Radiodebat

Het grote radiodebat is ten einde, en terugkijkend mogen we vaststellen dat het evengoed achterwege had kunnen blijven. Niemand is er een steek wijzer van geworden. Wat we te lezen kregen waren dezelfde verbale steekspelletjes tussen partijen die we al jaren horen, en waaruit zonneklaar blijkt dat niemand bij machte is eerder ingenomen stellingen te verlaten.

Ongetwijfeld de vermakelijkste kreet die me is bijgebleven was `de luisteraar bestaat niet'. Natuurlijk, er werd iets anders mee bedoeld (namelijk de nadruk op het lidwoord de, dat er geen vastomlijnde doelgroep is die gemakshalve met de luisteraar kan worden aangeduid), maar deze vier woorden vatten exact samen waar de schoen wringt: er zijn geen luisteraars.

Radio, en dan bedoel ik het genre waar radio bij uitstek voor geschikt is, namelijk documentaires, is helaas volstrekt overbodig aan het worden. Behalve naar oppervlakkige, duurbetaalde vlegels die zich discjockey noemen en wier creativiteit niet verder reikt dan het draaien van plaatjes, wordt er nauwelijks naar de radio geluisterd. Overdag wordt het medium vooral beluisterd door een handvol vergrijsde thuisblijvers, stofzuigende huisvrouwen en een niet nader te definiëren groep automobilisten, die de radio pardoes uitzetten als ze te bestemder plekke zijn aangekomen. 's Avonds dient het vooral ter vermaak van diezelfde automobilisten die in de file staan, en stemt men sinds jaar en dag om volstrekt onduidelijke redenen af op Met het Oog op Morgen, het meest overschatte praatje-plaatje programma dat we kennen.

Maar de pijnlijkste misser kwam van chef NOS actualiteiten Henk van Hoorn. `Radio is een massamedium', oreerde hij. Radio 747 wordt maar door een paar duizend mensen beluisterd, dus opheffen die hap! Wat een gotspe. Want mede door zijn toedoen was Radio 747, voorheen Radio 5, járenlang gedoemd het getto te zijn waar de écht bevlogen, creatieve radiomakers hun prachtige documentaires ten gehore brachten. Niet uit vrije wil, maar omdat de omroepbaasjes van het kaliber Van Hoorn besloten hadden dat radio in haar zuiverste vorm, waaronder de unieke VPRO-formule vertelradio, het moest stellen met de krakende middengolf, terwijl glasheldere FM-frequenties werden voorbehouden aan het gekwetter van actualiteiten en onbestemde popherrie. Ja, zo kan ik het ook. Eerst onmogelijk maken, en dan wegens die zelfveroorzaakte onmogelijkheid opheffen. Dát is nog eens creatief!

De radio is dood. Leve de radio? Ja, maar dan toch vooral in herinnering.