Iedereen in crisis

De `Romeo en Julia' van Ola Mafaalani speelt zich af in een achterbuurtkroeg in Buenos Aires. Acteurs en tangodansers zijn elkaars rivalen.

Tak tak rakketakketak. Vier hakken slaan op het toneel. Vier benen maken razendsnelle passen, geven hakjes, stappen tussen de benen van de ander tot ze van één wezen lijken. Het tangopaar Los Hermanos Macana lijkt op een dansende Siamese tweeling. De Argentijnse broers Enrique en Guillermo Insfran de Fazio dansen al vanaf hun tiende jaar samen. Ze zijn één, en tegelijk zijn ze twee rivalen. De eeuwige vraag `wie leidt?' geeft hun razende dans spanning.

De broers spelen samen één rol in Romeo en Julia: ze zijn Tebaldo, rivaal van Romeo (Pierre Bokma). De kleine acteur, annex ongeschoolde danser Bokma wordt aanvankelijk in een vecht-tango door de broers onder de voet gelopen, maar later weet hij er toch een te wurgen. Na een laatste virtuoze dodendans vertrekken de twee naar een lange tafel achter het toneel.

Voor haar tangoversie van Shakespeares Romeo en Julia bij Toneelgroep Amsterdam (TA) engageerde regisseuse Ola Mafaalani vijf beroemde tangodansers. De Braziliaanse danseres Christina Palha speelt Julia, Jorge Fatauro is Julia's vader, en Ernesto Candal is graaf Paris, de man die haar wil trouwen. Mafaalani: ,,Ik heb tangodansers genomen omdat ik twee families wilde die elkaars taal niet spreken: de dans van de Argentijnen tegenover het gesproken woord van de TA-acteurs. Nee, het gaat me niet om de verschillen; het gaat erom dat ze elkaar niet kunnen verstaan.''

Twee weken voor de première verkeert de groep rond Mafaalani in een kleine crisis. Titus Muizelaar, die de vader van Romeo zou spelen, is uitgevallen. Hij wordt niet vervangen. Dus moet het stuk weer helemaal worden omgegooid. Journalisten die naar de repetitie zouden komen kijken, worden afgebeld. De groep repeteert in een voormalig klaslokaal in het pand van Toneelgroep Amsterdam aan de Prinsengracht. ,,Te klein'', zegt Mafaalani na afloop, ,,we zijn met elf spelers, de dansers hebben geen ruimte hier.'' Aan de muur hangen plaatjes van kunstenaar Jeff Koons die zijn bruid Cicciolina penetreert, en van kussende Rodin-beelden, om de ,,versmelting van geliefden'' te verbeelden. Er liggen wat opwarm-cd's, géén tangomuziek. Er slingeren damesschoenen rond, en een stel engelenvleugels. De groep praat Spaans en Nederlands door elkaar. ,,Buenos tardes, Hans.'' Maar de werktaal is steenkolen-Engels met een zwaar zuidelijk accent. De kleine Argentijnse mannetjes dribbelen rond, in de hoek laat Hans Kesting zijn Stentorstimme klinken. In een hoogwaterjurk speelt hij de priester die de geliefden in het geheim zal trouwen.

,,Let niet op de details, we hebben weinig tijd'', zei een acteur in Ten liefde, een eerder toneelstuk van Mafaalani. Dat geldt voor al haar regies. De 35-jarige regisseuse, geboren in Syrië en getogen in Duitsland, schildert met grove, felle streken, in een stormachtige vaart. Ze maakt grootse voorstellingen die indruk maken door hun radicaliteit, hun engagement en hun scherpe registerwisselingen. Ze roepen veel emoties op, ze hebben een energie, hartstocht en rauwheid die je niet vaak ziet in het Nederlandse theater.

,,De wereld moet beter worden!'' schreeuwt ze. Om deze boodschap over te brengen tracht ze onvermoeibaar de toeschouwers medeplichtig te maken aan haar voorstellingen. In haar Macbeth kregen we eerst bier van de schurk, en op het einde mochten we hem bekogelen met tomaten. In Ajax moesten we als rechtbankjury beslissen over het lot van de Griekse held die in een vlaag van waanzin een kudde schapen afslacht, denkend dat ze zijn wapenbroeders zijn.

Krachtige beelden blijven hangen: Ajax die als een abstract expressionist liters verf om zich heen smeet, of die alvorens zelfmoord te plegen zijn zoontje telkenmale omhelsde en vervolgens ruw van zich afstootte. Bij Macbeth hingen ijsblokken boven de spelers, die langzaam smolten. In Westkaai sprong een actrice in het water van de Rotterdamse haven om naar de overkant te zwemmen, waar de neonletters SHELL oplichtten, tot de S doofde. Inderdaad: HELL.

Mafaalani's voorstellingen zijn altijd bijzonder, maar maken ook een onaffe, soms onevenwichtige indruk. Bewondering voor een sterk beeld gaat vaak gepaard met ergernis over het schaamteloos gebruik van theatrale paardenmiddelen, de huil-of-ik-schietmethode. Met haar hang naar de schmalzige zelfkant laveert ze graag tussen kunst en kitsch, net als de tango. Aanvankelijk leek die onevenwichtigheid aan haar gebrek aan ervaring te wijten. Ze was nog aan het groeien. Maar nu begint het erop te lijken dat het bij haar werk hoort.

Lekker spotje

Daarin past ook haar crisisbeleid. De lichte paniekstemming rond het vertrek van Muizelaar is niet de eerste crisis tijdens deze repetitieweken. Dat ging al eerder ook zo. In een aangrenzend klaslokaal, waar Mafaalani mag roken, licht ze haar werkwijze toe: ,,Het vakmatige gedeelte van regisseren beheers ik wel. Zodra de voorstelling enige vorm krijgt, zie ik al precies voor me hoe ik het ga afmaken; die scène nog mooi afmonteren, daar nog een lekker spotje op. Maar dat is niet genoeg, dat zou saaie, vlakke stukken opleveren. Dus zodra ik weet hoe het afloopt, gooi ik alles om en werp mezelf en de groep in een crisis. Als we daar weer uitkrabbelen, boren we steevast een diepere laag aan en weten we steeds beter wat we precies willen vertellen. Dat gebeurt zo een paar keer per repetitieperiode, tot ik het stuk helemaal heb uitgegraven. Dat is slopend en onzeker voor mezelf en voor de groep, maar wel de enige manier waarop ik kan werken. Ik kies er niet voor, ik kan niet anders.'' Zo houdt Mafaalani haar voorstellingen open en onaf; je kunt er als toeschouwer actief in meedenken, meevoelen, mee-ergeren. Een voordeel is ook dat haar spelers zo maximaal meedenken met het stuk; er is veel ruimte voor eigen inbreng.

Een week voor de première ligt Romeo en Julia er nog als een bouwput bij. Het is zondagavond en de groep repeteert in de Stadsschouwburg; ze spelen het stuk voor het eerst van het begin tot het eind. Alvorens Mafaalani achter de regietafel in de zaal plaatsneemt, loopt ze over het podium te roken. Roken mag wel op het toneel, niet in de zaal.

Net als haar eerdere werk speelt Romeo en Julia zich af in schemerlicht, in de nacht in een louche danstent, met kale tafels onder lichtbakken. De mannen dragen zwarte pooierpakken en leren handschoenen, de dikke krullen met pommade naar achter gekamd. Het dansen is gestileerd vechten, neuken en sterven, net als de flirts die daaraan voorafgaan. Mafaalani maakt gretig gebruik van de associaties die de tango oproept: de ternauwernood onderdrukte passie, streng en wild tegelijk, de melancholie, de aantrekkelijke nachtkracht, het groezelige van de achterbuurtkroeg in Buenos Aires, de hoer die danst met haar pooier.

Het oorspronkelijke idee om de familie Montecchi door acteurs en de familie Capuletti door tangodansers te laten spelen is inmiddels losgelaten. Een hele familie die zich alleen in dans uitdrukt zou de begrijpelijkheid van de voorstelling niet ten goede komen, dus zijn ook actrices Celia Nufaar en Janni Goslinga in de tangofamilie opgenomen, als de moeder en de kinderjuffrouw van Julia. Nu Titus Muizelaar ziek is, zit Romeo zonder familie. Hij heeft alleen zijn vriend Mercutio (Bart Klever) nog over, en die wordt al snel vermoord. Mafaalani: ,,Het komt eigenlijk wel goed uit, zo wordt Romeo's existentiële eenzaamheid benadrukt.''

Mafaalani houdt ervan een nadeel tot een voordeel om te buigen. Toen de hoofdrolspeler in Macbeth zijn been brak en de hele rol zittend op een stoel moest spelen, vond ze dat een grote artistieke verbetering.

Romeo en Julia is Mafaalani's vierde Shakespeare-regie. Bij Toneelgroep Amsterdam maakte ze De koopman van Venetië, in Brussel een house-Macbeth, die werd geselecteerd voor het Theaterfestival, en in Keulen een omstreden Othello. Hoe modern en radicaal Mafaalani's bewerkingen ook zijn, ze houdt zich wel redelijk aan de tekst, in de vertaling van Gerrit Komrij: ,,Ik neem Shakespeares tekst en leg daar mijn regie als een transparante laag overheen.'' Daarbij moet overigens worden aangetekend dat dit keer ten faveure van de tangodans minstens de helft van Shakespeares tekst is geschrapt. Ook is er het een en ander samengevoegd: omdat Julia vrijwel een zwijgende rol is geworden, speelt Pierre Bokma de balkonscène bijvoorbeeld in zijn eentje, als monologue intérieur, waarbij hij de woorden van Julia navertelt.

Vier jaar geleden maakte ze samen met Ko van den Bosch het losjes op Romeo en Julia gebaseerde stuk Ten liefde. Die aangrijpende lunchvoorstelling ging over twee moderne dertigers, uitgaanstypes, die elkaar vinden in de dronken nacht. Hoewel ze voor elkaar geschapen zijn, scheuren ze zich weer los van elkaar. Was Ten liefde een voorstudie van deze Romeo en Julia? Mafaalani: ,,Nee, dat was een totaal ander verhaal. Die twee werden niet door de buitenwereld uiteengedreven, maar door zichzelf. Als je de dertig voorbij bent, staat bindingsangst in de weg, en praktische bezwaren. Buiten wachtte de taxi die Romeo terug moest brengen naar zijn vrouw en kinderen.''

Dat brengt ons op een andere kwestie. Bij Shakespeare zijn Romeo en Julia piepjonge tieners, met de bijbehorende grote gevoelens. Bokma is een veertiger, en Palha loopt – voorzichtig geschat – tegen de dertig. Waarom heeft Mafaalani twee oudere acteurs gecast? ,,Iedereen vraagt dat, maar voor mij is de leeftijd geen kwestie. Dit gaat niet over kalverliefde, dit gaat over De Grote Liefde, die je maar één keer in je leven tegenkomt, of nooit. Dat kan je overkomen als je veertien, maar ook als je veertig bent.''

In de visie van de meeste mensen gaat Romeo en Julia over de liefde die onmogelijk is doordat de twee uit verschillende kampen komen. Maar kenmerkend voor de originele Romeo en Julia is juist dat de twee families elkaar haten, maar verder in niets van elkaar verschillen: ,,Two households, both alike in dignity.'' Mafaalani laat de twee families inwisselbaar zijn: ,,Romeo en Julia gaat over de gezagsondermijnende liefde. Zodra Romeo en Julia samenkomen, is de vete tussen hun families vergeten. De twee families staan meteen als één blok tegenover de geliefden. Ze hebben nu samen één doel: deze liefde zal niet zijn. Waarom? Liefde is zo confronterend, omdat liefde het hele bestaan verandert, en de meeste mensen zitten niet op verandering te wachten. Ze leven liever met de ellende van vandaag dan met het onbekende van morgen. Liefde zegt: laat alles varen, vind alles mooi, vergeet de details. Terwijl de meeste mensen zich juist vasthouden aan de details: `hoe laat moet ik morgen op', `waar zijn mijn sigaretten?' Wie wordt geconfronteerd met de puurheid van liefde ziet in hoe fake zijn leven tot nu toe was; veertig jaar onzin. Liefde haalt de poten onder je stoel vandaan. Dáárom moet de liefde van Romeo en Julia kapotgemaakt.

,,Ik ben naar Verona geweest om het balkon van Julia te zien. Onzin natuurlijk, dacht ik, ze heeft nooit bestaan. Maar rondom het balkon hebben duizenden, tienduizenden mensen geheime liefdesbriefjes aan de muren geplakt met stukjes kauwgom. Ik was verbijsterd, ik dacht dat ik een fictief stuk zou gaan regisseren. Maar voor al deze mensen léven Romeo en Julia. Ik kon niet stoppen met huilen, daar bij dat balkon. Vierhonderd jaar verder zijn we nu en er is niets veranderd, we hebben niets geleerd. Bijna iedereen leeft zoals de Montecchi's en de Capuletti's, niemand leeft zoals Romeo en Julia. Het gaat om het laten varen van je ego, om te kunnen versmelten met de ander, met misschien wel álle anderen. Romeo zegt: ware jij op de verste kust, ik zou de oceaan voor je overzwemmen. Zou jij dat doen voor je geliefde? Nee? Dan ken je de echte liefde niet. Je bent bang om te verdrinken. Maar liefde is sterker dan de dood. Natuurlijk, het is fysiek onmogelijk om de oceaan over te zwemmen, maar hij had het gered.''

Dikke bardame

Hoe zwart en rauw Mafaalani's werk ook is, de dood is nooit het einde. Ajax bleef na zijn dood als een zombie door de zaal dolen. De vele slachtoffers van Macbeth namen plaats aan een gezellig barretje waar de dikke bardame aria's uit Verdi's operaversie van Macbeth zong. In Romeo en Julia is het hiernamaals een lange tafel achter het decor, met groene en gele schemerlampjes en flessen gedestilleerd à sorti. De eerdere doden verwelkomen joviaal de twee jonggestorven geliefden. De tangodansers haalde Mafaalani uit Buenos Aires, afgaande op tips van Christiane Palha: ,,Wie daar begint aan tango, zit er zijn hele leven aan vast. Ze vergeten het echte leven, alles voor de tango. Het is als heroïne zeggen ze. Die obsessieve kracht herken ik, want dat heb ik met theater, ook een vlucht uit het echte leven. Alhoewel, theater is eigenlijke veel echter dan het echte leven.''

Aanvankelijk had ze hof-bandoneonist Carel Kraaienhof gevraagd om de voorstelling te begeleiden. Zijn muze, prinses Máxima, werd uitgenodigd voor de première. De Argentijnse liet weten bewonderaar van Los Hermanos Macana te zijn, maar ze was helaas verhinderd. Het was wel aardig geweest; Máxima's huwelijk dreigde ook ooit een tango-variant op Romeo en Julia te worden. Niet met de dood als inzet, maar een constitutionele crisis.

Ook Kraaienhof was verhinderd. De bandoneon wordt nu bespeeld door Martin de Ruiter. Hij speelt tango's van Mafaalani's vaste componist Jan Kooper. Staande met een voet op een kruk laat De Ruiter zijn instrument zwaar ademen, zuchten, hijgen. Het klinkt als seks, of huilen, of de laatste adem van een snevende.

De tangodansers zijn allen grootheden op hun eigen gebied; vooral Los Hermanos Macana. Zij waren verbonden aan Tangox2, een van de belangrijkste tangogezelschappen in Buenos Aires, en ze speelden in de film Assassination Tango van Robert Duvall. Christiane Palha danste acht jaar bij Het Nationale Ballet. En zestiger Jorge Fatauros danste daar ook lang geleden, naast Noerejev. Het kostte enige moeite om ze in het keurslijf van een theatervoorstelling te persen. Zo zijn er tot verdriet van de dansers nogal veel tango's gesneuveld, omdat ze de handeling ophielden. Ook zijn de dansers gewend een show te geven: ze willen de tango's steeds fraai afronden, om vervolgens applaus te oogsten. Maar de dansen moeten hier in de voorstelling worden ingebed. Steeds afronden en een pauze laten vallen kan niet. Een van de Hermanos kan het tijdens de repetitie van hun dodendans toch niet laten om met een charmante grijns applaus te halen alvorens naar het dodenrijk af te dalen.

Maar er blijft nog genoeg tangoschoonheid over. Als Julia bijvoorbeeld met Paris moet trouwen – gespeeld door Palha's vaste danspartner Ernesto Candal – volgt een snelle dans. Palha, beroofd van haar rok, tilt haar volmaakte been op en drukt het tegen Candals heup. Met zijn hand geeft Candal een klap op haar dij, zoals een ruiter op de schoft van zijn paard slaat. `Je bent van mij', zegt die klap. Bokma, die met haar alleen los mocht discodansen, kijkt knarsetandend toe.

`Romeo en Julia' gaat op 21 maart in première in de Stadsschouwburg, Amsterdam. Tournee t/m 15 mei. Inl: 020-5318484 of www.toneelgroepamsterdam.nl.