Een jaar later: ayatollahs rukken op in Irak

Een portret van een ayatollah voor dat van Saddam Hussein. Het symboliseert de opmars van shi'itische geestelijk leiders een jaar na het begin van de oorlog in Irak.

Onder Saddam Hussein had de islamisering van het Iraakse leven allang ingezet. De ideologie van zijn socialistische Ba'athpartij was strikt seculier: zonder de ballast van islam en tribale banden, zou de Nieuwe Iraaks/Arabische Mens zich bevrijden uit zijn achterlijkheid. Maar temidden van de genadeloze vervolging van opstandige shi'ieten bouwde Saddam in zijn latere jaren reusachtige moskeeën om niet-vervolgde gelovigen aan zich te binden. De geestelijk leiders van de shi'itische meerderheid moesten zich koest houden op straffe van liquidatie, maar tegelijk werd grote publiciteit gegeven aan de koran die met 24 liter van Saddams bloed was geschreven. De Irakezen ,,zijn over het algemeen heel seculier'', zei de Amerikaanse onderminister van Defensie Paul Wolfowitz, een van de drijvende krachten achter de oorlog in Irak, vorig jaar februari. Saddam zelf wist wel beter.

Na Saddams val grepen de shi'itische geestelijk leiders hun kans voor een verdere opmars. De Amerikanen maakten al tijdens de oorlog kennis met groot-ayatollah Ali Sistani, de invloedrijkste van allemaal. Tot hun genoegen riep hij zijn talrijke volgelingen toen op zich neutraal op te stellen, wat betekende dat de shi'ieten zich niet tegen de oprukkende troepen zouden verzetten. Maar het vervolg van de kennismaking was minder bevredigend. Sistani's verzet tegen het grondwetgevende proces speelde een belangrijke rol bij het besluit de macht vervroegd – komende 30 juni – aan een Iraaks bestuur over te dragen. Zijn eis dat zo snel mogelijk verkiezingen zouden worden gehouden, met massademonstraties onderstreept, noopte de Amerikanen de Verenigde Naties om een onderzoek ter plaatse te vragen.

Het is niet zo dat Sistani de Khomeiny van Irak wil worden, hij is geen politieke ayatollah in die zin. Dat is ook niet wat de Iraakse burgers willen, zoals een deze week gepubliceerde opiniepeiling onderstreepte. Veel meer dan in hun nieuwe politie of regeringsraad hebben de Irakezen vertrouwen in hun religieuze leiders, aldus de in opdracht van BBC en andere internationale media gehouden peiling. Maar zij hebben liever een democratische regering of een sterke leider dan een bewind van ayatollahs. De religieuze leiders moeten er alleen voor zorgen dat de religieuze idealen worden nageleefd.

Maar politiek en religie zijn in de shi'itische islam nauw met elkaar verweven. Groot-ayatollah Sistani is krachtens zijn positie verantwoordelijk voor het welbevinden van zijn volgelingen, en daaronder valt dat de wil van de shi'itische meerderheid doorklinkt in het nieuwe Irak. Shi'itische vertegenwoordigers in de Iraakse regeringsraad gaan bij belangrijke kwesties altijd naar de heilige stad Najaf voor ruggespraak met de groot-ayatollah.

Zo dwongen de shi'ieten in de regeringsraad eind december de afschaffing af van het familiestatuut van 1959, dat de Iraakse vrouwen een voor de Arabische wereld haast ongekend goede positie gaf. Het familierecht zou weer onder de geestelijk leiders vallen, wat voor de vrouwen een

grote achteruitgang betekende. Na felle protesten van vrouwen en onder zware Amerikaanse druk is dit teruggedraaid.

Maar niet definitief, net zomin als de positie van de islam in de grondwet volgens de shi'ieten vaststaat. De schets voor een ontwerpgrondwet in het akkoord van 15 november tussen Amerikanen en regeringsraad over de weg naar de machtsoverdracht, maakt nog geen melding van de islam. Op aandringen van Sistani is nu in de interimgrondwet vastgelegd dat de islam een bron van wetgeving is, en dat geen wet in strijd mag zijn met de islam. Einddoel is de islam als belangrijkste bron van wetgeving. Wat Irak na Saddam ook wordt, in elk geval geen seculiere democratie.