinatie inzake defensie, buitenlandse politiek en terrorismebestrijding.

In deze `hernationalisatie' kunnen ook de nationale parlementen een belangrijke rol gaan spelen, zo blijkt uit de bijdrage van Bolkestein zelf. Hij, maar ook Parlementsvoorzitter Pat Cox, wijzen op de rol die deze volksvertegenwoordigingen als tegenkracht tegen Brussel kunnen spelen. Sterker nog, de concept-Grondwet voor de EU die onder leiding van Jacques Chirac is geschreven, voorziet in zo'n grotere rol voor de nationale volksvertegenwoordigers. Een wetsvoorstel van de Commissie moet in deze opzet niet alleen naar de Raad en het Europees Parlement, maar ook naar de nationale parlementen worden gestuurd. Als eenderde van de – straks – 25 nationale parlementen binnen zes weken laat weten het voorstel geen taak voor de EU te vinden, moet de Commissie het voorstel heroverwegen. Dit betekent wel dat die nationale parlementariërs goed moeten opletten wat er in Brussel gebeurt, zo waarschuwt de auteur, beter wellicht dan ze nu doen.

Frits Bolkestein: De Grenzen van Europa. Lannoo, 318 blz. €19,95

Gerectificeerd

Europa

In de bespreking Vragen naar de onbekende weg (19 maart, pagina 34), over het boek De grenzen van Europa van Frits Bolkestein, staat dat Jacques Chirac de besprekingen over de Europese Grondwet heeft geleid. Dat was de Franse oud-president Giscard d'Estaing. Hans Pöttering wordt opgevoerd als voorzitter van de Evangelische Volkspartij. Hij leidt de Europese Volkspartij.