VN-hof straft in zaak Dubrovnik

Miodrag Jokic, een 69-jarige Servische oud-vice-admiraal, is gisteren door het Joegoslavië-tribunaal veroordeeld tot zeven jaar gevangenissstraf. Jokic is schuldig bevonden aan oorlogsmisdaden tijdens de beschietingen van de Kroatische havenstad Dubrovnik in 1991.

In november 2001 meldde Jokic zich vrijwillig bij het VN-hof. Een maand eerder had de hoofdverdachte in deze zaak, de Servische generaal Pavle Strugar, zich al in Den Haag gemeld. Beide mannen ontkenden schuld en werden in afwachting van hun proces voorlopig vrijgelaten. Jokic bekende in augustus 2003 schuld aan moord, oorlogsmisdaden en vernietiging van historische monumenten. In ruil voor de bekentenis werd de aanklacht beperkt tot zes punten in plaats van de oorspronkleijke negen. De aanklagers eisten een straf van tien jaar, het proces tegen Strugar is nog niet afgerond.

Jokic kreeg gisteren een relatief lage straf omdat hij, zo blijkt uit het vonnis, niet zelf het bevel heeft gegeven voor de beschietingen. Wel heeft hij misdaden van ondergeschikten niet voorkomen en schuldigen niet gestraft. Voor zijn komst naar Den Haag betreurde Jokic in het openbaar de aanvallen op Dubrovnik. Volgens het vonnis was de beschadiging van de Kroatische havenstad gericht tegen ,,het culturele erfgoed van de hele mensheid''.

Dubrovnik, de `Parel van de Adriatische Zee', werd in de laatste maanden van 1991 beschoten door de marine van het Joegoslavische Volksleger (JNA). Ook werden vanaf het vasteland artilleriebeschietingen uitgevoerd. Jokic was als vice-admiraal van de Joegoslavische marine betrokken bij de beschietingen vanaf zee. Het historische centrum van Dubrovnik, dat op de Werelderfgoedlijst van Unesco staat, werd door zo'n duizend granaten geraakt. Bij die beschietingen werden, volgens de aanklacht, 43 burgers gedood en 563 historische gebouwen in de stad verwoest of zwaar beschadigd.