Het einde van een agent, een gokker, een boef

Martin Hoogland was een rechercheur, maar belandde in de criminaliteit. Hij heeft altijd ontkend Klaas Bruinsma te hebben vermoord.

Met de moord op de Amsterdamse oud-rechercheur Martin Hoogland wordt een tijdperk ten grave gedragen. Kenmerkend voor die tijd was de bejegening van de verdachten in de rechtbank. Tijdens een van de zittingen draaide Hoogland zich om naar de journalisten die achter hem aan de perstafel zaten. ,,Zeg, kennen jullie die mop van die Surinamer en die Turk die een auto gingen jatten?'' In plaats van hem te manen zijn mond te houden, bogen de twee zaalwachten zich voorover en begonnen alvast met lachen. De journalisten zwegen aandachtig en de officier deed alsof hij niets zag.

Hoogland vertegenwoordigde een filmisch, Amerikaans archetype van een diender die boef werd. Hij was ook niet de enige rechercheur die van het rechte pad was afgedwaald. Zo vertelde de eveneens geliquideerde Magdi Barsoum dat er in de jaren tachtig na invallen door de politie bij criminelen altijd minder geld en drugs op het hoofdbureau werden opgegeven, dan werkelijk waren aangetroffen. Een oud-rechercheur beaamde dit en vertelde dat hij bij een ruzie met collega's op het hoofdkantoor, over een partij achterover gedrukte drugs, een keer zelfs zijn pistool had getrokken.

Zonder twijfel was Hoogland een boef. Hij zou niet alleen maffiabaas Klaas Bruinsma met drie schoten door het hoofd en de drugshandelaar Tony Hijzelendoorn in diens woning te Wilnis met kogels hebben doorzeefd, maar veel meer mensen. Niettemin zei iedereen die hem kende dat je altijd met hem kon lachen. ,,Hij liet me een keer zijn wasmachine zien'', aldus journalist Ton van Dijk. ,,Hij zegt: `zie je niks?' Ik zeg `wat zie ik? Een wasmachine en een pak wasmiddel'. Zegt Martin wijzend op dat pak: `Daar zit een pond coke in. Dat vinden ze nooit. Het enige waar ik bang voor ben is dat mijn schoonmoeder een wasje komt doen'''.

Volgens een oud-collega was Hoogland een echte gokker. ,,We waren in dienst en zaten in burger in een illegaal gokhuis. Martin had al duizenden guldens verspeeld. Ik wilde weg, maar Martin wist dat ik altijd een geeltje in een van mijn sokken had, voor de taxi. `Geef mij dat geeltje', zei hij, en na lang aandringen gaf ik het hem. Afijn, uren later waren we weer buiten, had hij zijn verlies terugverdiend en een forse winst erbij.''

Martin gokte op de misdaad. Het heette dat hij bij de Joego's zat. Als keihard bekend staande criminelen uit het voormalige Joegoslavië. Zeker is dat de Joego's bij hem zaten. Tijdens een zitting toonde een rechter hem een foto van het interieur van zijn huis en vroeg hem hoe dat gat in het plafond kwam. ,,Oh'', antwoordde Hoogland alsof het de gewoonste zaak van de wereld was. ,,Zat er zo'n Joego op mijn wc die zonodig zijn pistool moest schoonmaken. Ja, toen ging het af''.

Even leek het ook dat hij de dans zou ontspringen. In oktober 1991, na te zijn aangehouden voor de moord op maffiabaas Bruinsma, werd Hoogland door de Amsterdamse rechtbank vrijgelaten. Rechtbankpresidente mr. E.J. van Schaardenburg verklaarde de officier van justitie niet ontvankelijk. De rechtbank deelde de mening van de raadsman van Hoogland, mr. J. Boone, dat het opsporingsonderzoek niet aan de minimale eisen van betrouwbaarheid had voldaan.

Er was een verklaring onder naam omgezet tot een tweede, anonieme verklaring. Boone noemde dit ,,een grof schandaal''. Vooral omdat hiertoe opdracht was gegeven door het hoofd van de groep Ernstige Delicten W.Woelders. Hoogland heeft altijd volgehouden dat zijn voormalige collega's er alles aan gelegen was hem achter de tralies te brengen. Woelders is inmiddels commissaris bij de politie Amsterdam-Amstelland.

Er waren meer vraagtekens die door het politieoptreden werden opgeroepen. Zo wist de politie pas maanden na de moord op Bruinsma twee mannen op te sporen die naar alle waarschijnlijkheid getuige waren geweest van de moord. Een van de mannen verwierf nationale faam als ,,de Hakkelaar'' in het gelijknamige proces. De ander was diens bodyguard. Zij behoorden tot de naaste concurrenten van Bruinsma. Hoogland heeft altijd volgehouden dat hij de moorden op Bruinsma en Hijzelendoorn niet heeft gepleegd.

Tijdens de zittingen bij de rechtbanken in Amsterdam en Utrecht en later voor het hof gedroeg Hoogland zich stoicijns. De beveiliging werd gaandeweg steeds verder opgeschroefd. Journalisten werden gefouilleerd, er kwamen detectiepoortjes bij de ingang, leden van het arrestatieteam zaten in de zaal en Hoogland werd het onmogelijk gemaakt nog met anderen dan zijn advocaat te spreken.

Maar helemaal in het begin was er nog geen sprake van een dreigende sfeer. Stotterend nam Hoogland alle tijd om zijn mop te vertellen: ,,Zegt die Surinamer, pak ik de banden, neem jij de rest mee.''