Mijn oom is mijn idool

Wie Gods woord in het begin van de vorige eeuw ergens in Afrika wilde verspreiden, wist dat hij zo'n vijf jaar zou hebben om zijn taak te volbrengen voordat een ziekte of een onsmakelijke infectie hem zou vellen. Toen de anglicaan Arthur Shearly Cripps in 1901 naar Zuid-Rhodesië vertrok, gokte men er op dat ook hij het daar niet langer dan vijf jaar zou uithouden. Maar het viel reuze mee: hij bleef tot zijn drieëntachtigste op zijn missiepost Enkeldoorn (het tegenwoordige Chivhu in Zimbabwe). Wie nu de geschiedenis van deze man leest, komt niets dan lovende verhalen tegen. Er is geen andere conclusie mogelijk dan dat we hier te maken hebben met een mannelijke Moeder Teresa.

Arthur Cripps was koos steeds de kant van de arme lokale bevolking, leerde de taal spreken, keerde zich tegen de plannen van de British South Africa Company (BSAC) die land wilde onteigenen, en ontwikkelde zijn eigen onafhankelijke missiepost, waar de tradities van de oorspronkelijke bevolking voorop stonden. Waar andere missionarissen in de pas van Britse belangen liepen, streefde hij naar onafhankelijkheid, wat hij onder meer uitdroeg in zijn boek Africa for the Africans. Bovendien was hij dichter. Behalve nobel en innerlijk ontwikkeld was hij ook fraai van de buitenkant: diepliggende en indringende ogen, een pezig en atletisch lichaam en aandoenlijk onhandig en schuchter.

Owen Sheers, bekroond voor zijn dichtbundel The Blue Book, volgde de voetsporen van zijn overoudoom en schreef daarover Het Afrikaanse dagboek van Arthur Cripps – een commercieel ongetwijfeld aantrekkelijke, maar inhoudelijk gezien op z'n zachtst gezegd merkwaardige titel omdat het hier niet om een dagboek gaat, maar om een gefictionaliseerde biografie. Sheers wil de drijfveren van zijn overoudoom achterhalen en onderzoeken of er nog een ander verhaal is dan dat van de ideale man die eerder bij de lokale bevolking hoorde dan bij de blanke kolonisten.

Hierin slaagt hij gedeeltelijk: het heersende beeld weet hij niet aan te passen, eerder nog te versterken, maar hij ontdekt wel waarom Cripps indertijd uit Engeland vertrok: zijn vriendin was zwanger. Hij mocht niet met haar trouwen en hem werd de deur gewezen door de familie van het meisje. De liefde voor moeder en kind blijven tot zijn dood in 1952 en zo krijgt de halfgod ook nog een tragische kant, wat hem nog innemender maakt.

De identificatie met zijn overoudoom die Sheers voortdurend overvalt, is dan ook ijdel en bij vlagen zelfs potsierlijk. Zo begint de ongelovige Sheers spontaan te bidden wanneer hij voor het graf van Cripps staat, en bedenkt hij vijftig jaar na diens dood: `Ik voel de afdruk van je lichaam op deze vloer, de aanraking van je huid op deze muren.'

Behalve aan schaamteloze identificatie heeft Sheers de neiging zijn verhaal veel te nadrukkelijk literair te willen vertellen. Zo omschrijft hij de golven van de zee als het omslaan van bladzijden. En nog erger is het wanneer hij de inspiratie van de dichtende Cripps beschrijft. Die ziet bij het ontwaken `nog de afdruk van de regels die hij in zijn halfslaap had gevormd. Ze leken bijna tastbaar en hij probeerde ze weer op te roepen, maar net als de ribbels op een zandduin vielen ze bij zijn aanraking uiteen en gleden ze weer terug van taal in beelden'.

Toch is Het Afrikaanse dagboek boeiend. Sheers weet veel historische gebeurtenissen levendig op te roepen: de ideeën achter de huttenbelasting, de reacties daarop, de rol en gebruikmaking van inlanders tijdens de Eerste Wereldoorlog, de aanleg van spoorlijnen, de belangen van de BSAC en de overdracht ervan aan de Britse staat. Ondanks het overheersende perspectief van de vooruitstrevende en correcte Cripps zijn dat fascinerende passages.

Dat geldt zeker voor de parallel die Sheers legt tussen Cripps' opvattingen in 1927 over het idee van de reservaten en de landverdeling enerzijds en Zimbabwe anno 2000 anderzijds. Zo schreef Cripps indertijd: `De positie van onze Inlanders, die worden aangemoedigd zich in het nieuwe, op de toekomst gerichte leven van de Zuid-Rhodesische Kolonie te storten, doch aan wie een plaats onder de zon wordt ontzegd als het gaat om die zelfontwikkeling op de grond die werkelijk tot hen spreekt, terwijl meer en meer Europeanen worden overgehaald zich op gunstige voorwaarden blijvende rechten op die grond te verwerven, komt mij bespottelijk voor en moet wel tot een tragedie leiden. Hoe bedroevend!'

Hoewel het in deze roman-biografie om het leven van de missionaris Arthur Shearly Cripps draait – en dat leven is boeiend genoeg – heeft Sheers ook een mooi reisverslag geschreven. Vooral de gedeelten waar hij de bewoners uitgebreid aan het woord laat en hun visie op de toekomst van Zimbabwe weergeeft, zijn geslaagd. Hij laat zo zien hoeveel van de hedendaagse ellende in Zimbabwe geworteld is in het verleden.

Owen Sheers: Het Afrikaanse dagboek van Arthur Cripps. Uit het Engels vertaald door Gerda Baardman en Marian Lameris. Anthos, 374 blz. €21,95