Premier Maleisië staat voor eerste examen

De verkiezingen van zondag in Maleisië kunnen net zo goed het begin als het einde zijn van de carrière van de pas onlangs aangetreden premier Abdullah Badawi.

De winnaar staat al vast van de parlementsverkiezingen die Maleisië morgen houdt. Het is de United Malays National Organization van de 64-jarige premier Abdullah Ahmad Badawi. De UMNO leidt Barisan Nasional, een coalitie van veertien partijen die nu 152 van de 193 parlementszetels bezet en sinds Maleisië's onafhankelijkheid in 1957 alle tien verkiezingen won. Pak Lah – oom Lah – heeft de leiding van het land nog geen vijf maanden in handen. Zijn voorganger, Mahathir Mohamad, regeerde Maleisië 22 jaar. De UMNO is niet gewend aan oppositie en verliest Abdullah ook maar één zetel, dan is hij in de ogen van de partijtop zwaar gezakt voor zijn examen, waarna de tweede opvolgingsstrijd kan ontbranden.

Doordat de oppositie vooral komt van een fundamentalistische islamitische partij, de PAS, de Parti Islam SeMalayasia, dicteert religie de belangrijkste vraag in de verkiezingscampagne: moet Maleisië een conservatieve moslimstaat worden of een seculier, multi-etnisch land blijven waar 53 procent van de bevolking moslim is? Landelijk kiest de bevolking overweldigend voor het laatste. Maar in vijf noordelijke deelstaten (van de dertien plus een federaal territorium) is veel interesse voor een strenge tot zeer strenge vorm van islam, compleet met – volgens UMNO – stenigingen en handen afhakken. In het noorden is de overgrote meerderheid Maleis, dus moslim, is de armoede het grootst en is de PAS op zijn sterkst. Daar liggen dan ook de electorale slagvelden.

Bij de tumultueuze vorige verkiezingen in 1999 – met Mahathirs kroonprins Anwar Ibrahim net in de gevangenis als held van de oppositie en met de ergste economische crisis nog vol in de achteruitkijkspiegel – won de PAS verrassend de deelstaat Terengganu. Dat de PAS de deelstaat Kelantan in handen heeft, daaraan was de regering gewend. Maar dat ze Terengganu kwijtraakten, werd vijf jaar geleden ervaren als het verliezen van de verkiezingen. Nu heeft de PAS ook zijn zinnen gezet op Kedah, het thuis van de belangrijkste premiers uit de geschiedenis van Maleisië: Mahathir en aartsvader Abdul Rahman. Verder lijkt de fundamentalistische partij ook terrein te winnen in de deelstaten Pahang en Perlis.

Goede opiniepeilingen ontbreken, maar waarnemers houden er rekening mee dat de PAS alleen in Kelantan een meerderheid wint en dus Terengganu weer moet afstaan. Want waar Mahathir door conservatieve moslims altijd met wantrouwen is bekeken doordat hij geen volbloed Maleier is, heeft de Barisan Nasional met de islamitische schriftgeleerde Abdullah een soort super-moslim als boegbeeld – hij kent de koran uit zijn hoofd. Ook lijkt de nieuwe premier er goed aan te hebben gedaan zijn aandacht meer te richten op het platteland, waar zijn voorganger zich in campagnes voornamelijk richtte op de stedelijke gebieden, mede om de economisch zeer sterke Chinese minderheid aan zijn kant te krijgen. De derde groep, Maleisiërs van Indiase afkomst, ééntiende van het electoraat, worden vrijwel genegeerd en dat was deze verkiezingscampagne niet anders.

De nieuwe premier heeft die campagne deze keer beperkt tot acht dagen, de kortste in de geschiedenis. Pas op 13 maart mochten partijen hun kandidaten aanwijzen. Organisatorisch en financieel ligt PAS een straatlengte achter op UMNO dat verder vrijwel alle media aan zijn kant heeft doordat die voor hun vergunning afhankelijk zijn van de regering. Opmerkelijk was dat die media groot uitpakten met een verhaal over twee UMNO'ers die tegen betaling van 20.000 euro probeerden PAS-kandidaat Sanip Ithnin te bewegen zich terug te trekken uit de strijd.

Abdullah eiste onmiddellijk een onderzoek. Hij heeft het onderwerp corruptie dan ook tot zijn verkiezingsthema gemaakt. Corruptie is zo vanzelfsprekend in Maleisië dat veel burgers het als zodanig niet meer herkennen. De premier wil zich een imago van Meneer Schoon aanmeten en heeft daar in zijn korte regeerperiode tot dusverre werk van gemaakt door een tweetal prominente politici wegens corruptie te laten arresteren en meer arrestaties te beloven. Grote bouwprojecten die door zijn voorganger waren geïnitieerd en die zeer gevoelig zijn voor corrupt handelen, zijn door de nieuwe premier stopgezet.