Geld pompen in inefficiënte zorg

De zorgsector is jarenlang meester geweest in het bespelen van de Kamer. Maar op de besteding van de vele miljarden die in de zorg omgaan, had de Kamer nauwelijks zicht.

,,Meer geld pompen in een inefficiënt systeem leidt slechts tot meer inefficiëntie.'' Dat hadden verscheidene deskundigen voorgehouden aan de Tijdelijke Commissie Onderzoek Zorguitgaven van de Tweede Kamer (Commissie-Mosterd) zo meldt deze in haar rapport Miljardenzorg dat zij gisteren publiceerde. Dit `pompen van geld in een inefficiënt systeem' is waarschijnlijk precies wat al jaren gebeurt. Bij elkaar opgeteld bijna vijftig miljard euro stopte de Tweede Kamer in de periode 1994-2002 extra in de zorgsector zonder ook maar enig zicht te hebben op de besteding van dat geld. De enige zekerheid is dat het geld niet is besteed aan `zorgvreemde' activiteiten zoals het exploiteren van `verwencentra'. De verschillende toezichthoudende instanties controleren de uitgaven immers op de `rechtmatigheid' ervan. Hoewel het ook dan de vraag kan zijn of het tot de taak van de sector behoort om met de reserves naar de beurs te gaan, zoals afgelopen jaren enkele keren door de controleurs werd gemeld.

Maar de vraag of daarmee het budget doelmatig is besteed, is daarmee niet beantwoord. En de commissie constateert dat er op die vraag eigenlijk ook geen antwoord te geven is, simpelweg omdat daar eigenlijk niemand enig zicht op heeft. Er bestaan ook nog nauwelijks normen waaraan de bedrijfsvoering van de hulpleveranciers kan worden getoetst (al verandert dat geleidelijk wel door de invoering van de zogeheten benchmarking-procedures). Maar vooral ontbreekt het aan zicht op de doelmatige besteding van het geld doordat de bemoeienis van de geldgever bij de voordeur van de hulpverlener stopt. Als het geld eenmaal binnen is, is de hulpverlener vrij het naar eigen inzicht te besteden, zo constateert de Commissie. Dat is zo in de wet vastgelegd en is in feite een uitvloeisel van het private karakter van de sector. Vrijwel alle instellingen zoals ziekenhuizen, inrichtingen, tehuizen en doktersposten zijn immers private organisaties in de vorm van stichtingen, verenigingen of maatschappen. En waar publiek geld in private organisaties wordt `versleuteld', is eigenlijk een ,,uiterst scherpe controle- en verantwoordingsstructuur'' nodig, signaleert de Commissie. En die ontbreekt. ,,De controle op het naleven van de afspraken door de zorgaanbieders is veel te vrijblijvend.''

De sector kent eigenlijk ook geen enkele prikkel om doelmatig te werken en er zo voor te zorgen dat het geld van de premiebetaler zo goed mogelijk wordt besteed. In feite wordt deze vorm van solidariteit met de financier door het systeem zelfs ontmoedigd, zo wordt geconstateerd. Zo stelt het systeem onbedoeld een premie op mismanagement. Kom daardoor een instelling in de problemen, dan komt het tarievenbureau CTG met extra geld over de brug om de instelling overeind te houden.

Maar het is de Tweede Kamer zelf die, zo luidt de centrale conclusie van de Commissie, elke prikkel om efficiënt en zuinig te werken tegengaat. ,,Elke keer als er weer een patiënt of een zielig geval 's avonds in een tv-rubriek verschijnt kost ons dat zeventig miljoen'', was een verzuchting die in de jaren negentig in de gangen van het ministerie van VWS te horen was. En dat zal niet veranderd zijn, al wordt tegenwoordig niet meer in guldens maar in euro's gerekend. De Commissie signaleert dat ziekenhuizen en inrichtingen handig gebruik hebben gemaakt van het bestaan van wachtlijsten. Die werden met succes ingezet om meer geld los te krijgen zonder dat de Kamer zich over de vraag boog waardoor die wachtlijsten plotseling zo'n groot probleem werden. Zeker tot 2001 was het lucratief om wachtlijsten te hebben. Sectoren die daarmee schermden, konden immers rekenen op extra geld. Pas in 2001 maakte de toenmalige minister Borst (Volksgezondheid, D66) een einde aan deze `perverse prikkel' door voor het extra geld ook een aantoonbare extra productie te eisen. De Commissie geeft zelf gedeeltelijk antwoord op de vraag waardoor in de ziekenhuizen de wachtlijsten (of beter, de wachttijden) een `probleem' werden: het afschaffen van het betalen van medisch specialisten per verrichting leidde dan wel tot minder onnodige medische handelingen, maar het min of meer gegarandeerde inkomen dat deze vrije beroepsbeoefenaren vervolgens kregen, ,,zou in de hand hebben gewerkt dat sommige specialisten minder zijn gaan werken''.

De Commissie is niet verder gekomen dan de eerste fase van haar opdracht: het verkennen of het te achterhalen is waaraan het extra geld is besteed dat de sector kreeg bovenop de gebruikelijke compensatie voor inflatie en vergrijzing. Dit kan dus niet op een zinvolle wijze. De Kamer kan zich beter op de toekomst richten, adviseert de Commissie dan ook. Om te voorkomen dat de Kamer door de sector nog langer sprookjes worden verteld, moet voortaan duidelijk zijn welke concrete prestaties worden geleverd en hoe de ontvangers daarop worden afgerekend.

Daarmee is dan nog niets gedaan aan de inefficiency. Volgens Borst zou er tussen en 10 en 30 procent efficiency-winst te boeken zijn. Minister Hoogervorst (Volksgezondheid) meende vorige week dat er zeker 10 procent te winnen zou zijn. Een opmerking die voor de ziekenhuizen al meteen reden was om te waarschuwen dat het realiseren daarvan tot ernstige problemen zal leiden. De Kamer weet nu welke lobby haar binnenkort zal benaderen.