Een technologische ratrace in het bassin

In het topzwemmen zijn video en laptop niet meer weg te denken. Bondscoach André Cats ontwikkelde een race-analysesysteem. ,,Een chip in de badmuts zou nog mooier zijn.''

Het toernooi was amper een dag oud of de conclusie van André Cats liet aan duidelijkheid niets te wensen over. ,,We hebben veel baat bij ons race-analysesysteem'', stelde de bondscoach van de Nederlandse zwemploeg tevreden vast op de openingsdag van de Europese kampioenschappen kortebaan (25 meter), drie maanden geleden in Dublin.

Verwonderde blikken waren zijn deel. Had Nederland in het diepste geheim een geavanceerd computerprogramma ontwikkeld, waarmee de concurrentie op weg naar de Olympische Spelen in Athene de voet kon worden dwars gezet? Wat bedoelde Cats met `een race-analysesysteem'? Wat is dat? Hoe werkt het? En: welk doel dient het?

Twee maanden later klapt Cats zijn laptop open in het Sloterparkbad in Amsterdam. Nee, de bondscoach heeft geen geheimen. Hij zal de concurrentie uiteraard niet wijzer maken dan ze al is. Maar hij is niet te beroerd een demonstratie te geven van het programma, dat hij in de nasleep van de deels mislukte wereldkampioenschappen langebaan (50 meter), afgelopen zomer in Barcelona, zelf uitdokterde. Een collega-coach, oud-zwemmer en whizzkid Marcel de Natris, werkte het vervolgens uit.

Ook in het topzwemmen zijn video en laptop sinds een paar jaar niet meer weg te denken. Wemelt de voorbereiding al van allerlei wetenschappelijke testen en metingen (lactaat, stroomlijn), ook tijdens wedstrijden ontkomt een beetje coach niet aan het gebruik van technologische hulpmiddelen. ,,Met de stopwatch alleen red je het niet meer'', weet Cats.

Zeker niet in een sport die draait om honderdsten van seconden en die althans in theorie wiskundig te becijferen is. Zwemmen is in feite niets meer dan de waterweerstand reduceren en telt, in de woorden van Cats, ,,drie grootheden: snelheid, frequentie en lengte''. Snelheid staat daarbij vanzelfsprekend voor het aantal meters per seconde, frequentie voor het aantal slagen per minuut en lengte voor de afgelegde afstand per slag (één cyclus: links en rechts). Met andere woorden: snelheid is frequentie maal lengte.

De kunst van het zwemmen laat zich dan ook eenvoudig samenvatten: een hoge slagfrequentie koppelen aan een zo'n lang mogelijke slaglengte. Wie daarin slaagt, heeft het optimale product: de hoogste snelheid. ,,Iedere zwemmer heeft daarbij zijn eigen optimum, om de doodeenvoudige reden dat geen mens gelijk is'', zegt Cats. Drie factoren zijn van invloed op `het optimum': de fysieke bouw van een zwemmer, zijn technische vaardigheden en dat wat Cats ,,het watergevoel'' noemt. Dat lijkt een ondefinieerbaar begrip, maar komt volgens de Fries neer op ,,de manier waarop iemand in het water ligt en hoe hij het water pakt''.

Krachtpatser Ian Thorpe is het schoolvoorbeeld van een zwemmer met een extreem lage slagfrequentie, maar tegelijkertijd met een bijna ongeëvenaarde slaglengte. De Australische wereldkampioen (200 en 400 meter vrije slag) is dan ook een geval apart, weet Cats. ,,Thorpe is groot en sterk, met handen en voeten die meer dan bij enig ander als peddels fungeren waardoor hij een enorm stuwvermogen heeft.''

Is de kunst van het zwemmen eenvoudig samen te vatten, voor de opdracht van de zwemcoach geldt daarmee dus hetzelfde. Cats, droogjes: ,,Zoeken naar de juiste balans tussen slaglengte en slagfrequentie, meer is het eigenlijk niet.'' Het is dan ook om die reden dat een coach kort na afloop van een wedstrijd graag een handzaam overzicht met de statistische kerngegevens van zijn pupil wil hebben. Zodat hij in één oogopslag kan zien waar het mogelijkerwijs aan schort en belangrijker nog hoe en waar in de eerstvolgende race winst te behalen valt.

Het is een open deur, dat weet Cats ook wel. Toch ontkomt hij er niet aan: ,,Meten is weten.'' Hoe meer feitenkennis, hoe groter de kans dat een coach het optimum vindt en zijn pupil dus sneller door het water kan laten gaan. Vandaar dat hij afgelopen najaar het bestaande Amerikaanse programma XLrace zodanig aanpaste en verfijnde dat ,,we inmiddels kunnen spreken over een geavanceerde stopwatch op de laptop, die wordt gevoed door videobeelden''.

Het principe van Cats' vondst is simpel. Elke race wordt opgesplitst in een aantal blokken. Na afloop wordt elke facet (keerpunten, slaglengte en -frequentie, start- en zwemsnelheid) met behulp van de video (beeld voor beeld) tot op het bot ontleed. Zo rollen uiteindelijk de kerngegevens eruit (zie bijgaand voorbeeld), die Cats en de rest van de technische staf niet meer zouden willen missen. ,,Stelregel daarbij is: de beste races zijn de races met een gelijkmatige slagfrequentie.''

Maar waarom zelf al het werk doen? Bij elk internationaal toernooi verricht en levert de organisatie min of meer dezelfde informatie? Cats: ,,Niets ten nadele van die professor Haljand, maar wat hij doet is lopende-bandwerk. Zijn gegevens zijn én onnauwkeurig én we krijgen ze pas een dag later. Dat is te laat. Wij willen meteen na de ochtendserie weten hoe of wat, zodat we kunnen ingrijpen voor de finale of de halve finale van later die dag.''

Fedor Hes, trainer-coach van Topzwemmen Amsterdam, is zeer te spreken over de vondst van Cats. ,,Een coach kan op basis van cijfers veel beter tot een afgewogen oordeel komen dan op basis van zijn gevoel. Het biedt ook meer houvast in gesprekken met zwemmers. Die zijn toch vatbaarder voor tastbare cijfers dan voor de inschatting van hun coach.''

Cats weet al wat de volgende stap zal zijn in de technologische ratrace in de internationale bassins: een chip in de badmuts. ,,Dat geklooi met die videobeelden kost al gauw vijftien minuten per race en is arbeidsintensief. Het is al vele malen beter dan het was, maar een chip in de badmuts zou pas echt een doorbraak zijn: snel, makkelijk én betrouwbaar.''