Koude Oorlog tussen de lakens

Zeventig jaar geleden had je in Amerika John Dos Passos. Zijn status is hier te lande enigszins afgebladderd, en alleen zijn New York City-roman Manhattan Transfer is – dankzij de onvolprezen Atlas-serie `De twintigste eeuw' – nog in het Nederlands leverbaar. Maar in de jaren dertig gold hij als dé geëngageerde romancier bij uitstek – een meesterstilist die door middel van aaneengeschakelde `vignetten' uit het dagelijks leven een somber panorama schetste van de degeneratie van de Verenigde Staten. De jonge Louis Paul Boon beschouwde hem als een voorbeeld, alleen al omdat hij in zijn trilogie U.S.A. (1930-36) compassie met zijn personages paarde aan stilistische vernieuwingsdrang. En nog steeds zijn de caleidoscopische romans van Dos Passos een bron van inspiratie voor nieuwe auteurs.

Zie Matthew McIntosh. In 2003 debuteerde hij op 26-jarige leeftijd met Well, dat nu in een vlot lopende (jammer genoeg door spelfouten ontsierde) vertaling is uitgekomen. Het boek werd gepresenteerd als roman, maar is eigenlijk een collage van korte en ultrakorte verhalen, die een deprimerend beeld geven van het leven in een stadje aan de Amerikaanse noordwestkust. En daarmee van heel Amerika, dat volgens McIntosh' personages `niet meer [is] wat het geweest is'. Voor de bewoners van Federal Way, onder de rook van het vliegveld van Seattle, lijkt de wereld `gemaakt van verdriet'. Eenzaamheid en frustratie regeren, zowel in de buitenwijken als in de binnenstad. Iedereen zit vast in een afstompend baantje, een armoedig huis en een dodelijk ongezond leefpatroon, met veel drank en drugs. `Misschien was het wel de schuld van Amerika,' houdt een aandoenlijke huisvrouw zichzelf voor. `Het was te moeilijk om iets te bereiken in dit stomme land.'

Voetnoot

Well begint met een inhoudsopgave die de lezer op het verkeerde been zet. De soms uitzinnige titels van de verschillende delen (`Hoewel ie af en toe verblindend fel is, is de moderne kleur over het algemeen hoogst ingetogen') suggereren dat je een nieuw boek van Dave Eggers voor je hebt, of op zijn minst een werk van duizelingwekkende postmoderniteit. Het is te hopen dat niemand zich daardoor laat afschrikken, want de verhalen die volgen staan veel eerder in de traditie van het Groezelig Realisme. Afgezien van een bevreemdende voetnoot op bladzijde 116 (`Misschien is er inderdaad geen Heiland. Misschien komt er nooit iemand en zal er ook nooit iemand komen') onthoudt McIntosh zich van (ge)wilde experimenten, hoewel hij genoeg vertelperspectieven en streams of consciousness hanteert om de lezer gefascineerd te houden.

McIntosh vertelt hartverscheurende verhalen, bijvoorbeeld in `Voor je eigen mensen zorgen', dat een jongen aan het woord laat die de moed erin probeert te houden terwijl alles in het leven hem tegenzit. Zijn broer is geestelijk gehandicapt, zijn ouders verwaarlozen hem, en als hij een sympathiek vriendinnetje vindt, kampt hij eerst met impotentie – om uiteindelijk door haar vader bijna gewurgd te worden als die erachter komt dat ze zwanger is geraakt. Het is de gelaten-filosofische vertelstem van de jongen die het drama binnen de perken houdt. `Wat heeft het voor zin om te huilen, elkaar vast te houden en zachte, troostende woordjes te zeggen,' concludeert hij, `als wat we echt nodig hebben iets anders is – en dat is dat we gewoon gered worden.'

Hometrainer

Wat Well behoedt voor een allesverschroeiend pessimisme is McIntosh' gevoel voor (zwarte) humor. Soms zit dat verstopt, zoals in een van de mooiste verhalen in de bundel, `Visjongen', over een naïeve scholier die in problemen komt doordat hij te hardnekkig achter een meisje blijft aanlopen. Soms zijn de verhalen ervan doortrokken, zoals `Moderne kleuren / Moderne liefde', waarin een besluiteloze man een 06-lijn belt en de dienstdoende sekswerkster tot wanhoop brengt door zijn fantasieën telkens bij te stellen. Onder de vele andere tragikomische figuren in Well (de titel is heel toepasselijk ook Engels voor `put') bevindt zich een vrouw die bijna bezwijkt op de hometrainer, en een stel dat in bed het liefst de Koude Oorlog naspeelt.

Hoe kunnen de dingen zo gelopen zijn, vraagt de moeder van de `visjongen' zich af; hoe kan het dat een prettig leven zoveel ongelukkige wendingen heeft genomen? Met die vraag worstelen de meeste van McIntosh' personages, terwijl ze het beste van hun ontspoorde levens proberen te maken. En hoewel niet ieder verhaal van goud is, en McIntosh zijn pretentie als romanschrijver niet helemaal waarmaakt, is Well behalve een veelbelovend debuut een verassende bijdrage aan de nieuwe Amerikaanse literatuur. Raymond Carver, de ook uit het noordwesten afkomstige grondlegger van het dirty realism, hoeft zich niet om te draaien in zijn graf. Matthew McIntosh lijkt als korte-verhalenschrijver een waardige opvolger.

Matthew McIntosh: Well. Uit het Amerikaans vertaald door Dirk-Jan Arensman. Vassallucci, 272 blz. €20,– (geb.).