Swing op spitzen

George Balanchine choreografeerde in 1970 een eerbetoon aan de musicalsongs van George Gershwin: `Who Cares?' ,,Balanchine hechtte veel belang aan de Broadway-touch.''

Zodra de pianist `Embraceable You' inzet en zes dansers twee aan twee door de studio van Het Nationale Ballet zwieren, verandert de grote helle ruimte aan het Amsterdamse Waterlooplein in een New Yorkse ballroom uit de Roaring Twenties. Heimelijk zing ik de tekst; zo'n onverbrekelijk deel van de driekwart eeuw oude ballad. Niet vast te stellen valt of George Gershwins muziek de woorden van zijn broer Ira stuwde of dat de simpele, maar zo vernuftige frases voortvloeiden uit de dartele liefdesverklaring.

Nanette Glushak, oud-Balanchinedanseres en oud-soliste bij het American Ballet Theatre, slaat de repetitie gespitst gade, wacht met haar commentaar tot het lied bijna uit is, en als ze het ten slotte toch onderbreekt omdat enige details correctie behoeven, zwieren de paren nog even door, het ging zo lekker. Denk erom, maant ze hen, geen extra passen, geen hoge benen waar die niet horen, en echt naar elkaar kijken, jullie dansen sámen, het is Fred Astaire en Ginger Rogers.

De dansers van de eerste cast, solisten Yumiko Takeshima en Altin Kaftira, en de stellen van de tweede en derde cast komen naderbij terwijl ze de aanwijzingen in zich opnemen zoals dansers dat doen: hoofd en spieren tegelijk. Ze willen de verbeteringen direct toepassen, maar de repetitie wordt even stilgelegd voor achtergrondinformatie. De New Yorkse Nanette Glushak, sinds 1994 leidster van het Ballet du Capitole in Toulouse, weet waarover ze praat: ze herinnert zich, vaak woordelijk, wat George Balanchine zei tijdens een reprise van Who Cares? nu meer dan dertig jaar geleden. Hij vond bij `Embraceable You' de Broadway-touch erg belangrijk, vertelt ze. ,,Het zijn namen die jullie vermoedelijk niets zeggen, maar hij was dol op Jane Powell en op Astaire en Rogers, hij beschouwde Fred Astaire als de beste Amerikaanse danser. Dat is de stijl die hij voor dit duet wilde. Denk aan de naïeve sensualiteit uit de films van de jaren dertig: sexy maar zonder bad language.''

De dansers, jonge twintigers, geboren lang nadat Balanchine in 1970 Who Cares?, zijn eerbetoon aan George Gershwin, maakte, kennen de beroemde filmmusicals uit de Jazz Age, de depressiejaren, niet of nauwelijks. Toch voelen ze zich comfortabel op de muziek, die overduidelijk de sfeer bepaalt in de studio. Van Glushak, die wegens de viering van het honderdste geboortejaar van George Balanchine (St. Petersburg 1904 – New York 1983) bij diverse Europese dansgezelschappen zijn werken instudeert, hebben ze het grootste deel van de choreografie, zestien Gershwinnummers, enige tijd geleden geleerd. De passen zijn al in hun fysieke geheugen opgeslagen. Nu komt het aan op stijl en finesses, nu moet er worden gedanst.

Straks ziet het publiek op het achterdoek een waaier van twinkelende wolkenkrabbers destijds ontworpen door Jo Mielziner, voor de première bij Het Nationale Ballet door Paul Gallis. Van Manhattans gestyleerde skyline mag niet worden afgeweken, net zomin als van de choreografie. Waar `Mr. B.' zelf nog wel eens wat aanpaste, is het de hoeders van zijn oeuvre heilige ernst. Zo ook Nanette Glushak. Ze neemt de plaats in van de danseres aan de zijde van Kaftira om vier maten in het middenstuk van `Embraceable You' toe te lichten. ,,Kijk'', zegt ze tegen hem, ,,je wijst haar de pracht van Broadway, gewoon wandelen, je neemt haar mee uit. Vergeet de techniek, en stel je voor hoe je haar tegenkwam op de dansvloer, my sweet embraceable you.''

Roodharig

Het was de nazomer van 1930, de economische crisis als gevolg van de Beurskrach van het jaar ervoor had wereldwijd toegeslagen, maar in New York werkten de Gershwins aan weer een nieuwe musicalshow die de sombere gemoederen moest sussen. Op een soiree bij de broers thuis, ten westen van Central Park op 55 Riverside Drive, liet de componist de nieuwe songs voor Girl Crazy horen. `Embraceable You' klonk er voor het eerst voor een select publiek, onder wie Ginger Rogers. De negentienjarige, roodharige actrice was uit Hollywood gekomen om auditie te doen en ze had tot haar verbazing de vrouwelijke hoofdrol gekregen. Dit werd een van de liedjes die ze met haar tegenspeler Allen Kearns zou zingen. ,,Please play it again'', verzocht ze en de andere aanwezigen vielen haar bij; ze begrepen toen al dat ze een hit hadden gehoord.

Een paar weken later, de repetities van Girl Crazy waren in volle gang, werd de hulp ingeroepen van de gevierde Broadway-ster Fred Astaire, die tot dan toe met zijn zuster Adèle optrad. Astaire spoedde zich naar het Alvin Theatre op de 55ste straat vlakbij Broadway, herschiep de choreografie van `Embraceable You' en vroeg Ginger Rogers ten dans: ,,Here Ginger, try it with me.'' Op die herfstdag werd de kiem gelegd voor het beroemdste dansduo van de twintigste eeuw. Al had Ginger Rogers dat niet in de gaten, te zeer ging ze nog op in haar solocarrière.

Ondertussen, aan de overkant van de oceaan, werkte George Balanchine, freelance choreograaf sinds de dood van Serge de Diaghilev en de ontmanteling daarna van diens legendarische Ballets Russes, afwisselend aan opdrachten voor de nieuwerwetse geluidsfilm, voor balletten en revues. Drie stukken van hem gingen bij het Koninklijk Deens Ballet in première op 12 oktober 1930. Twee dagen later opende Girl Crazy op Broadway. Gershwin dirigeerde het Red Nichols orkest waarin jazzmusici zaten als Benny Goodman, Glenn Miller, Jimmy Dorsey, Jack Teargarden en Gene Krupa. De musical met relatief onbekende spelers als Ethel Merman en Ginger Rogers was direct een succes en liep 272 voorstellingen achtereen.

Ginger Rogers groeide uit tot een van de bestbetaalde sterren van Hollywood, met vier tot wel zeven filmrollen per jaar. Balanchine, een fervent filmliefhebber, kon in Europa niet om haar heen. Tegen Lincoln Kirstein, de gefortuneerde Amerikaanse balletomaan die de choreograaf tijdens een ontmoeting in Londen enthousiast had gemaakt voor zijn droom van een Amerikaanse dansgroep in de trant van de Ballets Russes, verklaarde Balanchine graag te emigreren naar het land dat zulke prachtige vrouwen voortbracht als de filmster Ginger Rogers. In oktober 1933 arriveerde Balanchine, de Russische immigrant die de balletgeschiedenis van Amerika voorgoed zou veranderen zoals de Russisch-joodse immigrantenzonen Gershwin het entertainment vernieuwden, in de Verenigde Staten.

Voorlopig had Balanchine moeite met de nieuwe taal, pakte iedere opdracht aan die hij krijgen kon en leerde de New Yorkse happy few kennen: de Gershwins natuurlijk, en naderhand ook Ginger Rogers. Nieuwe vrienden die van zijn adoratie wisten, inviteerden hem op een feestje waar zij ook was, maar bij een hernieuwde kennismaking op een filmset verloor hij zijn belangstelling. Ze zat te lezen, wat hem aansprak. Ze las, zo bleek, een boek over Christian Science, waar hij van gruwde. Maar Balanchines waardering voor haar werk bleef.

De tape met Gershwins muziek wordt opgezet voor een nieuwe repetitie van `Embraceable You'. Aan het slot van het duet omarmt Altin Kaftira zijn danspartner Yumiko Takeshima en wil haar kussen. Ze draait haar hoofd weg. Nanette Glushak springt op. ,,Nee!'', zegt ze, ,,het is geen afwijzing! Je bent een naïef meisje. Het moet iets speels hebben: neig je hoofd licht koket.''

Anekdotes

In de korte pauze voor de volgende repetitie vertelt de Amerikaanse hoe goed ze de anekdotes nog weet die Balanchine vertelde over de vooroorlogse tijd en de sterren van toen. Voor haar generatie, overdag op straat demonstrerend tegen de oorlog in Vietnam, en 's avonds dansend in het Lincoln Center, was het al een ver verleden, hooguit invoelbaar door de herhalingen van de films op televisie.

In de studio posteren zich de dansers voor `Bidin' My Time', een uitputtingsslag als een berg-etappe, die moet ogen als een ommetje voor vijf zelfverzekerde flaneurs. Na de eerste doorloop hanteert Nanette Glushak de autoriteit par excellence: Mr. B. had een hekel aan zichtbare voorbereidingen, elke beweging moet spontaan ontstaan, cool overkomen. Dus pirouettes mogen niet worden ingegaan met de zijwaartse armen uit de Russische school. Wat sceptisch oefenen een paar dansers de draaien met de armen laag tegen het lichaam gevouwen tot ze, ,,Laag die schouderbladen!'', merken hoe makkelijk en flitsend ze ineens om hun as gaan, ook in de sprongen. Ira Gershwins tekst krijgt er vleugels door: `While other folks grow dizzy/ I keep busy-/ Bidin' My Time.'

Gedurende alle repetities krijgen de dansers dergelijke tips. Soms verpakt Nanette Glushak ze door over haar technische onvolkomenheden van weleer te beginnen: ,,Hoofd omhoog, dames. Als je naar beneden kijkt, zal je daar eindigen. Mij overkwam dat ook voortdurend.'' Af en toe geeft ze bijtend commentaar: als de timing haar niet zint, als de easy, snap-fingers-kwaliteit ontbreekt, en vooral wanneer er gevloekt wordt tegen Balanchines eerste gebod. ,,Dansen betekent niet draai, pas, stap, staan'', zegt ze, ,,je mag nooit van pose naar pose gaan. Voel de logica van de doorgaande beweging.''

Spontaan applaus klinkt na Yumiko Takeshima's solo `My One and Only', een explosie van duizelingwekkende virtuositeit, die eruitziet of het vanzelf gaat. Glushak prijst haar uithoudingsvermogen. Tegen de danseres van de tweede cast, de rijzige Enrichetta Cavallotti, verkondigt ze inschikkelijk hoe Balanchine ervoor zorgde dat je halverwege al geen benen meer over hebt, en dan moet je nog een hele diagonaal. ,,Let dus op je houding, ga snel te werk, dat vergroot je uithoudingsvermogen.''

Met `That Certain Feeling' is van alles mis, ook al doordat een aantal deelnemers wat laat arriveert. Ze veronachtzamen de afterbeat van het lay-back-nummer. Of ze Ira Gershwins notities paraat heeft, doceert Glushak: ,,Niet: `The first time I met you', maar (snap!) `The first time I met you'. En waar is de ballroomstijl gebleven? Benen reiken ongevraagd tot de oren, de liften zijn veel te hoog.'' Snel en trouwhartig worden de correcties opgevolgd.

Zoals Gershwin zijn ambities voor het concertpodium combineerde met zijn show- en filmwerk, zo wisselde Balanchine in die jaren moeiteloos van showdans naar ballet. Who Cares?, het kan niemand ontgaan die van dans houdt, doet zijn naam eer aan. Het heeft de provocerende gloed van een glas champagne met een hotdog, swing op spitzen, achteloze perfectie. Hij integreerde de meest invloedrijke dansstijlen van de twintigste eeuw: die van het Marjinskitheater, waar hij uit voortkwam en die van Broadway, waar hij terechtkwam. De vaart en de blues van New York in combinatie met de verfijning en zuiverheid uit St. Petersburg. Als je er wat langer over nadenkt, lijkt het geen wonder dat de twee Georges elkaar aanspraken.

De plannen lagen er. Balanchine verheugde zich op een ballet op de suite American in Paris en de Gershwins hadden hem gevraagd als choreograaf voor de Goldwyn Follies. Hij toog er in 1937 voor naar Hollywood. Op een hilarische vergadering bij United Artists trad George Gershwin op als tolk tussen hem en de filmtycoon Samuel Goldwyn, door de onverstaanbare Goldwyn te vertalen in steenkolenengels. Totdat Ira hem tot de orde riep en Balanchine om een eigen tolk verzocht. Nadien kreeg George Gershwin ernstige hoofdpijnen. Eind juni 1937 bezocht Balanchine hem, om ideeën uit te wisselen. Gershwin lag in bed in een verduisterde kamer en kon niet meer dan een paar minuten praten. Als ik weer beter ben, gaan we je ballet doen precies zoals jij het wilt, zei hij. Balanchine verliet hem met een slecht voorgevoel. Nog geen paar weken daarna is Gershwin gestorven, na een mislukte operatie aan een hersentumor. Hij was achtendertig.

Ruim dertig jaar later zette Balanchine zich achter de piano en speelde uit de pianopartituur die Gershwin hem had gegeven een aantal liedjes. Bij elk zag hij meteen iets voor zich. Zo ontstond Who Cares?: Gershwin en dans, geen verhaal, uitsluitend zestien songs. Van een waanzinnige solo op `I'll Build a Stairway to Paradise', langs een slow motion-duet op Gershwins baanbrekende, meest gecoverde ballade `The Man I Love', tot het finalegroepsnummer `I Got Rhythm'.

Finale

Een ijzige stilte daalt neer in de overvolle studio, laat op de middag, als bij Nanette Glushak een verkeerde snaar wordt geraakt. Een van de danseressen beriep zich behulpzaam op de video van het New York City Ballet. Het zojuist gerepeteerde stukje zag er volgens haar anders uit. ,,I don't believe it. Je zegt toch niet hoe het op video was!'' `I Got Rhythm' vergt het uiterste van de voltallige groep, inclusief de repetitor. Als een exercitiesergeant drijft de Amerikaanse de dansers door de bruisende finale. Balanchines finales hebben in diverse van zijn balletten de bravoure van een Broadway-sluitstuk, vuurwerk waarbij het publiek de handen in de aanslag houdt `to bring down the house', zoals dat op Broadway heet.

,,Real fast here!'' roept ze, en ,,Doe daar geen dutje!'' als de wirwar van dansers elkaar in wervelende formaties passeren. Het laatste stukje moet nog worden ingestudeerd: men komt armen en benen tekort. Balanchine heeft er beslist schik in gehad. `I got rhythm, I got music, I got my man , Who could ask for anything more?' Tegen de Russische Larissa Lezjnina die zich, een pols in het verband, de snelste leerling betoont, roept Glushak uitgelaten: ,,You got it, girl!'' De anderen volgen en als even later de slotpassen zijn gezet en gerepeteerd, vragen ze verbaasd: ,,Was dat het?''

Who Cares? is af, Gershwin en Balanchine zijn weer verenigd.

Zoals George Gershwin op onverwachte plekken een blue note plantte, als melancholieke voetnoot in een luchtige melodie, en zijn broer Ira zijn ingenieuze teksten doorspekte met spreektaal, zo kantelde Balanchine op zijn eigen geniale manier de academische danspraktijk. Hun beste werk werd tijdloos. Als ik tegen het vallen van de avond de studio uitkom en wegfiets van het Amsterdamse Muziektheater, zou ik zweren dat het carillon van de Zuiderkerk het refrein van `Embraceable you' speelt. Het zal wel verbeelding zijn, maar de stad lijkt ineens iets lichter.

Het Nationale Ballet: 100 jaar Balanchine. `Who Cares?', `Theme and Variations', `Agon'. Muziektheater Amsterdam, 19, 21, 24, 25, 27, 28 en 31 maart, 2 t/m 4 april. Inl: www.het-ballet.nl