Voorbij de tomahawk

Zagen de Cheyennes op de prairies van Kansas en Colorado zich voor de komst van de blanken als `volbloed' indianen? Waarschijnlijk niet, want het idioom van `bloed' als bepalende factor voor lidmaatschap van een gemeenschap, is pas door de kolonisten bij indiaanse groepen geïntroduceerd. De nomadische indianen in het westen hanteerden eerder een cultureel criterium om de grens te trekken tussen zichzelf en anderen. Pas met de vestiging van reservaten in de negentiende eeuw werd door de Amerikaanse overheid officieel de norm ingevoerd van volbloed, halfbloed etcetera om de nieuwe populatie te tellen.

Het is een van de wetenswaardigheden uit Loretta Fowlers beknopte maar uitstekende naslagwerkje American Indians of the Great Plains, deel in een mooie reeks van Columbia University te New York waarin de balans van het historisch en antropologisch onderzoek naar de Noord-Amerikaanse indianen wordt opgemaakt. Fowler, die naam maakte met vernieuwend onderzoek naar culturele symboliek onder de Blackfeet indianen, geeft een secuur en compact overzicht van de geschiedenis van de talrijke indianengroepen die de prairies van de Mississippi tot de Rocky Mountains bevolkten. Het boek bevat een verklarende woordenlijst en een zeer uitgebreide, beredeneerde bibliografie (die op zichzelf al de moeite van het lezen waard is).

De traditionele etnografie, die indiaanse stammen en culturen soms beschreef als `in de tijd bevroren' resten van de prehistorie, heeft plaatsgemaakt voor een veel gevarieerder benadering, met meer oog voor de interne dynamiek van hun samenlevingen en de gevolgen van hun economische en culturele contacten met Europese kolonisten. Portretten van complete stammen en van individuele leidsmannen worden aangevuld met onderzoek naar de rol van vrouwen, en naar de interne variatie en veranderlijkheid van indiaanse groepen. Bovendien is de aandacht langzaam verschoven van de militaire geschiedenis uit de negentiende eeuw die in de film nog steeds wordt belicht, naar de minder spectaculaire maar minstens zo interessante periode daarna: de aanpassing aan het leven op reservaten, de federale politiek van gedwongen assimilatie, later gevolgd door een streven naar beperkte autonomie en politieke zelfredzaamheid.

Die hele geschiedenis is in American Indians of the Great Plains evenwichtig en met de juiste accenten na te zoeken. Fowlers stijl is zakelijk, en dat komt de informatieve waarde van haar boek ten goede. Wie een blik wil werpen op indiaanse geschiedenis die verder reikt dan het menu slagvelden dat Hollywood nog steeds serveert, kon al de studieuze reeks Handbook of North American Indians raadplegen (Smithsonian Institute), of de essaybundel Blackwells Companion to American Indian History. Maar Fowlers werk is de beste korte inleiding die nu beschikbaar is.

Loretta Fowler: American Indians of the Great Plains. Columbia Guides to American Indians. Columbia, 304 blz. €52,95