Mooi niet!

Toen het duidelijk werd dat vernieuwing van het Rijksmuseum al te lang op zich had laten wachten, riep de gemeente de creatieven op om denkbeelden te ontwikkelen. Een goed democratisch begin! Die denkbeelden zijn in mappen en boekjes verzameld, in kranten gepubliceerd. Een radicale architect was op het idee gekomen de helft af te breken om daar iets neer te zetten, zo modern dat het ook Rem Koolhaas buiten gevecht zou stellen. Een andere vond dat in het bijzonder voor de jeugd de kunst zo toegankelijk mogelijk gemaakt moest worden. Het zou helpen als de jongens en meisjes ook op skates door het museum konden. Nog meer aanlokkelijke faciliteiten. Kunst kon ook fun zijn. Best wel. Dit alles is nog maar een paar jaar geleden. We leefden op het hoogtepunt van de eigentijdsheid. Alles zo eigentijds mogelijk. Alleen de onderdoorgang, met zijn prachtige akoestiek, moest gespaard blijven. Daar was bijna iedereen het over eens. Nu is weer een discussie over het tunneltje losgebroken. Er is een partij die er een balzaal of zoiets van wil maken. Over een kwart eeuw zien we het wel.

Voor de museumdirecties daagt een ander vraagstuk. De eigentijdsheid heeft zijn beste tijd gehad. Het is niet onmogelijk dat het een culturele zeepbel is, die, nu nog niet, maar wel binnen een paar jaar uit elkaar zal spatten, net als de ict-zeepbel van de jaren negentig. We zien de eerste tekenen. In de media die daarvoor nog ontvankelijk zijn, wordt een discussie gevoerd over `de verkwanseling van het onderwijs in de geschiedenis'. Jan Marijnissen wil een Huis van de Historie stichten, bij voorkeur in het Paleis op de Dam. Zo wordt de openbare mening langzamerhand vanzelf rijp gemaakt voor iets anders dan de totale en radicale kaalslag, die de mensen niet zomaar van de collectieve geschiedenis bevrijdt, maar zelfs hun gisteren in de prullenbak wil doen.

Als er een kentering komt dan ligt de diepste oorzaak daarvan niet in de cultuur maar in de natuur. In theorie wisten we het al tientallen jaren. Nu komt de praktische ontdekking. De geboortegolf van na de Tweede Wereldoorlog gaat met pensioen. De babyboomers worden achter de geraniums geparkeerd, om het leuk uit te drukken. Dat denkt u misschien. Het is een fabeltje, ontstaan in de tijd van Willem Drees sr., toen de eerste ontvangers van de AOW dankbaar de handen van deze vader des vaderlands kusten. De babyboomers worden nu met de dag meer tot een `marktpartij'. Dat is al te zien aan de talrijke krantjes en cursussen voor deze `plussers'. Er wordt geld aan de dames en heren verdiend. Ze stellen, of ze dat willen of niet, andere eisen aan de maatschappij, op het gebied van woningbouw, medische verzorging, media, mode, amusement. Het ligt dus voor de hand dat de boomers ook in de cultuur iets van zich zullen laten merken.

Hoe? In ieder geval niet `eigentijds'. Ze weten nog van de hunebedbouwers en de koepelgrafbouwers, Bonifatius en Balthasar Gerards, kunnen op de blinde kaart Zoutkamp, Vaals en Axel aanwijzen, een zin ontleden, en de werkwoorden être en avoir vervoegen. Ze hebben de jaren zestig bewust meegemaakt, de tweede helft van de Koude Oorlog, de Roaring Nineties, en hoe die zijn geëindigd. Ze hebben geschiedenis geleefd, ze weten dat hun generatie niet per rap song uit de lucht is komen vallen maar ook een voorgeschiedenis heeft. Ze zijn zich bewust van de continuïteit. Er is een niet geringe kans dat ze die nu in het `culturele aanbod' willen zien.

Dat stelt andere eisen aan de musea en de media. Ze hoeven straks niet meer met allerlei oneigenlijke geintjes publiek te lokken dat, bij wijze van spreken, hoofdzakelijk komt om eens ongehinderd te kunnen skaten of skateboarden en dan een paar schilderijen van Rubens mooi meegenomen vindt. Een museum, geschiedenis, literatuur veronderstellen enige kennis van het verleden. En al kijkend, luisterend, lezend leer je nog meer begrijpen van wat je al wist.

Nu begint de demografische piramide topzwaar te worden. Er wordt veel gekermd over de vraag wie `de lasten moet opbrengen'. Onlangs hebben we op de Opiniepagina van deze krant een artikel kunnen lezen onder de kop: `Krom liggen voor Schuyt en co.? Mooi niet!' (Cees Schuyt had iets geschreven, met verzoenende strekking, over de dreiging van een nieuw generatieconflict). Voor opa en oma dokken? Mooi niet! Rustig, rustig, jongens en meisjes. Hindert niks. Als ik straks in het vernieuwde Rijksmuseum maar niet ondersteboven wordt geskate. Ik gun jullie je halfpipe, maar blijf van mijn geschiedenis af.