Liegen is gevaarlijk

Iedereen in mijn klas ging in de vakantie naar het buitenland en ik kwam de grens maar niet over. Gewoon omdat mijn moeder het niet wilde. Ze had genoeg aan de golven van de Noordzee.

Op een dag kon ik niet meer tegen die saaie voorkeur van haar en besloot ik mijn eigen vakantie te verzinnen. Tegen al mijn klasgenootjes zei ik dus dat we naar Rusland gingen. Dat stond lekker stoer en was weer eens wat anders dan die Noordzee.

Gelukkig hadden we thuis een paar dikke boeken over Rusland. Daaruit haalde ik alle informatie die ik nodig had om mijn vakantie bij elkaar te liegen. ,,We logeren in het paleis van de tsaar – dat met die gouden koepels'', zei ik trots tegen mijn vriend Jaap, die voor de zoveelste keer met zijn ouders naar een Franse camping moest.

Op het Noordzeestrand verdiepte ik me drie weken lang in mijn verzonnen vakantieland, zodat niemand me straks op een leugen zou kunnen betrappen. Nauwkeurig zocht ik uit hoeveel mensen er woonden, of er bossen waren, bergen of meren, wat voor dieren er rondliepen. Eigenlijk was ik daar de hele vakantie mee bezig, zodat ik van de Noordzee helemaal niet zoveel gemerkt heb.

Toen we weer thuis waren vertelde ik al mijn vriendjes woeste verhalen vol beren, watervallen en eindeloze vlaktes vol struikrovers. Ze vielen bijna flauw van verbazing en jaloezie, want op een Franse of Duitse camping gebeurt natuurlijk niet zoveel.

Op een dag deed ik samen met mijn moeder boodschappen toen we bij de bakker de moeder van Jaap tegenkwamen. ,,Hoe hebben jullie het in Rusland gehad?'' vroeg ze met een afgunstige blik, omdat ze zelf net drie weken in de regen had gekampeerd. In mijn hoofd gingen nu alle alarmbellen af. Ik verstopte me achter een stellage met pakken beschuit en wachtte tot deze ramp voorbij was. ,,Rusland?!'' zei mijn moeder verbaasd. ,,Ik ben nog nooit in Rusland geweest en ben ook niet van plan er heen te gaan. Nee hoor, we waren lekker aan zee.''

Mijn zaak was verloren. Ik was verraden door mijn eigen moeder. ,,Dat komt er van'', zei ze toen we weer thuis waren. ,,Moet je maar niet zo liegen.''

De volgende dag voelde ik me ineens niet zo lekker, toen ik in gedachten Jaap aan de hele klas zag vertellen wat hij van zijn moeder had gehoord. De rest van de week bleef ik dan ook ziek thuis. Zogenaamd ziek, natuurlijk.