Ogen als pizzaborden

De nautilus heeft simpele ogen. Niet veel meer dan gaatjes. Maar ze doen het toch goed. De nautilus heeft er al vierhonderd miljoen jaar plezier van.

De nautilus is een in zee levend weekdier. Die nautilus heb je misschien nooit gezien, maar zijn huis wel. Dat is een erg bekende schelp, die in veel vensterbanken staat. Vierhonderd miljoen jaar geleden ontstonden de nautilussen. Ze bestaan nog steeds – en al die tijd zijn ze niet veel veranderd. Hun ogen ook niet. Dat zijn zo'n beetje de oudste ogen van de wereld, maar ze doen het nog goed. Nautilussen vinden er de kleine beestjes mee die ze opeten. Ooit waren die brave nautilussen zelfs de schrik der zee, als enige roofdieren – toen er nog geen haaien waren.

Elk oog van zo'n nautilus is ongeveer een centimeter groot. Het licht komt binnen via een opening die de nautilus een beetje groter en kleiner kan maken. Recht achter dat gaatje zitten wat cellen die gevoelig zijn voor licht. Dat is het. Best een mooi systeem, als je het graag simpel houdt. Je kunt het makkelijk namaken, door een klein gaatje in een stuk karton te prikken. Laat er fel licht doorheen vallen op een witte muur, en je krijgt een aardig beeld van wat het gaatje ziet. Maar als je het gaatje groter maakt mislukt het. De boel wordt wazig, het licht gaat alle kanten uit.

Zo is het voor de nautilus ook. Via de kleinste opening ziet hij goed – als er maar veel licht is. Maar in zee is het vaak schemerig. Dus maakt hij zijn kijkgaatjes groter – en dan ziet hij weer heel onscherp. Nautilussen hebben daarmee leren leven. Maar hun verre familie heeft er iets op gevonden. Dat zijn andere weekdieren die in zee leven: inktvissen. Zoals de octopus. Die heeft juist superogen. Hij kan zijn kijkgaatjes groter maken en blijft toch scherp zien. Dat lukt hem dankzij lenzen in zijn ogen. Die bundelen het licht, zoals een vergrootglas, en houden het beeld lekker scherp.

Octopussen zijn ook al heel oud, maar hun ogen zijn nog steeds modern. Ze lijken er intelligent uit te kijken. En dat klopt. Octopussen zijn ontzettend slim. In dierentuinen weten ze heel goed te ontsnappen. Dan kruipen ze stiekem elke nacht uit hun eigen bak, om in een aquarium een stuk verderop eens even een lekker visje te eten. Ze zien haarscherp waar ze moeten zijn.

Andere inktvissen hebben er nog méér van gemaakt, dankzij die lenzen. De geheimzinnige, monsterachtig grote reuzeninktvis heeft enorme ogen. Die zijn heel gevoelig voor schemerlicht. Vooral blauwig en groenig licht. Dus dat zit diep in zee wel goed, als een reuzeninktvis met zijn tentakels een kleine walvis bij de neus wil grijpen. Hoe groot die ogen zijn? Véértig centimeter doorsnee. Dat zijn geen ogen als schoteltjes meer. Dat zijn pizzaborden.

Kijk nou toch – beginnen we met de oudste ogen van de wereld, hebben we meteen ook de gróótste ogen van de wereld gehad. Dat schiet lekker op zo. Volgende keer: de beste scheelkijker van de wereld.